Liefhebber van protocol en profilering

Frans Weisglas, voorzitter van de Tweede Kamer sinds mei 2002, verlaat de politiek. Hij bouwde het Kamervoorzitterschap uit tot een instituut.

Met het aangekondigde vertrek van Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD) uit de politiek verliest het instituut Tweede Kamer een geprofileerde voorzitter. Weisglas werd – tegen de zin van zijn eigen partij in – vier en een half jaar geleden de eerste gekozen voorzitter van de Tweede Kamer. Vóór mei 2002 werd de Kamervoorzitter benoemd door middel van afspraken tussen de grootste Kamerfracties. De directe verkiezing door zijn collega’s betekende in Weisglas’ ogen ook dat hij een eigen mandaat had. Daar maakte hij veelvuldig gebruik van.

Weisglas werd voorzitter in een roerige periode in Den Haag. Na de moord op Pim Fortuyn kwam de LPF-fractie met 26 nieuwelingen de Tweede Kamer in. Weisglas stelde zich coulant op tegenover de onervaren LPF’ers. Ook probeerde hij, in het verlengde van de electorale opstand van 2002, de Kamer opener en aantrekkelijker te maken voor het publiek.

Hij experimenteerde tevergeefs met een verrijdbaar spreekgestoelte tijdens het vragenuurtje en liet Kamerleden ook buiten het Kamergebouw vergaderen. Zelf noemde hij gisteren ook de invoering van de zogenoemde ‘dertig-zetels-regel’ als een van zijn successen. Daarmee kregen oppositiepartijen meer ruimte om spoeddebatten aan te vragen terwijl daar geen Kamermeerderheid voor is. In 2003 werd Weisglas, na de val van het eerste kabinet-Balkenende, herkozen.

Weisglas hekelde regelmatig de vele afsplitsingen die de afgelopen jaren ontstonden (Wilders, Lazrak, Nawijn en meest recent Van Oudenallen). Ook keurde hij al te grote personele vernieuwing binnen fracties af, omdat volgens hem de kwaliteit van de Kamer daaronder te lijden heeft. Soms greep hij hard in tijdens debatten. De terreurdreiging en de bedreiging van enkele Kamerleden na de moord op Theo van Gogh maakten van het gebouw van de Tweede Kamer tot Weisglas’ spijt een gesloten bastion.

Weisglas nam het vaak publiekelijk op voor de Tweede Kamer als instituut. Toen minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) in het kader van de rijksbrede bezuinigingsoperatie aankondigde ook het budget van de Kamer te willen beperken, verdedigde Weisglas met verve het recht van de Kamer om de eigen begroting vast te stellen. Het tekent de manier waarop Weisglas zijn taak als voorzitter opvat. Het parlement is hem heilig, en het Kamervoorzitterschap zelf is door hem uitgebouwd tot een instituut. Hij plaatste zichzelf daarbij graag op de voorgrond. Weisglas, die zijn loopbaan begon in de diplomatieke dienst, genoot van het protocol dat bij zijn functie hoorde. In zijn weekboek op internet passeerden vele contacten met andere hoogwaardigheidsbekleders de revue.

In het debat over de naturalisatie van voormalig Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD), liep Weisglas politieke schade op. Zijn eigen rol bij het omstreden besluit van minister Verdonk (Vreemdelingenbeleid, VVD) om Hirsi Ali’s paspoort in te trekken, riep vragen op. Zijn optreden in het debat kan als schadelijk voor de VVD én voor de politiek worden getypeerd en heeft hem veel steun gekost. Het was daarmee onwaarschijnlijk geworden dat Weisglas na de verkiezingen van 22 november herkozen zou worden als voorzitter. Weisglas ontkent zelf dat zijn beslissing daar mee te maken heeft. Ook het feit dat niet Weisglas’ eerste keus Rita Verdonk, maar Mark Rutte de VVD is gaan leiden heeft geen enkele rol gespeeld, zei hij.

Weisglas noemde gisteren privé-redenen als belangrijkste argument om niet door te willen als Kamerlid. „Ik heb 24 jaar lang 60 tot 70 uur per week gewerkt, twee à drie avonden per week laat thuis”, aldus Weisglas. Het afscheid valt hem zwaar, zo liet hij duidelijk merken gisteren: „Maar het is nog geen 22 november, u ziet mij de komende maanden nog wel.”