Hezbollah is voorlopig niet verslagen

De Libanese shi’itische organisatie Hezbollah heeft tegen Israël zware verliezen geleden. Maar zij is niet verslagen, en zij is meteen aan het werk gegaan om haar positie te versterken.

Er is wel het een en ander af te dingen op de claim van Hezbollahleider Nasrallah dat zijn organisatie een „historische, strategische overwinning” heeft geboekt tegen Israël.

Niet alleen zijn in Libanon meer dan 1.000 burgers gedood en is er voor miljarden euro’s schade aangericht, ook heeft zijn eigen strijdmacht zware verliezen geleden.

De cijfers die Israël heeft bekendgemaakt – „70 procent van het arsenaal aan lange-afstandsraketten is vernietigd, 50 procent van hun katjoesjaraketten en van hun bunkers, ondergrondse tunnels en commando-infrastructuur langs onze grens is niets meer over [..]” – zijn verder niet bevestigd. Maar van de dorpen in het grensgebied waar Hezbollah zat, is niets over en ook elders zijn Hezbollahgebouwen en -bases platgebombardeerd. Misschien zijn niet 585 Hezbollahstrijders gedood, zoals Israël zegt, maar zeker wel véél. En Nasrallah moge een held zijn geworden voor veel Arabische burgers (niet bij hun leiders die zijn toegenomen invloed vrezen); het is de vraag of zijn versterkte positie onder de Libanezen, ook buiten zijn shi’itische achterban, standhoudt als de volledige omvang van hun schade duidelijk wordt.

Toch is de strijdmacht van de fundamentalistisch-shi’itische organisatie niet vernietigd, zoals Israël aan het begin van de oorlog aankondigde, en in Iran en Syrië heeft zij onverminderd bereidwillige bondgenoten en wapenleveranciers. Evenmin is zij verslagen, zoals de Amerikaanse president George Bush en de Israëlische premier Ehud Olmert gisteren verkondigden. Hezbollah moet officieel weg uit Zuid-Libanon ten zuiden van de rivier de Litani, maar wie kan bijhouden of er onder de terugkerende vluchtelingen Hezbollahstrijders zijn? En de duurzame regeling, die draait om de ontwapening van Hezbollah, waarmee deze crisis volgens Israël en de VS moest eindigen, is officieel tot later doorgeschoven. De grote vraag is wanneer dat latere stadium aanbreekt.

De bestandsresolutie die de VN-Veiligheidsraad vrijdagavond unaniem aannam en die de basis is van het huidige staakt-het-vuren, gaat niet verder dan „het belang” te onderstrepen van uitbreiding van het Libanese regeringsgezag over het hele land, in overeenstemming met het akkoord van Taif (1990, de formele beëindiging van de Libanese burgeroorlog), en VN-resolutie 1559 (2004). Er wordt geen nieuwe sterke ‘NAVO-type’ vredesmacht in Zuid-Libanon gelegerd, zoals Israël wilde. Het oude, tot dusverre krachteloze UNIFIL wordt opgetuigd met ongeveer 13.000 extra manschappen en een verstevigd mandaat. Er is een wapenembargo tegen Hezbollah, maar UNIFIL mag alleen tegen wapensmokkel in actie komen op verzoek van de Libanese regering, waarvan Hezbollah deel uitmaakt.

Voor Nasrallah was dit voldoende om de resolutie te accepteren. Dat wil zeggen formeel. Want hij zei zaterdag niet alleen dat Hezbollah blijft vechten tot Israël uit het zuiden weg is, maar noemde verzet tegen Israël „ons natuurlijk recht”. „We moeten niet de fout maken, niet bij het verzet, de regering of de bevolking, te geloven dat de oorlog afgelopen is. De oorlog is niet afgelopen.”

Libanese ministers die dachten toch de kwestie van Hezbollahs ontwapening op de agenda te kunnen zetten, kwamen meteen van een koude kermis thuis. Een speciale kabinetszitting gewijd aan dit onderwerp werd zondag tot nader order uitgesteld. Nasrallah zelf waarschuwde gisteren in een toespraak voor het Hezbollahtelevisiestation Al-Manar: „De kwestie van de ontwapening kan niet haastig en onder druk worden geregeld. Zij moet worden opgelost in een dialoog tussen Libanezen.”

Nasrallah zei in dit verband te twijfelen aan het vermogen van het Libanese leger en UNIFIL om Libanon te verdedigen. „Zal het leger zich kunnen verdedigen als aan Libanon een oorlog wordt opgelegd, en zal een versterkt UNIFIL Libanon kunnen verdedigen?” Met andere woorden: Hezbollah moet zijn wapens houden.

En meteen zette hij zich aan het werk om Hezbollahs draagvlak bij de bevolking te behouden. „Maak u geen zorgen”, zei hij tot de honderdduizenden ontheemden. „Morgen zullen we u geld geven om uw verwoeste woningen te herbouwen of een woning te huren” in afwachting daarvan. „Wij zullen niet wachten tot de regering die tijd nodig heeft” reageert. Dat is de efficiënte sociale kant van Hezbollah, waartegen de centrale regering het steevast aflegt. Geld genoeg, met dank aan Iran, Syrië en andere financiers.