Indonesië zoekt rol in UNIFIL

De Indonesische president Yudhoyono zou zich met een militaire bijdrage aan de uitbreiding van UNIFIL in Zuid-Libanon kunnen profileren als een gematigd leider.

Afgelopen zondag telefoneerden de presidenten Chirac en Yudhoyono met elkaar. Twee staatshoofden die om volledig verschillende redenen op zoek zijn naar prominentie op het internationale toneel. De Franse president liet weten Indonesië graag te zien deelnemen aan de versterking van UNIFIL, de vredesmacht van de Verenigde Naties in het zuiden van Libanon. En de Indonesische president kon melden dat zijn land acte de présence wilde geven. Althans in principe.

Terwijl voor de Franse president in zijn nadagen onverwachts een regisserende rol blijkt weggelegd tussen Israël en Libanon, biedt deelname aan de vredesmacht in het Midden-Oosten aan de Indonesische president – leider van de grootste moslimdemocratie ter wereld – de gelegenheid om zich te ontplooien als een gematigde factor tegenover religieus fundamentalisme. „We kunnen een imago als een vredelievend land verdienen zonder dat het wat kost”, zei een hoge ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse zaken onlangs.

Dit voorjaar reisde president Yudhoyono tien dagen door de Arabische wereld. Vooral om investeerders te trekken, maar hij probeerde ook een bemiddelende rol te spelen tussen de Palestijnse Hamas en Israël. Daar bleek geen belangstelling voor en Yudhoyono keerde onverrichterzake huiswaarts.

De matigende rol betekent dat in Jakarta de Iraanse president Ahmadinejad met zijn anti-Israëlische tirades even welkom is als de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld, met zijn uithalen naar Iran.

Voor Yudhoyono past zo’n positie precies bij zijn binnenlandse behoeftes: in Indonesië woedt al geruime tijd een maatschappelijke en politieke strijd over het karakter van de republiek. Een felle minderheid van radicale moslims staat tegenover een minderheid die de geseculariseerde democratie bepleit. Ondertussen wacht een meerderheid van moslims af waar deze strijd toe leidt.

Een aanvankelijke complicatie voor Indonesië en voor die andere gematigde islamitische democratie, Maleisië, was het feit dat Indonesië noch Maleisië diplomatieke betrekkingen met Israël onderhoudt. Bovendien zei de Maleisische minister van Buitelandse Zaken, Syed Hamid Albar, vorige week nog dat de islamitische landen wapenleveranties aan Hezbollah zouden moeten overwegen.

Maar nadat de Libanese regering zich al in gunstige zin had uitgesproken, liet eind vorige week ook de Israëlische premier Olmert weten geen onoverkomelijke bezwaren te zien. Na dit groene licht en het telefoontje van Chirac kon EU-vertegenwoordiger Javier Solana melden dat de Europese Unie naast Australië nu ook Indonesië en Maleisië had toegevoegd aan het lijstje mogelijke niet-EU-kandidaten.

Indonesië denkt 400 tot 600 man naar Libanon te kunnen sturen. Aanvankelijk aarzelde de regering toen het karakter van de missie onduidelijk was. Jakarta voelde er minder voor om te dienen in een multinationale missie onder Frans commando en met een breed geweldsmandaat. Nu Veiligheidsraadresolutie 1701 bepaalt dat het gaat om een uitbreiding van UNIFIL is dat probleem opgelost. „Hiermee opereren Indonesische troepen onder VN-vlag, ook al leidt Frankrijk de missie”, aldus de directeur-generaal van het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken, Mohammad Slamet.

Een ander belangrijk voordeel is dat de VN voor de kosten opdraaien. Het ministerie van Defensie heeft al een voorlopige kostenbegroting van bijna 30 miljoen euro opgemaakt voor de operatie.