Alleen maar verliezers

De wapens zwijgen – voorlopig. De rekening wordt opgemaakt. De diplomatie gaat door, en internationaal luidt nu de grote vraag: wie gaat troepen leveren voor de ondankbare taak om in het mijnenveld tussen Israël en Libanon de vrede te bewaren? Intussen luidt het alom dat de oorlog tussen Israël en Hezbollah alleen maar verliezers kent.

Maar ook verliezers zijn er in gradaties. Israël is de grootste verliezer, simpelweg omdat het land niet overtuigend heeft gewonnen. Het bleek kwetsbaarder dan gedacht. In die zin heeft Hezbollah minder verloren. Van de „historische zege” die Hezbollah-leider Nasrallah opeiste, is echter geen sprake. Dat is oorlogsretoriek die uit zijn mond niet hoeft te verbazen. Verontrustender is het dat de Israëlische premier Olmert net zo retorisch is met de mededeling dat de Israëlische strijdkrachten een strategische verandering in de regio hebben bewerkstelligd.

De feiten zijn prozaïscher. Het Israëlische leger heeft Hezbollah verslagen noch ontwapend. Het had in wezen geen antwoord op de guerrilla-tactiek van de tegenstander. Bovendien, blijkt nu, was er van alles mis met de bevoorrading en met het materieel. Achtereenvolgende bezuinigingen op de Israëlische defensie hebben hun tol geëist. Tot overmaat van ramp is het doel van de operatie, de bevrijding van twee ontvoerde militairen, niet bereikt.

De politieke leiding van Israël wist tijdens de strijd niet te imponeren. Olmert en de zijnen wekten de indruk onzeker te zijn. Recentelijk (kort voor deze oorlog) is opgemerkt dat het goed is dat Israël nu een regeringsleider heeft die het niet zozeer van zijn charisma moet hebben als wel van zijn managementcapaciteiten. Maar dit land heeft een geschiedenis van sterke, charismatische leiders, vaak gepokt en gemazeld door een militair verleden. Dan moet men als niet-militair van goede huize komen om in een oorlog te gloriëren.

Misschien was het hun onervarenheid, maar Olmert c.s. hebben geen moment ook maar in de schaduw kunnen staan van sommige van hun illustere voorgangers. Dat is zorgwekkend, ook voor Israëls bondgenoten. Intussen mort de burgerij, die een scherp oog heeft voor winnaars en verliezers. Men weet dat na iedere oorlog de kaarten opnieuw worden geschud. Dat gebeurt nu in het Midden-Oosten – en voor Israël ziet het er niet onverdeeld gunstig uit.

Hoe nu verder? Internationaal is het van belang dat de vredesmacht van de Verenigde Naties, die een ambitieuze omvang van 15.000 man moet krijgen, snel van de grond komt. Áls dit al lukt, en met het verlangde ‘robuuste’ mandaat, dan nog is de vraag: slagen deze militairen waar hun voorgangers van UNIFIL zo jammerlijk faalden?

De geschiedenis maakt sceptisch, maar dat is geen reden om het niet opnieuw te proberen. Het aantal keuzemogelijkheden in dit conflict is beperkt. Gunstige scenario’s zijn er niet. Dat maakt het voor de diplomatie lastig manoeuvreren. Maar als het wordt zoals het was, met blauwhelmen die dienen als schaamlap van de internationale gemeenschap, is het lot van het bestand snel bezegeld. De gevolgen zijn dan niet te overzien. De verplichting die daaruit voortvloeit, is kolossaal.