Iedereen in Brazilië rijdt op alcohol Geen land produceert ethanol zo goedkoop als Brazilië

Brazilië heeft een alternatief voor de dure benzine. Ethanol. De transportsector rijdt er voor 40 procent op. Nu ook het buitenland meer ethanol wil, gaat Brazilië zijn productie fors opvoeren.

De benzine is zelden zo duur geweest, maar in Rio de Janeiro tankt Caio Carvalhal met een glimlach. De zwarte Volkswagen Fox die hij vorig jaar heeft gekocht, rijdt voornamelijk op ethanol die is gemaakt uit Braziliaanse suikerriet. En in zijn land is ethanol op het moment een stuk goedkoper dan benzine. „30 tot 40 procent, afhankelijk van de provincie waar je tankt”, zegt energiedeskundige Carvalhal via de telefoon. Met elke volle tank bespaart hij zich ongeveer 15 euro. En met hem de honderdduizenden Brazilianen die eenzelfde soort auto rijden.

De wereld kijkt naar Brazilië nu er gezocht wordt naar alternatieven voor de dure en schaarse olie. Voor benzine, een van de vele producten uit ruwe olie, bestaat zo’n alternatief: ethanol. Geen enkel land produceert er zoveel van als Brazilië. De transportsector rijdt voor 40 procent op ethanol, dezelfde alcohol die in wijn, bier en sterke drank zit. De Verenigde Staten zitten nu op 3 procent, Europa haalt dat niet eens. „Maar door de hoge olieprijzen willen ze er opeens veel meer van”, zegt Martin Weissmann, marketingmanager bij Nedalco, een Nederlands bedrijf dat ethanol produceert. Brazilië merkt dat. In de maand juli exporteerde het land 568 miljoen liter ethanol, twee keer zoveel als het jaar daarvoor. En het eind van de groei is voorlopig niet in zicht.

„Ons land kan zijn productie van ethanol in de komende tien jaar verdubbelen naar 31 miljard liter”, zei Eduardo Pereira de Carvalho, voorzitter van Unica, een machtige organisatie van Braziliaanse suikerriettelers, twee weken geleden. Volgens Unica zouden daarvoor miljoenen hectare weiland moeten veranderen in uitgestrekte plantages met suikerriet. Met name in en rond de provincie São Paulo, waar het klimaat gunstig is voor de teelt van suikerriet, en de bodem vruchtbaar. Het aantal ethanolfabrieken, nu zo’n 330, zou volgens het plan uitgebreid worden met een kwart. Dat alles vergt een investering van 10 miljard dollar (8 miljard euro). Energiedeskundige Carvalhal verwacht een snelle groei van de ethanolindustrie in zijn land. „De vraag is er, en zal er de komende jaren blijven.”

Het heeft niet alleen te maken met de dure olie, maar ook met het klimaatprobleem. Bij de productie en het verbruik van olieproducten zoals benzine komt relatief veel van het broeikasgas CO2 vrij, dat de aarde opwarmt. Ethanol is milieuvriendelijker. Her en der zetten overheden vanuit dat oogpunt beleid op om ethanol toe te voegen aan benzine, tot enkele volumeprocenten. Europa mikt op bijna 6 procent in 2010. Japan wil naar 3 procent. Het Japanse bedrijf Nippon Alcohol Hanbai heeft afgelopen december een overeenkomst gesloten met het Braziliaanse staatsbedrijf Petrobras om samen ethanol te gaan produceren – Japan heeft veel te weinig landbouwgrond om in zijn eigen behoefte te voldoen. Brazilië profiteert nu van een gok die het meer dan dertig jaar geleden heeft genomen.

Vlak na de eerste oliecrisis, in 1973, besloot Brazilië zijn afhankelijkheid van geïmporteerde olie te verminderen. Onder leiding van de toenmalige president, generaal Ernesto Geisel, werd een programma opgezet om de productie van ethanol op te voeren, het Proálcool-programma. Grootgrondbezitters werden gestimuleerd om meer suikerriet aan te planten, onder meer via een gegarandeerde suikerprijs. Bedrijven kregen subsidies om ethanolfabrieken te bouwen, autofabrikanten ontvingen een belastingvoordeel als ze auto’s maakten die op hoge percentages ethanol konden rijden – een standaard benzinemotor kan een mengsel tot 10 procent ethanol aan, bij hogere percentages zijn aanpassingen aan de motor nodig. In Brazilië kwam er een verplichting om benzine te mengen met ethanol. Eerst tot 10 procent, later tot 25. Het hele plan kostte miljarden aan investeringen, maar Brazilië bespaarde zich minstens zoveel aan de verminderde import van olie. Maar midden jaren tachtig ging het mis.

Brazilië raakte in een financiële crisis, en internationaal begonnen de olieprijzen te dalen. De overheid trok zijn ethanolsubsidies terug.

De Brazilianen kregen als gevolg van de alsmaar goedkoper wordende olie weer een voorkeur voor benzineauto’s. De ethanolindustrie had het zwaar.

Vervolg ETHANOL: pagina 14

ACHTERGROND: ETHANOLINDUSTRIE IN BRAZILIË GROEIT HARD

ETHANONL

Geen land produceert ethanol zo goedkoop als Brazilië

Vervolg van pagina 3

Maar begin deze eeuw begon het herstel. Olieprijzen zijn sindsdien weer gestegen. En de productie van ethanol is, door jarenlange ervaring, goedkoper geworden. In dertig jaar tijd is de opbrengst van een hectare suikerriet meer dan verdubbeld, tot 6.000 liter ethanol. Bovendien is in Brazilië drie jaar geleden de flexi fuel auto geïntroduceerd, een nieuw type auto dat op bijna elk mengsel van benzine en ethanol kan rijden. Brazilianen hoeven nu niet meer te kiezen tussen een auto die op ethanol of op benzine rijdt. De flexi fuel auto kan allebei, dus zit de eigenaar altijd goed. „Een Braziliaan heeft geen enkele reden om geen flexi fuel auto te kopen”, zegt Carvalhal. De populariteit ervan is volgens hem enorm, en wakkert de vraag naar ethanol aan. Drie jaar geleden waren drie op de tien nieuw verkochte auto’s van het flexi fuel type. Dit jaar ligt dat al op zeven. En volgend jaar zal dat nog meer zijn, verwacht Carvalhal.

Of andere landen het succes van Brazilië kunnen naäpen is maar de vraag. Door het gunstige klimaat, de grootschalige productie en de inzet van goedkope seizoensarbeiders, kan geen land zo goedkoop produceren als Brazilië. Volgens Weissmann ligt de marktprijs van ethanol uit suikerriet op 50 dollarcent per liter. Amerika zit minstens tien cent hoger. „Op een volume van miljarden liters is dat een aanzienlijk verschil”, zegt hij. De hogere prijs in Amerika komt onder meer door de keuze van het gewas: maïs. Een hectare daarvan levert ruim twee keer zo weinig ethanol op als een hectare suikerriet. En het productieproces is duurder, bijvoorbeeld omdat maïs zetmeel levert, terwijl er suiker nodig is. Het zetmeel moet daarom eerst worden omgezet.

Toch wil Amerika de binnenlandse productie van ethanol opvoeren. Volgens de laatste energy bill van president Bush moet de Amerikaanse consumptie van ethanol tot 2012 meer dan verdubbelen tot 28,5 miljard liter. Gesteund door forse subsidies liggen er inmiddels plannen voor veertig nieuwe fabrieken, met name in het agrarische middenwesten. Investeerders verdringen zich. „Bush wil de afhankelijkheid van buitenlandse olie verminderen. En hij wil die niet inruilen voor een groeiende afhankelijkheid van Braziliaanse ethanol”, zegt Weissmann. Dat Amerika de afgelopen maanden wèl veel ethanol uit Brazilië heeft geïmporteerd, is volgens Weissmann slechts tijdelijk. Afgelopen mei werd in de VS een verbod van kracht op het bijmengen van de vloeistof MTBE aan benzine, omdat die het grondwater blijkt te vervuilen. De vervanger van MTBE is, ethanol. „Er ontstond plotseling zo’n grote vraag naar ethanol, dat Amerika wel moest importeren”, zegt Weismann. Afgelopen juli ging meer dan driekwart van de Braziliaanse ethanolexport naar de VS. Maar door een importheffing aan de Amerikaanse grens, van 54 dollarcent per gallon (3,8 liter), is die ethanol verhoudingsgewijs duur. „Het is een manier van de Amerikaanse overheid om de eigen maïsboeren te beschermen”, zegt Weissmann.

Willen andere landen echt met Brazilië concurreren, dan is er maar één manier, meent Carvalhal. Nieuwe technologie. In Amerika en Europa wordt daaraan hard gewerkt. Onder meer door Nedalco, waar Weissmann werkt. „Straks wordt het mogelijk om niet alleen de maïskorrels en de suikerbiet te gebruiken, maar ook de stengels en allerlei ander landbouwafval, zoals stro en houtsnippers”, zegt hij. Daarmee schiet de opbrengst per hectare omhoog. En de nieuwe technologie stoot nóg minder CO2 uit. In 2010 komt hij op de markt, zo verwacht Weissmann. Het zal volgens hem ook een eind maken aan een andere discussie: dat landbouwgrond in toenemende mate wordt gebruikt voor de productie van brandstof, en niet van voedsel. In Amerikaanse staten als Minnesota en Iowa wordt al serieus gevreesd voor een tekort aan maïs voor in voedingsmiddelen en veevoer, nu steeds meer van het gewas naar de snel groeiende ethanolindustrie gaat. Doordat er minder maïs beschikbaar is voor het vee, zullen er ook minder kippen en varkens worden gefokt, waardoor de prijzen voor vlees naar verwachting omhoog zullen gaan. En door de plotseling grote vraag naar maïs in Amerika, is ook de prijs van dit gewas gestegen. Het is allemaal gunstig voor boeren uit Latijns-Amerika, die verwachten meer maïs te kunnen telen en exporteren naar Amerika.

Brazilië probeert zijn kosten intussen verder omlaag te brengen. Zo bestudeert het de aanleg van een honderden kilometers lange pijpleiding die jaarlijks 4 miljard liter ethanol naar de oostkust kan transporteren. Het is een goedkopere optie dan het huidige transport via vrachtwagens. Verder zoekt de ethanolindustrie naar nieuwe markten. De luchtvaart bijvoorbeeld. De eerste experimenten met lichte vliegtuigen op ethanol zijn al gedaan. Brazilië probeert ook contracten te sluiten met landen als Zuid-Korea, India, Venezuela en Nigeria, hoewel afnemers voorzichtig zijn. Ze vragen zich af of Brazilië wel het hele jaar door een constante aanvoer van ethanol kan garanderen. En wat als de olieprijzen weer zouden gaan dalen? Carvalhal is er duidelijk over. Zolang benzine boven de 40 dollar per vat kost – nu liggen de prijzen rond de 75 dollar per vat – is ethanol concurrerend. En ook al zakt de prijs onder die 40 dollar, dan is er nog dat andere argument: dat landen hun uitstoot van CO2 kunnen verminderen door meer ethanol te gebruiken. Carvalhal: „De wereldwijde vraag naar ethanol zal de komende jaren blijven stijgen. Dat is een feit. En Brazilië zal daarvan profiteren.”