Introductie van beer is erekwestie in Pyreneeën

Hoe koestert een land zijn natuur? Onze correspondenten reizen deze zomer langs natuurparken. In de Pyreneeën twisten Fransen over allochtone beren.

René Moerland

Soms zijn het sporen van gekrab aan een boomstam, vaker een afdruk van een berenpoot, een overhoop gehaald wespennest of mierennest – en af en toe een aangevreten schaap. Het zijn vaak kleinigheden die berenwatcher Sebastien Dejean vertellen waar de ongeveer twintig beren zijn die in de Pyreneeën wonen. Circa twaalf wonen er op de steile hellingen, op 1.200 tot 1.800 meter hoogte in de centrale Pyreneeën. „Een veroordeelde populatie”, legt Dejean uit: ze zijn met te weinig en allemaal afkomstig van drie Sloveense beren, die in 1996 zijn uitgezet. Inteelt is verzekerd.

In oktober 2004 werd de laatste autochtone Franse beer, Cannelle, neergeschoten door een jager – het strafproces loopt nog. President Chirac sprak destijds van een „ernstige aantasting van de biodiversiteit in Frankrijk en Europa”. De beer kwam hoog op zijn actielijstje, vlak achter het terugdringen van het aantal verkeersdoden en de strijd tegen kanker.

Zo kwam er schot in plannen om opnieuw beren in de Pyreneeën te introduceren. Weer bruine beren uit Slovenië, iets dikker maar genetisch dicht bij de Franse beren. Dit voorjaar zijn Franska, Hwalla, Palouma en Balou uitgezet, onder leiding van Nelly Olin, minister van Ecologie. Maar de ‘beer uit Parijs’ is omstreden. Volgens peilingen is weliswaar tweederde van de streekbewoners vóór, maar een spraakmakende minderheid rebelleert.

Een parlementariër uit de Pyreneeën, Jean Lassalle, verweet Olin een „Vichy-achtige houding, die doet denken aan de politiestaat in de ergste periode”. Een vergelijking met het collaboratieregime dat in de Tweede Wereldoorlog vanuit Vichy opereerde, is zo ongeveer het ergste verwijt voor een Franse minister. Olin heeft Lassalle aangeklaagd wegens smaad.

De introductie van de vijfde Sloveen stelde ze uit, maar begin volgende maand komt hij op zijn laatst, houdt ze vol. De nieuwkomer zal snel op zoek moeten naar een voedselrijke slaapplek voor de winter. Maar de beer is nu eenmaal een erekwestie geworden.

Beren houden zich niet aan de grenzen van natuurparken. Maar zo bont als Balou maakte geen van hen het. In juni werd hij gesignaleerd in de buurt van de grote stad, Toulouse. Paniek! Tegenstanders voorspelden dat het wachten was op de eerste aanval op een mens. „Dat heeft een beer in de Pyreneeën nog nooit gedaan”, zegt Dejean (29). Balou ging uit zichzelf terug naar het voorgebergte, waar het op Slovenië lijkt. Daar werd hij gevangen en opnieuw uitgezet, hoger in de bergen. Nu zit hij bijna in Spanje. Dejean rijdt een paar keer per week over de berghellingen aan de grens, rond Luchon. Een zendertje zoekt contact met de halsband van Balou. Door in cirkels rond te rijden, wijzen de kruislijnen van het zendertje Dejean precies aan waar Balou zit. Maar hij zoekt beren nooit op. „Om hun gedrag niet te verstoren.”

Dejean werkt bij de Equipe Technique Ours, het samenwerkingsverband van jagers en overheden dat belast is met het volgen en bestuderen van de beren. De organisatie wordt wekelijks een paar keer gebeld. Dan denkt er iemand een beer te hebben gezien. Soms is het zo. Vooral in het voorjaar, als er hongerige moeders met jongen op stap gaan, kan het ook gevaarlijk zijn. Dejean vertelt over Ziva, een van de Slovenen die in 1996 werden uitgezet. Toen ze een keer onverwacht oog in oog stond met twee van zijn collega’s, kwam ze dreigend op hen af. „Een intimiderende charge, zoals beren vaak doen”, zegt Dejean laconiek. Ze keerde snel weer om.

Hoe dan ook, de beer aan de Franse zuidrand moet de bergen delen met de mensen, en dat zorgt voor problemen. Jaarlijks krijgen boeren vergoeding voor 200 tot 300 schadegevallen door beren – twijfelgevallen incluis. „Dat is veel minder dan zwerfhonden aanrichten”, relativeert Dejean.

Sommigen hebben hun hoop zelfs gevestigd op de beer. „Welkom in het Berenland” staat er op een kleurig bord bij de ingang van Arbas, een dorp van 240 inwoners aan de voet van een kalkrijk massief met veel grotten: geschikt berenland.

Frankrijk heeft vijftig natuurparken, waarvan 43 door regio’s worden beheerd. De beer doorkruist er in de Pyreneeën twee, plus twee in wording. De burgemeester van Arbas, François Arcangeli (40), zou willen dat de regio één groot natuurpark krijgt, met de beer in het hart. „Deze regio kan wel wat dynamiek gebruiken”, zegt hij in het stadhuis, met permanent zicht op een enorme bruine knuffelbeer in de wachtkamer. „Een beer, daar komen toeristen op af.”

Maar tot een groot natuurpark in de centrale Pyreneeën zal het niet komen. Door politieke problemen zijn de plannen in tweeën gehakt, verdeeld tussen twee departementen. En ook ‘zijn’ deel zal het natuurpark niet naar de beer noemen, lacht Arcangeli. „Dan maken we iedereen boos.”

Arcangeli, naast zijn burgemeesterswerk ook architect in Toulouse, noemt de beer „het symbool voor een nieuwe omgang met de omgeving”. De industrie in de Pyreneeën loopt terug, en ook de lokale herderseconomie sputtert. En: „hoe kunnen wij landen in Afrika vragen zeldzame dieren te beschermen, terwijl wij niets doen voor onze eigen beer?”

Arcangeli is voorzitter van een pro-berennetwerk van elf gemeenten en honderdvijftig andere clubs in de Pyreneeën, de Adet. Twee beren werden in Arbas uitgezet. In april moest het dorp de rekening betalen. Tegenstanders richtten een ravage aan in het stadhuis, dat omhangen werd met prikkeldraad. De galerij werd besprenkeld met schapenbloed, het houten berenstandbeeld op het dorpsplein ging in de fik. „Ze kunnen het niet hebben dat er ook ín de Pyreneeën voorstanders zijn”, meent Arcangeli. „Zo kunnen ze niet zeggen dat de beer is opgelegd door Parijs.”

„Natuurlijk is de beer opgelegd door Parijs.” Philippe Lacube, herder en boer, komt er meteen mee in zijn boetiek met streekproducten in het dorpje Les Cabannes, verderop in de bergen. De officier van justitie heeft vier maanden voorwaardelijk tegen hem geëist voor de actie in Arbas. Lacube is voorzitter van de ASPAP, een vereniging ter bescherming van de identiteit van de Pyreneeën. Dat bloed, dat was het juiste symbool voor wat er aan de hand is, zegt hij. Ze kunnen in deze bergomgeving hun schapen en koeien toch niet permanent bewaken? Lacube: „Dat ze dat vragen, is een kantoorbenadering van de natuur.”

Dit is deel acht in een serie. Eerdere delen zijn te lezen op www.nrc.nl/buitenland