Nieuwe liefde tussen Amerika en Frankrijk

Nu het wapengeweld in het conflict tussen Israël en Hezbollah is verstomd, is een terugblik op de diplomatieke manoeuvres van de afgelopen twee weken verhelderend voor inzicht in de snelle verschuivingen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice heeft haar Franse collega Philippe Douste-Blazy omhelsd en bedankt.

Eerder al had de Amerikaanse VN-ambassadeur John Bolton zijn Franse collega indirect lof toegezwaaid door zich waarderend uit te laten over de koffie die hij bij herhaalde bezoeken in de Franse kantoren had genoten. En dan te bedenken dat het nog niet zo lang geleden is dat op de menukaart van het Amerikaanse Congres ‘french fries’ vervangen werd door ‘freedom fries’.

In het verleden was het de Britse premier Tony Blair die president Bush tot een bijstelling van zijn koers – al was het maar tijdelijk – had weten te brengen. Eerst door een gang naar de Veiligheidsraad te maken alvorens Irak binnen te vallen; later door de urgentie van voortgang naar een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse probleem met een uitdrukkelijke ondersteuning van de ‘twee-statenformule’ te onderstrepen. Duurzaam bleek die invloed niet.

Ditmaal belandde Blair in de marge. Hij wist nog te verhoeden dat de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zich voor een onmiddellijk staat-het-vuren uitspraken, maar de gebeurtenissen in New York gingen al hun eigen weg.

Beslissend was dat bij het tweede bezoek van Rice aan het Midden-Oosten sinds het uitbreken van het conflict, de zelf machteloze premier Fouad Siniora van Libanon een politieke daad stelde: hij liet Rice, al in Jeruzalem, weten dat zij niet welkom was in Beiroet. Een ongehoord affront voor de Amerikaanse diplomatie, waarover, heel verstandig, niet veel ophef werd gemaakt.

Intussen was Douste-Blazy wél in Beiroet, waar hij met Siniora overlegde; en in de marge had hij ook een gesprek met de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken. Zo konden de Franse contacten de weg vrij maken voor bijstellingen in het Amerikaans-Franse resolutieontwerp die aan de eisen van Siniora, gesteund door de Arabische Liga in een spoedvergadering in Beiroet, voldoende tegemoet kwamen om aanvaarding in de Veiligheidsraad mogelijk te maken.

Of die resolutie tot een blijvende oplossing zal leiden, is allerminst zeker. De onmogelijke eis, dat een staakt-het-vuren alleen gerechtvaardigd was als eerst de onderliggende problemen zouden zijn opgeruimd, is vervallen. Maar die root causes vragen er wél om opnieuw aangepakt te worden, met het Israëlisch-Palestijns dossier als kern, doch intussen uitgewaaierd tot een veel complexere problemenreeks.

De Amerikaanse positie, dat met hun onwelgevallige actoren in dit complexe veld, als deel van de ‘as van het kwaad’ en als terroristen niet gepraat kan worden („zij weten al wat zij doen moeten”, dus praten heeft geen zin, zei Rice nog onlangs) zal dan verlaten moeten worden.

Zou de onverwachte Amerikaans-Franse diplomatieke doorbraak in de Veiligheidsraad de voorbode kunnen zijn van een gezamenlijke actieve diplomatie in het Midden-Oosten van de Atlantische partners?

Dan zou de tragedie van de afgelopen maand nog tot een constructieve ontwikkeling kunnen bijdragen, al zijn er ook talloze beren op die weg.

Drs. E.P. Wellenstein is oud-directeur-generaal bij de Europese Gemeenschappen.