Leger Oeganda doodt gezochte LRA-leider

Ondanks de dood van een van hun leiders zal de Oegandese rebellenbeweging het Verzetsleger van de Heer (LRA) niet weglopen uit de vredesbesprekingen met de regering. Dat zei het hoofd van de LRA-delegatie in het Zuid-Soedanese Juba gisteren op het bericht zaterdag dat het regeringsleger Raska Lukwiya heeft gedood. Lukwiya is een van de vijf LRA-leiders die worden gezocht door het Internationale Strafhof (ICC).

„We kregen hem rond Kitgum te pakken, nadat hij een hinderlaag had gelegd in het district rond de stad”, zei een legerwoordvoerder. Over Lukwiya is weinig bekend. Volgens minister van Defensie Kiyonga behoorde hij bij de „kleine groepen LRA-rebellen die nog altijd mensen in Noord-Oeganda lastigvallen”. Lukwiya’s moeder vertelde onlangs aan een Oegandese mensenrechtenadvocaat dat haar zoon aan het begin van de twintig jaar oude oorlog als jongeman zelf is ontvoerd door het LRA.

Het ICC heeft Rukwiya aangeklaagd wegens slavernij, ontvoering en bedreiging van burgers en aanvallen op burgers en wil hem berechten voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Bij de in juli begonnen vredesbesprekingen in Juba kondigde het LRA vorige week eenzijdig een bestand af. De regeringsdelegatie wil alleen een staakt-het-vuren tekenen als onderdeel van een algeheel vredesakkoord. Bovendien wil de regering dat internationale waarnemers toezien op zo’n bestand. Zij heeft onder andere Nederland gevraagd daarbij een rol te spelen. Het LRA was woedend over de weigering en het is denkbaar dat de gevechten waarbij Lukwiya omkwam de besprekingen vertragen.

De gesprekken verliepen al moeizaam omdat het onderling wantrouwen groot is. De vijf gezochte LRA-leiders durven niet naar Juba te komen uit vrees te worden gearresteerd door Interpol. Terwijl in Juba wordt onderhandeld met lagere LRA-leden kunnen ontmoetingen met de hogere leiders alleen plaatshebben in de bossen aan de Congolese grens, waar zich ongeveer 5.000 LRA-strijders ophouden. De bemiddelaar, de Zuid-Soedanese vice-president Riek Machar, moet soms dagen wachten tot de leiders uit het woud opduiken.

Onlangs probeerde Machar de al jaren geïsoleerde LRA-leiders te verwennen door hun naaste familieleden mee te nemen naar de grens. Dat had weinig effect, want de leiders lieten weer dagen op zich wachten.