Het belang van de rechte rug

Wat een rechter ook zegt, zijn oordeel grijpt diep in op het leven van de betrokkenen in het proces. Daarom wordt de opleiding tot de zittende, maar ook de staande magistratuur met zorg omkleed. De moderne rechter in opleiding moet stevig in zijn schoenen staan om gezag te dragen.

Wel of niet gevangenisstraf opleggen, voogdij over de kinderen toekennen of een faillissement uitspreken. Dagelijks beslissen rechters over zaken die een leven ingrijpend veranderen. Toekomstige rechters en officieren van justitie van Nederland moeten dan ook een strenge selectie ondergaan en een lange opleiding volgen. Er zijn twee manieren om rechter of officier van justitie te worden.

Een advocaat of jurist met minimaal zes jaar juridische praktijkervaring kan als ‘buitenstaander’ solliciteren bij de ‘Selectiecommissie Rechterlijke Macht’ en een interne opleiding volgen van iets langer dan een jaar. Deze meer ervaren – oudere – instromers vormen volgens de Raad van de Rechtspraak (de organisatie die een schakel vormt tussen justitie en de gerechten) nog altijd ruim tweederde van de rechterlijke macht. Maar twee keer per jaar, in april en oktober, worden zo’n dertig jonge juristen geselecteerd voor de zes jaar durende raio-opleiding. Een raio – rechterlijk ambtenaar in opleiding – maakt de eerste drie jaar van de opleiding kennis met de rechtspraktijk. Het eerste halfjaar als griffier – de gerechtssecretaris die naast de rechter zit – in de strafsector. Daarna volgens stages in de civiele sector – voor burgerlijke kwesties zoals echtscheidingen en schadevergoedingszaken, en bestuurssector – voor geschillen met de overheid, om tenslotte een jaar te werken als plaatsvervangend officier van justitie, dus aan de kant van het OM. Na die drie jaar besluiten kandidaten of ze gaan ‘zitten’ of ‘staan’: ze kiezen om rechter (zittende magistratuur) of officier van justitie (staande magistratuur) te worden.

Voor een baan bij het OM of de rechterlijke macht moet je om te beginnen rechten hebben gestudeerd, met in ieder geval de vakken burgerlijk, straf- en bestuursprocesrecht. Maar het belangrijkste, zegt Dick van Dijk, bestuurslid van de Raad voor de Rechtspraak, is persoonlijkheid. „Je moet je rug recht kunnen houden, onafhankelijk kunnen nadenken. Ook al is iemand in de media al veroordeeld – een rechter leest ook kranten – dan moet je toch blijven uitgaan van de vraag of het bewijs geleverd is.” Van Dijk beaamt dat gezag van politie en justitie de laatste jaren aan kracht heeft ingeboet, maar dat verontrust hem niet. „Gezag is in de huidige maatschappij niet vanzelfsprekend. Dat moet je telkens weer waarmaken.” Een krachtige persoon, die weet wat hij wil, zó zou een ideale rechter eruit moeten zien, zegt Van Dijk, zeker nu de media ook steeds kritischer meekijken. „Neem nou de zaken van Ernst Louwes en Lucia de B., die worden breed uitgemeten in kranten en op tv. Strafrechtspraak krijgt steeds meer aandacht. Je moet als rechter stevig in je schoenen staan, ook door het toenemend gebruik van camera’s in de rechtszaal.”

De raio-opleiding werd eind jaren vijftig van de vorige eeuw in het leven geroepen, om meer jonge rechters te werven. Vóór die tijd was het volgens Van Dijk gebruikelijk dat aankomende rechters als vrijwilliger aan een rechtbank verbonden waren. „Je moest dus veel geld hebben”, zegt Van Dijk. Zelf begon hij in 1972 aan de raio-opleiding, toen de rol van de rechter in de maatschappij steeds meer aandacht begon te krijgen. „Een van de eerste cursussen die ik moest volgen heette ‘rellen’. Daar spraken we over krakers, conflicten met ME’ers en omgaan met gezag.”

Die cursussen werden gegeven door het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht in Zutphen. Ook nu krijgen aankomende rechters en officieren cursussen over uiteenlopende aspecten van de maatschappij, vertelt rector Leendert Verheij. „Met rollenspellen bereiden we raio’s voor op hun optreden ter zitting. Je moet verdachten bijvoorbeeld niet als kleuter behandelen, maar ook een ‘ouwejongenskrentenbrood’-houding dwingt geen gezag af.”

De selectieprocedure duurt ongeveer twee maanden. Kandidaten worden eerst getest op hun analytische vermogen en intelligentie. In een vervolggesprek worden enkele basisvaardigheden en persoonlijkheidskenmerken beoordeeld, waarop eventueel een uitgebreider persoonlijkheidsonderzoek volgt: een assessment. Tot slot moet in een gesprek met de raio-selectiecommissie duidelijk worden hoe gemotiveerd en maatschappelijk betrokken de kandidaat is.

Verheij meent dat de meeste kennis en ervaring wordt opgedaan tijdens de stages op de rechtbank en bij het OM. De opleiding is een combinatie van werken en cursussen. Ook moeten raio’s twee jaar op ‘buitenstage’, dat wil zeggen werken op een advocatenkantoor of bij een maatschappelijke instelling. Volgens Van Dijk zou een rechter naast zijn baan op de rechtbank ook nog onbezoldigde nevenfuncties moeten hebben, als lid van een schoolbestuur bijvoorbeeld. Om goed op de hoogte te blijven van de problemen en ontwikkelingen in de maatschappij, moet je, zegt Van Dijk: „met de voeten in de modder staan”.