Speculanten eisen opheffingsuitverkoop

Speculatieve beleggers willen dat Ahold zijn activiteiten in de Verenigde Staten verkoopt. Maar wat blijft er dan nog over van het supermarktconcern?

Zaandam werd Amsterdam. Het Albert Heijnplein werd de Piet Heinkade. En nu willen beleggers de hele zilvervloot van Ahold: een opsplitsing van het supermarktconcern.

Twee speculatieve hedge-fondsen kondigden gisteren hardere acties aan bij Ahold. Dat er trammelant zou komen bij aandeelhouders van Ahold was slechts een kwestie van tijd. De achterblijvende prestaties van het supermarktconcern zijn de ideale voedingsbodem voor activistische aandeelhouders, aandeelhouders die via acties koerswinst proberen te behalen.

Bij Ahold kijken de speculanten likkebaardend naar drie hoofdactiviteiten die onderling te weinig kruisbestuiving zouden opleveren. Onder de vlag van Ahold hangt een groep supermarkten in de Verenigde Staten, een Amerikaans cateringbedrijf en een groep supermarkten in Europa (zie infografiek). De som der delen is volgens de critici meer waard dan het geheel.

De berekeningen zien er in hoofdlijnen al jaren hetzelfde uit. Dat Ahold opgedeeld meer waard zou zijn is tenslotte niet iets van de laatste maanden. In de sommetjes van beleggingsanalisten komen de Amerikaanse supermarkten steevast als grootste schat uit de bus, ter waarde van ruwweg 11 miljard euro. De Amerikaanse cateringdochter US Foodservice wordt 4 tot 5 miljard euro geschat en de Europese tak op 4 miljard. Gecorrigeerd voor schulden en de belangen van minderheidsaandeelhouders zou het concern circa 13 miljard waard zijn, ruim anderhalf miljard meer dan de huidige waarde van het supermarktconcern op de beurs.

De Angelsaksische beleggers Centaurus en Paulson willen dat Ahold zich weer op het Europese continent terugtrekt. Ofwel, dat de Amerikaanse activiteiten worden verkocht. Dat zou betekenen dat ruwweg driekwart van omzet en winst van de hand zou worden gedaan. Dat is niet echt bevorderlijk voor de inkoopmacht die nodig is om bij mondiale voedingsgiganten als Heinz, Unilever of Procter & Gamble korting te bedingen.

De speculanten putten ongetwijfeld inspiratie uit de miljardendeal die eerder dit jaar in de Amerikaanse supermarktbranche werd gesloten. Toen verhuisde Albertsons, een van de grootste supermarktketens van de Verenigde Staten, voor 17,4 miljard dollar (13,7 miljard euro) naar een gelegenheidsformatie van supermarkten en durfinvesteerders.

Maar de vraag is of er kopers rondlopen die voldoende potentie zien in Ahold. De koers van het aandeel Ahold beweegt zich al jarenlang is een smalle bandbreedte van 6 tot 7,5 euro. En zelfs bij de meest zonnige sommetjes over opsplitsing van Ahold zit er 1, hooguit 2, euro ontvlechtingswinst in Ahold – eenvijfde van de huidige waarde. Beleggers die dit soort acties voeren zijn gewend om op heel wat grotere verborgen schatten te jagen.

Het ligt niet voor de hand dat de beleggers zich laten leiden door frustratie: bijvoorbeeld dat de aandelenkoers van Ahold sinds Mobergs officiële aantreden in september 2003 per saldo niets heeft gedaan. Wel aannemelijker is dat de speculanten nu al in contact staan met partijen die geïnteresseerd zijn in onderdelen van Ahold. Analisten van Iris, een onderzoeksafdeling van Rabobank en Robeco, suggereerden gisteren dat Centaurus en Paulson zelfs op pad zijn gestuurd door partijen die tevergeefs bij Ahold aanklopten om de Amerikaanse supermarkten te kunnen kopen.

Zo’n suggestie is niet denkbeeldig. Ahold kan voor een antwoord de boel omdraaien. Waarom zou het niet de minder grote Europese activiteiten verkopen en de opbrengst als zoethouder aan de ontevreden aandeelhouders uitkeren? Uiteraard heeft Ahold zijn wortels in Nederland, maar zakelijk gezien ligt het zwaartepunt van het concern al jarenlang in de VS. De speculanten willen in dat opzicht „een constructieve dialoog” om over opheffing van Ahold te praten. Het is begrijpelijk dat het concern daar tot nu toe niet enthousiast op heeft gereageerd.

Breaking views:pagina 13