Rechter pakt fraude met beleggingen harder aan

Belegger René van den Berg kreeg gisteren een gevangenisstraf van vijf jaar. Dat was hoger dan velen verwachtten. „Het strafklimaat is verhard.”

René van den Berg leek onaangedaan tijdens het voorlezen van het vonnis. Bij het verlaten van de rechtszaal zwaaide hij glimlachend naar familie en vrienden op de tribune.

Toch kan de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam de voormalig valutahandelaar gisteren niet zijn meegevallen. Vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf kreeg hij, precies wat het openbaar ministerie had geëist. De rechters veroordeelden Van den Berg, die tientallen miljoenen lospeuterde bij honderden beleggers door ze hoge rendementen te beloven, onder meer voor oplichting en valsheid in geschrifte.

De straf was aanmerkelijk hoger dan de gister aanwezige vrienden, kennissen en gedupeerden hadden verwacht. Drie jaar onvoorwaardelijk, was de meest gehoorde schatting. Daar zou nog een jaar van overblijven na aftrek van voorarrest en vervroegde vrijlating.

Hoe hoog is de straf van Van den Berg eigenlijk? Voor moord krijg je in Nederland aanzienlijk langer, maar bij doodslag of dood door schuld, bij verkeersongevallen, kom je volgens strafrechtadvocaten in de buurt. Vijf jaar onvoorwaardelijk is in ieder geval aanzienlijk langer dan de straffen in een aantal recente veroordelingen voor financiële malversaties.

Zo kreeg geen van de voormalige topmannen van Ahold een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. En Bart van Elsland, de man achter Bakker Bart, en zijn bankier kregen vorige maand ‘slechts’ acht maanden celstraf voor belastingfraude door aandelentrucs.

„Het is wel hoog, maar ik ben toch niet heel erg verbaasd”, zegt strafrechtadvocaat Daan Doorenbos van het kantoor Stibbe over de straf van Van den Berg. Dat komt vooral, zegt hij, door de hoeveelheid geld die verdwenen is: 127 miljoen euro volgens de curator van de sinds een jaar failliete Van den Berg. Geld dat volgens de curator waarschijnlijk nauwelijks meer te achterhalen is. „Als dat geld nog boven water zou zijn gekomen, zou de rechter vermoedelijk meer waarde hebben toegekend aan het strafmaatverweer van de belegger die de zaken boven het hoofd zijn gegroeid.”

Hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Utrecht Stijn Franken tekent aan dat het strafklimaat voor vermogensdelicten de laatste jaren behoorlijk is verhard, en somt elementen op die de hoogte van de straf bepalen. Allereerst is dat de omvang van de schade, en in hoeverre de fraudeur zelf – rechtstreeks – geprofiteerd heeft. De rechtbank verwijt Van den Berg dat hij zijn ‘luxe levensstijl’ financierde met de beleggingen, en stelde dat persoonlijk gewin als motief ontbrak in de door de verdediging aangehaalde Ahold-zaak.

Daarnaast weegt volgens Franken mee hoe „listig” de fraude in elkaar zat. „Was het een eenmalige, domme fraude, of een langdurige. Hoeveel gedupeerden? Zijn dat privé-personen of een meer anonieme entiteit zoals de fiscus?” Op dit punt maakt de rechtbank Van den Berg grote verwijten. Hij deed immers veel moeite „om het beeld van wonderbelegger in stand te houden”.

Tot slot: berouw. Ontbreekt dat, zegt Franken, dan bestaat het gevaar van herhaling. Een reëel gevaar, vonden deze rechters. Van den Berg hield tot het einde vol dat hij het geld kon terugbetalen met behulp van de mysterieuze Joegoslaaf Petrovic en zijn Tsjechische beleggingen. „Fabelen”, zegt het vonnis, die beleggers valse hoop gaven. „Een voorwaardelijke straf om herhaling te voorkomen zou op zijn plaats zijn”, zei de rechter, maar dat kon niet om technische redenen.