Liever duidelijkheid dan misleiding

Mogen ministers en staatssecretarissen zeggen dat zij niet op de kandidatenlijst voor de volgende Tweede-Kamerverkiezingen wensen te staan? Plegen zij dan desertie ten opzichte van de (parlementaire) politiek en zijn zij zelfs, wanneer zij pas een paar jaar bewindspersoon zijn geweest, „gemakzuchtig”, zoals de commentator van De Telegraaf het noemde? Met de vervroegde verkiezingen van 22 november in zicht lijkt het even een nationaal vraagstuk te zijn geworden.

Nu, volgens mij is het een oud vraagstuk en loopt het met de ernst ervan nogal los. Want waar staat geschreven dat iemand die zich een aantal jaren geleden op verzoek van zijn of haar partij bereid heeft verklaard om minister of staatssecretaris te worden zich ook, in elk geval politiek-moreel, verplicht om in een volgende periode Tweede-Kamerlid te worden?

Het zou mooi zijn en goed voor het aanzien van het parlement wanneer zoveel mogelijk oud-bewindslieden die bereidheid wél vertonen, daar niet van. Maar mensen die, zoals de zittende de ministers Zalm en Hoogervorst, meer dan tien jaar actief zijn geweest in de landelijke politiek valt niet te verwijten dat zij hun leven niet als parlementariër maar anders willen voortzetten. Trouwens, heel wat partijen, het CDA bijvoorbeeld, vinden het welletjes wanneer hun volksvertegenwoordigers drie parlementaire periodes hebben gediend.

Dezer dagen geven allerlei bewindspersonen uiteenlopende motieven waarom zij niet op de kandidatenlijst willen staan. Nu, terwijl ik vijftig ben, eens een andere richting inslaan (Hoogervorst). Dan wel: mijn horizon verbreden (de 36-jarige staatssecretaris Schultz van Haegen, VVD) bijvoorbeeld. Of, zoals minister De Geus: ik ben een hervormer, een doener, geen parlementariër.

De akeligste motivering om niet op de lijst te gaan staan kwam trouwens van staatssecretaris Ross (48), die na acht jaar in de „vreemde werkelijkheid van Den Haag” vreest dat zij wel eens zou kunnen „verhaagsen”. Zij vertrekt omdat zij, zo zei zij tegen de Volkskrant, graag dicht bij de mensen wil staan. Eigenlijk zei mevrouw Ross dus, per implicatie, dat politici die langer dan acht jaar in Den Haag werken het contact met het volk en de echte werkelijkheid hebben verloren. Een treffende opvatting is dat, zeker voor parlementariërs die al langer dan acht jaar in de landelijke politiek meedoen en in die tijd misschien ook al eens minister of staatssecretaris zijn geweest. Zoals de PvdA’ers Klaas de Vries en – wat langer geleden – Den Uyl en CDA-voorman Lubbers, om er eens drie te noemen aan wie de scheidende mevrouw niet kan tippen.

En dat is maar een greep uit een reeks die veel langer te maken is. Maar ja, in een land waarin een belangrijk deel van de kiezers meent, daarin vaak aangemoedigd door een deel van de media, dat het parlement overwegend bestaat uit „zakkenvullers” die onder „een glazen stolp” hun eigen verkeerde werkelijkheid vieren, komen allerlei Haagse politici er helaas soms aardig mee weg wanneer zij de staf breken over hun eigen werkkring en werksfeer.

Al met al: voor de kiezers en voor de politieke zuiverheid is het niet slecht wanneer zittende bewindspersonen vooraf duidelijk maken dat zij niet als Kamerkandidaat beschikbaar zijn. Of hun partij daaraan de sanctie verbindt dat zij dan ook niet in aanmerking komen voor een post in een volgend kabinet, is een tweede. In elk geval is helderheid vooraf veruit te prefereren boven het misleiden van de kiezers door wél op de kandidatenlijst te gaan staan maar direct of vrij snel na de verkiezingen weer te vertrekken.

Van dat kwalijke, maar oude verschijnsel zijn nogal wat voorbeelden te noemen die dezer dagen merkwaardig weinig aandacht krijgen. Ik noem maar een paar prominente personen uit een lange reeks. De VVD’er Toxopeus was in 1967 lijsttrekker maar liet zich na twee jaar benoemen tot commissaris van de koningin. De koningin, Juliana, was daarover zó ontsticht dat zij het benoemingsbesluit destijds met opzet een paar weken liet liggen. In 1982 trok Dries van Agt de lijst van het CDA. Een maand na de verkiezingen vertrok hij en maakte zo de weg vrij voor een heel andere CDA-politicus als opvolger: Lubbers.

Een kras kunststuk leverde in 1998 ook de VVD’er Bolkestein, die als lijsttrekker een mooie winst haalde en daarna terugtrad om even later lid van de Europese Commissie te worden, conform een al voor de verkiezingen gemaakte afspraak met premier en PvdA-lijsttrekker Kok. Kiezersmisleiding was dat, met voorbedachten rade en bij een geur van bederf bedreven door twee politici die eigenlijk, in de race: wie wordt de grootste partij, elkaars concurrent waren.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.