Iran en Syrië prijzen strijd Hezbollah

Iran en Syrië hebben gisteren de Libanese shi’itische organisatie Hezbollah de overwinning toebedeeld in de jongste oorlog tegen Israël.

Volgens president Ahmadinejad en president Assad heeft Hezbollah de Amerikaanse plannen voor een nieuw Midden-Oosten verijdeld.

Iran en Syrië – dat vorig jaar door de internationale gemeenschap onder leiding van de Verenigde Staten werd gedwongen zijn bezettingstroepen uit Libanon terug te trekken – zijn de belangrijkste steunpilaren van Hezbollah. Eerder had Hezbollah zelf al de overwinning opgeëist.

Assad riep de Arabische leiders tevens op het verzet tegen Israël te steunen. Hoewel Syrië zelf niet gewapend ten strijde trekt tegen de Israëlische bezetting (sinds 1967) van de Golan, heeft Assad herhaaldelijk het verzet van Hezbollah tegen de Israëlische strijdkrachten in de afgelopen maand geprezen.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier, zegde gisteren uit protest tegen Assads uitspraken, met name die over het Arabische verzet tegen Israël, een afgesproken bezoek aan Damascus af. Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung had de Syrische minister van Buitenlandse Zaken de betekenis daarvan gebagatelliseerd en aangevoerd dat Assad zich alleen tot een Syrisch publiek had gericht. Assads rede werd echter ook rechtstreeks uitgezonden door CNN.

Assad sprak tot een conferentie van een journalistenvereniging in Damascus. De Syrische president zei dat er voor de nabije toekomst geen vrede zou zijn in het Midden-Oosten, en dat de huidige Amerikaanse regering, de belangrijkste steunpilaar van Israël, daarvan de schuld is. Hij zei ook dat Israël het Arabische land moet teruggeven dat het sinds 1967 bezet. Anders „zal het voortdurende instabiliteit onder ogen moeten zien tot een [Arabische] generatie komt en een eind maakt aan de kwestie”. De claim van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice dat uit de oorlog in Libanon een „nieuw Midden-Oosten” verrijst waar extremisten geen invloed zouden hebben, noemde hij „een illusie”.

De Iraanse president zei in Teheran dat de Verenigde Naties Israël en zijn bondgenoten zouden moeten dwingen de schade in Libanon te vergoeden. Hij zei verder dat „Gods beloften zijn uitgekomen. Aan de ene kant zijn er de corrupte machten van de misdadige VS en Groot-Brittannië en de zionisten [..] met moderne bommen en vliegtuigen. En aan de andere kant is een groep vrome jongeren die op God vertrouwen.” (Reuters, AP, AFP)