Een haantje met een licht trieste kant

In Douglas’s films blinkt het van het klatergoud.

Maar achter zijn rollen gaan vaak maatschappelijk heikele thema’s schuil.

Acteurs kunnen in de loop der jaren vergroeid raken met een meubelstuk. Bij Steve Buscemi past een barkruk, bij griezelicoon Bela Lugosi een zwarte fauteuil met schedel ernaast en bij Michael Douglas een glimmend bureau met uitzicht op de skyline. Hoe vaak kroop Douglas niet achter zo’n imposante vesting: als megalomane belegger in Wall Street, als afgestompte miljonair in The Game en nu weer als tirannieke topman in het bedrijfsleven in You, Me and Dupree, die afgelopen week in première ging.

Het is dan ook verrassend als Douglas even breekt met zijn typecasting als rijke, egoïstische zakenman die zich boven het gepeupel voelt staan. Zo droeg hij in Falling Down een suffe hoornen bril en liep hij in Wonder Boys, als schrijver met een writer’s block, rond in een mottige roze badjas.

Als Douglas even geen zakendoet, kun je hem vinden achter het aanrecht, bij voorkeur met een vrouw ertussen, zoals in Fatal Attraction waarin hij een hitsige schuinsmarcheerder speelde. Vrouwen winden hem gemakkelijk om hun vingers. In Basic Instinct dacht hij ‘The fuck of the century’ te beleven met Sharon Stone, terwijl het verleidingsspel voor haar op een routineklus leek. Hij voelt zich heel wat, maar wij zien ook een licht trieste kant in zijn haantjesgedrag.

Douglas is dan ook vaak de eerste om zijn imago als sekssymbool te relativeren. Zo loopt hij in de actiekomedie Romancing the Stone rond in laarzen gemaakt van een zelf gedode krokodil. Ook zijn stoere naam Jack Colton belooft een man van de wereld, die het vrouwtje wel even gaat redden. De muizige Bouquetreeksschrijfster Kathleen Turner is zijn volgende prooi maar zij laat zich niet zo makkelijk vangen door deze zelfbenoemde jungleheld. In Disclosure is de jacht omgedraaid: zijn nieuwe baas Demi Moore probeert hem te verleiden maar Douglas weigert op haar avances in te gaan en klaagt haar aan wegens ongewenste intimiteiten. Zo snijdt Douglas na de echtscheiding in The War of the Roses en het overspel van Fatal Attraction weer een pijnlijk punt aan in de strijd tussen de seksen.

Achter zijn rollen als rokkenjager schuilt wel vaker een maatschappelijk heikel onderwerp, net zoals zijn rollen als geldwolf ook een wereld van asociaal kapitalisme onthullen. Douglas is dan ook een typische acteur van zijn tijd. Hij heeft zich ook gemengd in de discussies rond wapenhandel en drugs. Als ‘United Nations Messenger of Peace’ wil hij wereldwijde aandacht vestigen op (nucleaire) ontwapening, waarvoor zijn rol als spiedende cameraman in The China Syndrome, over een bijna ontplofte kerncentrale, als voorbode kan worden gezien.

‘The War on Drugs’ werd genuanceerd gevoerd in Traffic, waarin Douglas het hoofd is van de antidrugsbestrijding en al snel beseft hoe complex het drugstransport in elkaar steekt. In die film was het zijn dochter die aan de cocaïne verslaafd raakte. In het echte leven overleed de halfbroer van Michael Douglas aan een overdosis.

In zijn vroegere rollen mocht Douglas nog groots falen, maar in zijn latere rollen wordt hij steeds onaantastbaarder en daardoor soms ook kleurlozer, zoals in een mindere komedie als The In-Laws waarin hij een karikatuur van een gevaarlijk levende spion speelt.

Dat klatergoud vormt een groot contrast met de groezelige wereld van zijn doorbraakrol in The Streets of San Francisco (1972), waarin Douglas de straten afschuimde om gruizige moordzaken op te lossen. Hij stopte na vier succesvolle seizoenen om One Flew over the Cuckoo’s Nest te gaan produceren, nadat hij de filmrechten van vader Kirk Douglas had overgenomen. Douglas won er zijn eerste Oscar mee (voor beste film), en zou er later nog één mee naar huis nemen voor beste acteur in Wall Street, tot nu toe misschien wel zijn meest gedenkwaardige rol. Als topspeculant Gordon Gekko denkt hij de wereld in zijn strak gesneden Armani-zak te hebben, maar hij krijgt lik op stuk van degene die hij nota bene zelf in het vak heeft opgeleid.

Wall Street heeft alles wat een Michael Douglas-film zo groots kan maken: het verlangen naar de macht, de overgave aan de verleiding en de onvermijdelijke neergang.