CDA wil allochtone religieuze kiezer terugwinnen

Bij de raadsverkiezingen in maart stemden allochtonen massaal op de PvdA - tot verdriet van het CDA. Die partij wil nu de allochtone kiezers weer voor zich winnen.

Het CDA heeft, toen het de kandidatenlijst voor de Tweede-Kamerverkiezingen opstelde, bewust gezocht naar allochtone kandidaten. „Daar hebben we extra op gelet”, zegt partijwoordvoerder Marcel Meijer. „Het ging ons niet om het aantal, maar om de kwaliteit.”

De zoektocht heeft geleid tot drie allochtone kandidaat-Kamerleden in de top-50 van de conceptlijst, die het bestuur gisteren vrijgaf. Één minder dan bij de vorige verkiezingen, in 2003. Ayhan Tonca, voorzitter van de islamitische koepelorganisatie CMO is op plaats 35 terechtgekomen. Die organisatie vertegenwoordigt naar eigen zeggen 90 procent van de moslims in Nederland. Tonca treedt dan ook vaak op als woordvoerder van de islamitische gemeenschap. Hij spreekt doorgaans op gematigde toon, maar was boos op de Deense krant die spottende cartoons over de islam afdrukte. Tonca heeft, zowel bij Nederlandse als bij allochtone kiezers, veel gezag, denkt het CDA.

Twee allochtone Kamerleden staan op een zeker verkiesbare plek. Op plaats 14 staat de Surinaamse Kathleen Ferrier – in 2003 was dat de achtste plaats. Haar collega Coskun Cörüz staat op 19 (was 15). Het CDA denkt bovendien dat Osman Elmaci, nummer 56 op de lijst, via Turkse voorkeursstemmen in de Kamer kan komen.

Drie of vier allochtone Kamerleden is een keurige score voor het CDA, zegt hoogleraar politieke theorie en etnische verhoudingen Meindert Fennema (UvA). „Maar de vraag is of het genoeg is om de weggelopen allochtone kiezers terug te krijgen bij het CDA. Ik ben daar niet positief over, de allochtone religieuze kiezer laat zich niet zo snel terugwinnen.”

Van oudsher, zegt Fennema, is de christen-democratie een interessante ideologie geweest voor moslims – vooral Turken – , die elkaar vonden in een afkeer van de secularisatie in Nederland. De gemeenteraadsverkiezingen in maart veranderden dat beeld volledig. Meer dan 80 procent van de allochtone kiezers – in grote meerderheid moslim – stemde volgens onderzoek van het Instituut IMES van de UvA op de PvdA. Het CDA kreeg nog maar 3 procent. Fennema: „Het waren bovendien de eerste verkiezingen waarbij de opkomst van allochtone kiezers hoog was. Het zal in november over die honderdduizenden stemmen moeten gaan, de swing votes.”

Of dat lukt, wordt in eigen kring betwijfeld. Tijdens een debatsessie in de Utrechtse Jaarbeurs in april, uitten allochtone CDA’ers hun ongenoegen over de koers van de partij. Het CDA had zich vervreemd van islamitische kiezers door zich niet te distantiëren van het beleid van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD). Het gevolg was dat zij massaal naar de PvdA liepen. Allochtone CDA’ers waren daar het slachtoffer van. Zij kregen nauwelijks voorkeursstemmen. Het CDA heeft 25 allochtone raadsleden, de PvdA 183.

Volgens het Turkse Tweede-Kamerlid Nihat Eski is het CDA vervreemd geraakt van allochtone kiezers. Eski, die niet meer op de kandidatenlijst wilde, zei vorige maand in Trouw: „Onze fractievoorzitter, Maxime Verhagen, benadrukte wel op bijeenkomsten dat de meerderheid van moslims in Nederland van goede wil is, maar het bleef niet hangen. Moslims voelden zich miskend, ze zijn heel verdrietig.”

Collega-Kamerlid Coskun Cörüz is optimistischer dan Eski. Hij is de laatste maanden veel in moskeeën en buurthuizen geweest, ook om te horen waarom allochtone kiezers het CDA links lieten liggen. „Er is veel bereidheid om te luisteren. Hopelijk lukt het ons voor 22 november duidelijk te maken dat de islam veel raakvlakken heeft met het CDA.”

Volgens Fennema zal alles afhangen van een richtingenstrijd die al jaren in het CDA woedt. Een deel van de partij vindt dat moslims en christenen samen een religieuze partij kunnen worden. Een ander deel vindt juist dat het CDA de joods-christelijke traditie moet bewaken. Een oprukkende islam hoort daar niet bij. Fennema: „En die laatste stroming is nu dominant.”