Japan en de oorlog, 61 jaar later ‘Het buitenland hoeft ons in Japan niet de les te lezen’

Tot woede van China en Zuid-Korea heeft de Japanse premier Koizumi vanochtend de Yasukuni-oorlogstempel bezocht. Nationalisten laten zich de wet niet voorschrijven.

„Bravo Koizumi! Banzai.” Enkele honderden mensen, meest mannen, zijn vanochtend al vroeg opgestaan om premier Junichiro Koizumi te verwelkomen als hij aankomt bij de Yasukuni-tempel in Tokio. Ze zwaaien met papieren vlaggetjes en waaiers met het nationale embleem van de rode rijzende zon.

De vorige vijf keren dat Koizumi naar de Yasukuni-tempel ging – omstreden omdat daar onder de gevallenen ook Japanse oorlogsmisdadigers worden geëerd – verliep dat onaangekondigd en hadden de media het nakijken. Nu, uitgerekend op de beladen dag dat in Azië het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht, kan iedereen Koizumi’s bedevaart live op tv volgen. Helikopters van verschillende televisiestations kondigen zijn komst al van tevoren aan.

Veel meer dan een glimp van de premier valt niet op te vangen. Zijn eerbetoon aan de gevallen soldaten speelt zich buiten het zicht van iedereen af in het achterste en heiligste gedeelte van de tempel. Na een kwartier is hij al weer weg. Toch is op zijn gezicht een uitdrukking van zelfvoldaanheid te ontwaren.

Door – voor het eerst – op 15 augustus de tempel te bezoeken, lost Koizumi een verkiezingsbelofte in die hij deed aan de nationalistische rechtervleugel van zijn partij. Het is meteen zijn laatste bezoek als premier – volgende maand treedt hij af. Maar dat maakt de woede van de buren in Azië er niet minder om. Zoals was te verwachten, protesteerden China en Zuid-Korea vanochtend fel tegen de in hun ogen kwetsende provocatie en ontkenning van het Japanse oorlogsverleden. „Premier Koizumi heeft voortdurend, op historische onderwerpen, de gevoelens van het Chinese volk gekwetst”, liet vanochtend het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken weten. „Hij heeft het vertrouwen verloren, niet alleen van de internationale gemeenschap, maar ook van het Japanse volk.”

Politiek is het daarom nu van belang om te weten of Koizumi’s beoogde opvolger, de huidige kabinetssecretaris Abe Shinzo, de bezoeken aan de Yasukuni-tempel gaat voortzetten of niet. [Vervolg JAPAN: pagina 5]

JAPAN

‘Het buitenland hoeft ons in Japan niet de les te lezen’

[Vervolg van pagina 1] Twee weken geleden werd bekend dat de voormalige keizer Hirohito na 1978 is opgehouden met het bezoeken van Yasukuni, omdat hij het niet eens was met het besluit voortaan ook door het Tokio-tribunaal veroordeelde oorlogsmisdadigers op te nemen in het pantheon van de tempel.

Twee tegenkandidaten van Abe in de strijd om het leiderschap van de Liberaal Democratische Partij (en daarmee het premierschap) hebben in hun wanhoop het heikele onderwerp aangegrepen om zichzelf te profileren. Minister van Financiën Sadakazu Tanigaki beloofde dat hij zich niet meer bij de tempel laat zien en minister van Buitenlandse Zaken Taro Aso presenteerde een plan om de tempel onder de hoede van de staat te brengen, en om vervolgens de zielen van de oorlogsmisdadigers een ander onderdak te geven.

Ondanks de buitenlandse kritiek wordt de Yasukuni-tempel in eigen land steeds populairder. Vorig jaar op de 15de augustus bezochten 200.000 mensen de tempel en vandaag zullen het er ondanks de motregen nog meer zijn. Familieleden van gesneuvelde soldaten komen in groepen met bussen uit het hele land. Ze zijn te herkennen aan hun identiek gekleurde hoedjes. Ook zijn er veel veteranen, voor wie deze dag tot een reünie is uitgegroeid. Sommigen hebben zich in hun oude uniform gehesen, marcheren een stukje, en nemen met onvaste stem de strijdliederen nog een keer door. Ze worden bekeken als vreemde fossielen uit een ver verleden tijd.

De leiding van de tempel heeft ook ingezien dat het niet langer kan teren op de vaste klandizie van de oudere generaties. Het oude museum is uitgebreid en van de nieuwste technische snufjes voorzien. „Een ware belevenis voor de jonge generatie die de oorlog niet kent”, belooft een poster.

Maar meer nog dan een problematische interpretatie van de oorlog probeert Yasukuni tegenwoordig Japan zelf te verkopen. „Japanners, wees trots! Als afstammelingen van het volk van Yamato.” De boodschap is al lang doorgedrongen tot de vele rechtse groeperingen en maffiosi die zich in groten getale presenteren. Gestoken in gevechtstenue of in zwart pakken houden zij pacifistische demonstranten hardhandig op afstand.

Ook Hiroshi Mikuriya (44) heeft het licht gezien na zijn eerste bezoek aan de tempel, drie jaar geleden. Sindsdien komt hij elk jaar met het vliegtuig over uit Nagasaki. „Door mijn kennismaking met de heldhaftige voorvaderen die hun leven gaven voor familie en vaderland, heb ik mijn doelloze bestaan vaarwel gezegd. Tegenwoordig werk ik voor een groot staalconcern”, zegt hij.

Hij vindt niet dat de hele oorlog goedgepraat moet worden, en heeft weinig goede woorden over voor de militaire en politieke leiders, die in de laatste twee jaar van de oorlog miljoenen landgenoten moedwillig de dood injoegen. Op zijn T-shirt staat wel: „Japan kent geen oorlogsmisdadigers”. Het gevoel leeft sterk dat men niet door het buitenland verteld wil worden wat wel en niet mag, met name niet door China en Zuid-Korea.

De jonge rechtenstudent Kensuke Oyabu (20) wijst ook de officiële, door de VS opgedrongen interpretatie van de Tweede Wereldoorlog af. Hij komt hier al sinds zijn vijftiende en steunt de door Yasukuni verspreide karakterisering van de oorlog als een grootse heroïsche strijd voor de bevrijding van Azië. Geconfronteerd met de vraag hoe we dan bijvoorbeeld het Japanse koloniale bewind over Taiwan en Korea moeten plaatsen, weet hij dat „de westerse kolonies waren gericht op economische uitbuiting, de Japanse op de vorming van een Aziatische gemeenschap”. Shoko Nakagawa (18) is voor het eerst met haar vriend mee. „Ik houd me niet bezig met goed en fout”, zegt ze. Uit fascinatie voor haar eigen land gaat ze wel beginnen met een studie moderne Japanse geschiedenis. De boodschap „wees trots, wees jezelf, wees Japanner” lijkt aan te slaan.