Met paard en wagen petroleum verkopen

Opa Iesberts leidde zijn eenmansbedrijfje op de bok, nu werken er vijftien mensen in het tankstation met winkel. Vandaag het laatste deel van een serie bij wie mobiliteit al sinds generaties in de familie zit.

Ooit, en niet eens zo heel lang geleden, kookte men op een petroleumstelletje en werden de huizen verwarmd met oliekachels.

In 1917 schreef opa Iesberts zijn eenmansbedrijfje met als bezigheid de handel in petroleum en huisbrandolie in bij de Utrechtse Kamer van Koophandel, en ventte vervolgens langs de deuren met zijn vloeibare koopwaar op een handwagen of hondenkar. Later werd dat een paard en wagen. Die werden afgelost door een elektrisch aangedreven Spijkstaal karretje met daarop de merknaam Automaat, de petroleumdivisie van Esso. Om de omzet te verhogen werden er ook zeepproducten meegenomen.

Opa zat niet alleen op de bok, oma ging mee om zo controle te houden op de centjes. Want opa lustte een flinke borrel, volgens de familieoverlevering heeft hij destijds een complete straat met huizen opgezopen.

Vader Henk (1923) was bontwerker, maar toen zijn broer met de motor verongelukte, werd hij geacht in de zaak van opa te gaan werken. Een vrachtwagentje werd aangeschaft, met daarop een 1.500 liter tank met huisbrandolie. In 1962 bedroeg de jaaromzet 800.000 liter, en begin jaren zeventig waren er 9 tankauto’s in bedrijf, twintig man in dienst en was de firma Iesberts een begrip in Utrecht.

Het aardgas kwam, de handel in petroleum en huisbrandolie verdween en op last van de gemeente verhuisde het bedrijf uit de binnenstad en vestigde zich in 1974 op een tweeëneenhalve hectare groot terrein in het noordelijke buitengebied. Alwaar een tank voor zesduizend liter brandstof werd ingegraven: het tankstation van de gebroeders Iesberts was een feit. Een liter benzine kostte ƒ 0,90. En daarmee waren ze de goedkoopste in de regio.

Vader bouwde zich achter het tankstation clandestien een villa, dat was de gemeenteambtenaren niet ontgaan en uiteindelijk diende de ME er aan te pas komen om de sloper zijn werk te laten doen. Zoon Cor stond daarbij dreigend met een fors mes achter de ramen te zwaaien en zat ter kalmering en bescherming van zichzelf enkele uren vast in een Utrechtse politiecel. De affaire sloeg een behoorlijk gat in het bedrijfsvermogen en pa, die nog wel eens een kijkje op het terrein komt nemen, maakte daardoor de bedrijfsovername voor zijn zonen gemakkelijker; ze eisten domweg hun erfdeel op.

Behalve de verkoop van brandstof is er ook een winkel gekomen. De broers zien hem als een verplichting, de klant eist het domweg. Er gaan de wildste verhalen over woekerwinsten, en om die te ontkrachten mag ik een blik werpen op het computerscherm waarop de inkoopbedragen van diverse aanbieders op de spotmarkt staan: het is domweg centenwerk. Was de brutowinst op een liter brandstof in 2002 nog ƒ 0,22 – onze generatie rekent nog steeds in guldens meneer! –, nu is die gezakt tot een schamele € 0.05.

Ze moeten het hebben van een forse omzet en ook daar doen de broers niet geheimzinnig over: ruim vijf en een half miljoen liter per jaar. Dus rekent u de winst maar uit. De tankers zorgen voor aanloop, op het achterterrein wordt wél een handel met fatsoenlijke winsten gedreven: de verkoop van propaan aan de recreatiemarkt en als brandstof voor vorkheftrucks. Een forse drie miljoen liter is hier de jaaromzet. Roken is er ten strengste verboden!

Ofschoon de gemeente en provincie destijds stiekem hoopten dat het familiebedrijf binnen korte tijd ter ziele zou gaan, is het al meer dan dertig jaar op deze plek gevestigd. Het contact met de (semi-)overheden, die elkaar daarbij ook nog eens regelmatig voor de voeten lopen, is soms uitgesproken stroef. Het duurde bijvoorbeeld vijfentwintig jaar voordat er toestemming voor een luifel (zonder bedrijfsnaam!) boven de pompen werd afgegeven. Er zijn tweeëndertig instanties waar de broers mee van doen hebben, en die zorgen voor een forse papierwinkel.

Met de concurrentie praat men niet, ook al liggen hun pompen binnen loopafstand. De permanente angst dat men verdacht wordt van het maken van prijsafspraken zorgt dat men fysiek uit elkaars buurt blijft. De firma Iesberts heeft momenteel vijftien personeelsleden, waarvan er zeven (aangetrouwde) familie zijn. Enkelen daarvan wonen op het terrein in met felle kleuren geschilderde huizen.

Aan het eind van het jaar nemen de kinderen de zaak van Hendrik en Cor over. Helemaal vertrekken doen ze nog niet, want wat is er nu leuker dan handelen?