Het werk is mooi, maar zo mag je niet kijken

Tentoonstelling: Joseph Semah, Read full Text. T/m 3/9 in Museum van Bommel van Dam, Deken van Oppensingel 6, Venlo. Di-zo 11-17 u. Inl: 077-3513457; www.vanbommelvandam.nl.

De visie van Joseph Semah is niet eenvoudig. De kunstenaar, geboren in Bagdad en alweer decennialang woonachtig in Amsterdam, heeft een zwaar gevecht gekozen tegen de heersende opvattingen in de kunstkritiek en kunstgeschiedenis. Zijn missie is te tonen hoe religie een rol speelt in de moderne kunst. Hij doet dat als een roepende in de woestijn. Ten grondslag aan Semahs werk liggen elementen uit het joodse geloof en de joodse traditie, zoals de Torah en een tallid (gebedsmantel) – ook al is hij zelf geen praktiserend gelovige.

Semah verwerkt gebedsmantels als constructivistische kleurvlakken, kleurt de Talmoed in met de elementaire kleuren van De Stijl. Hij breekt een lans voor zijn eigen theorie dat de modernistische kleurvlakken van Barnett Newman helemaal niet gaan om de abstracte vorm en kleur, maar dat het schilderijen zijn met de joodse gebedsmantel als uitgangspunt. Maar ook kunstenaars als Joseph Beuys ziet Semah in een heel ander licht: de haas staat symbool voor het joodse volk dat is opgejaagd. Beuys’ performance How To Explain Pictures to a Dead Hare (1965) (Beuys met een dode haas in zijn armen) moet je volgens hem dan ook zien als een commentaar op het jodendom.

Zijn tentoonstelling Read Full Text in Museum Bommel van Dam is een ernstige expositie, waarin symboliek en verwijzingen naar joods cultuurgoed de hoofdtendens vormen. Dat maakt het haast onmogelijk het werk puur op vorm te bekijken. Semah heeft kritiek op de hedendaagse kunst en de kunst na 1945, waarin het joodse aspect van het westerse cultuurgoed (dat in beginsel joods-christelijk is), verdwenen is of wordt genegeerd. Hij wil de ogen openen voor het ondergesneeuwde joodse cultuurgoed, en en passant ook mensen nader tot elkaar brengen.

Museum van Bommel van Dam heeft het werk van Semah de afgelopen jaren verzameld. De tentoonstelling oogt als een opslagplaats, waarin zoveel mogelijk kunstwerken gepropt zijn. Overal staan, hangen en liggen de sculpturen en werken op papier. Semah maakte een aantal ingelijste werken met kleurvlakken, die tegen de witgeverfde stenen van Museum van Bommel van Dam opeens typische kantinekunst worden: een beetje kleur, abstract, onopvallend en schadeloos. Het werk wordt hier door de omgeving ontkracht.

Semahs werk kan betoverend mooi zijn, symbolisch. Het beste zijn zijn sculpturen van ijzer en brons. In de centrale zaal liggen grote vierkante metalen dozen, steunend op bronzen dierenschedels. Ze zijn vierkant en hoekig, zo modernistisch als het maar kan, maar de vorm is gebaseerd op Hebreeuwse letters. Behulpzame tekstbordjes die beginnen met een dwingend ‘Let op!’ geven de broodnodige uitleg. Ze maken de expositie begrijpelijker, maar zijn erg sturend. Semah is zieltjes aan het winnen voor zijn visie. Hij valt de modernistische tendens aan om een kunstwerk als vorm te benaderen, zonder de inhoud centraal te stellen. Zijn tweedimensionale werken, zwart-witte vlakken met borduurdraad zijn mooi, maar eigenlijk mag je zo niet kijken van de kunstenaar. En dat gaat wringen. Het lijkt erop dat Semah een iconoclast is, maar dan eentje die de kunst juist aankleedt met betekenissen, waar anderen haar eventueel van hadden ontdaan.

Het maakt Semah tot een moeilijke kunstenaar. Zelf presenteert hij zich in interviews als underdog van de kunstwereld, maar intussen heeft zijn werk wel de weg gevonden naar menig collectie. En terecht, zijn werk is intrigerend en niet alleen symbolisch, maar ook kwalitatief goed. Daarom is het jammer dat in Venlo bijvoorbeeld zijn tekeningen niet te zien zijn, en dat niet gekozen is voor meer sculpturen, toch zijn meest aansprekende werk.

Dat de presentatie zo overvol is, werkt ook al niet mee. Elk werk is opnieuw een statement van Semah, waarmee hij zijn punt wil maken. En dat komt drammerig over.