Moberg moet wat doen

De oproepen aan Ahold om zichzelf op te splitsen worden luider en luider – en beleefder. De hedgefondsen Centaurus en Paulson & Co willen dat het aan de Amsterdamse beurs genoteerde detailhandelsconcern ‘drastische stappen’ zet om meer aandeelhouderswaarde te creëren. En hoe denken ze hun wensen verwezenlijkt te krijgen? Door middel van een ‘constructieve dialoog’ en een openhartige uitwisseling van gedachten. Het is in potentie een slimme tactiek.

De hedgefondsen beweren dat een eenvoudige verkoop van de Amerikaanse divisie van Ahold, die voor ruim 70 procent van de inkomsten zorgt, de waardering van het hele bedrijf kan laten uitkomen op 9 euro per aandeel, hetgeen neerkomt op een premie van ruwweg 30 procent ten opzichte van de koers van eind vorige week. Die waardering staat los van een eventuele uitbreiding van het vreemd vermogen of mogelijke overnamepremies. Zij is volgens een ingewijde gewoon gebaseerd op een ouderwetse vergelijking met branchegenoten.

Het klinkt eenvoudig, maar zo zit Ahold nu eenmaal in elkaar. Als een verzameling van in de praktijk onafhankelijk opererende bedrijven is het concern weinig meer dan een houdstermaatschappij – en dan nog één die in moeilijkheden verkeert ook. De Stop & Shop en Tops-winkelformules in de VS worstelen bijvoorbeeld met saneringsoperaties en hevige concurrentie, maar geen van beide bedrijven is sterk genoeg om als overwinnaar uit de strijd te komen. Het lijkt een goed moment voor een opsplitsing.

Maar als topman Anders Moberg eerder niet heeft willen luisteren, waarom zou hij dat nu dan wel doen? Met slechts 6,4 procent van het concern in handen kunnen de beide hedgefondsen geen stemming afdwingen. Zij roepen ook niet om Mobergs hoofd. En zij lijken niet van plan hun belangen verder uit te bouwen. Als die boven de 5 procent uitkomen, moeten ze immers hun aandelentransacties openbaren. Dat zou ze wel eens een ongemakkelijk gevoel kunnen geven.

Maar misschien is het uitoefenen van lichte druk precies de bedoeling. Door hun belang klein te houden kunnen Centaurus en Paulson hun standpunt presenteren als een zuiver streven naar waardevermeerdering en niet als typische hedgefonds-achtige geldzucht. Het feit dat ze de betrouwbare Nederlandse financiële adviseur ING in de arm hebben genomen, zou hen moeten helpen andere institutionele beleggers aan boord te krijgen.

Deze fluwelen aanpak biedt Moberg ook de kans om te laten zien dat hij werkelijk geïnteresseerd is in het creëren van waarde voor zijn aandeelhouders. Die kans moet hij met beide handen grijpen. Als hij hem nu laat glippen, kon de volgende uitbarsting van aandeelhoudersactivisme wel eens vuriger worden – en persoonlijker.

John Foley

Voor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld