Een belofte met Duitse trekjes

Robin Haase (19) geldt deze week als de favoriet bij de NK tennis in Amsterdam.

Maar is de nummer 263 op de wereldranglijst ook klaar voor ‘het grote werk’?

Tijdens het gesprek met Annie Haase klinken twee piepjes op de achtergrond. Een sms’je van zoon Robin Haase vanuit het Russische Sint Petersburg. Staccato leest ze het berichtje voor: „Verloren: 1-6, 6-1 en 7-5. Stond 5-2 voor in de laatste set en kreeg twee matchpoints.” Het negentienjarige talent is, net als een week eerder, dichtbij de finale van een challengertoernooi, maar komt op de beslissende momenten nog tekort. De komende maanden hoopt hij zijn opmars voort te kunnen zetten. Op de wereldranglijst steeg de Hagenaar gisteren van de 297ste naar de 263ste plaats. Haase geldt deze week als favoriet bij de nationale tenniskampioenschappen in Amsterdam, waar profs Raemon Sluiter, Melle van Gemerden en Peter Wessels ontbreken. Grootste concurrenten voor Haase op de banen van Gold Star zijn getalenteerde generatiegenoten als Igor Sijsling, Antal van der Duim, Thiemo de Bakker en Jesse Huta Galung.

Haase werd geboren op 6 april 1987 in Den Haag, als zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Zijn eerste levensjaren brengt hij echter door in het Duitse Hamm. In het plaatsje nabij Dortmund houdt hij op zijn derde voor het eerst een tennisracket vast. Annie Haase: „De zandbak op het tennispark liet hij links liggen. Robin wilde ook een racket in zijn handen. Ik moest hem dan de bal toewerpen en hij wilde terugslaan. Ik tenniste in die tijd vaak met vriendinnen, maar met Robin ging ik altijd een half uur eerder naar de club om met hem te spelen. Anders liet hij me niet met rust. Wat grappig was: hij sloeg soms zo ver door dat het racket op zijn hoofd eindigde. Ik heb Robin vroeger altijd moeten afremmen. Hij wilde ook overal een wedstrijd van maken. Dan moest hij rondjes lopen om de vijver, als training, en dan moest ik z’n tijd opnemen. Wilde hij de volgende keer nog sneller. Typisch Robin.”

Op zijn zesde keert Haase met zijn ouders, zijn zus Inga (nu 27) en broer Eric (25) terug naar Nederland. Robin en Eric melden zich aan bij de tennisschool van Frits Don in Wateringen, waar ze les krijgen van Tjerk Bogtstra. „Voor de training stond Robin altijd eerst tegen het muurtje te tennissen. Een klein ventje, maar toen al zeer gedreven. Hij wilde altijd de bal hebben”, herinnert de huidige captain van de Davis-Cupploeg zich. „Als ik hem wat probeerde uit te leggen, liep hij vaak na een paar tellen al naar de baseline. Dat gepraat vond hij maar verloren tijd.”

Haase’s leven staat in het teken van tennis. Als de bond hem een opleiding aan het nationale tenniscentrum van Almere aanbiedt, probeert zijn moeder alles in het werk te stellen haar jongste zoon zoveel mogelijk bij te staan. „Dan stond ik om één uur bij school met een warme maaltijd, hup de auto in, trainen en ’s avonds rond een uur of acht thuiskomen. Dan moest hij nog eens huiswerk maken en stof inhalen die hij overdag had gemist. Op school was hij afhankelijk van ons. Om tijd te sparen, haalde ik hem op. Hij heeft het atheneum afgemaakt. Ik keek vroeger of hij wel genoeg rust nam en op zijn lichaam lette. Nu houdt hij dat zelf in de gaten. Hij is zelfstandig geworden.”

Bij de bond in Almere werkt Haase sinds vorig jaar met Rohan Goetzke, de voormalige coach van Wimbledonwinnaar Richard Krajicek. Een jaar geleden nam Haase het in een demonstratiepartij op tegen Nederlands beste tennisser ooit. Krajicek won het duel in drie sets. „Robin stond een set en een break voor, maar kon het uiteindelijk niet afmaken”, laat Krajicek vanuit zijn vakantieadres in Spanje weten. „Toch was ik wel onder de indruk van hem. Zijn slagen kwamen goed door. Ik zie hem als een agressieve baseliner. Hij is mentaal sterk en heeft een goede service.”

Toernooidirecteur Krajicek gaf Haase in 2004 een wildcard voor de kwalificaties van het World Tennis Tournament in Ahoy’. Daarin vroeg de junior om een strafpunt voor zijn tegenstander, nadat die zich onsportief opgesteld zou hebben. „Dat was niet zo slim”, zegt Krajicek. „Je tegenstanders zijn ook je collega’s die je overal ter wereld tegenkomt. Bij de overstap van de junioren naar het profcircuit moet je bepaalde dingen leren. Maar als ik zie hoe hij de laatste tijd bezig is, dan gaat het de goede kant op. De buitenwereld heeft een bepaald verwachtingspatroon, maar op de tennisbanen buiten Nederland heeft hij vooral met zichzelf te maken. Het is goed dat er nu een groepje talenten is. De jongens kunnen zich aan elkaar optrekken.”

Hans Felius, technisch directeur van de bond, ziet Haase als een product van het beleid dat de bond in 1999 inzette. „Robin was één van de eerste tennistalenten die we op jonge leeftijd internationale ervaring op hebben laten doen. Het was voor ons ook lang de vraag of hij het zou kunnen gaan maken. We hadden weinig vergelijkingsmateriaal. Ik heb met hem heel wat afgereisd. Het is een intelligente jongen die goed luistert, maar hij gaat toch zijn eigen weg. Hij gebruikt zijn intelligentie ook op de baan. Zijn tactisch vermogen is één van zijn sterke punten. Het blijkt dat hij het niveau van challengers nu al aankan. Al verwacht ik niet dat hij direct de volgende stap kan zetten. Dat heeft tijd nodig. Zo denk ik dat hij nu nog niet toe is aan het spelen voor de Davis-Cupploeg. Maar misschien wordt hij bij gebrek aan beter binnenkort toch opgeroepen.”

Davis-Cupcaptain Tjerk Bogtstra houdt er inderdaad rekening mee dat Haase tot zijn selectie behoort, die eind september tegen Tsjechië moet strijden voor een plaats in de wereldgroep. „Als we puur naar zijn niveau kijken, dan is Robin nog niet klaar voor de Davis Cup. Dan moet je eigenlijk in de tophonderd staan”, stelt Bogtstra. „Maar in Nederland behoort hij nu al tot de beste spelers van dit moment. Hij heeft alles in zich om verder te ontwikkelen, maar hij is er nog lang niet. Vooral fysiek kan hij zich nog verbeteren. Laten we hem de tijd geven. Als hij over een paar jaar bij de beste honderd staat is Robin toch nog steeds een jonge gozer?”

Ook zijn generatiegenoot Jesse Huta Galung (20) tempert de hoge verwachtingen. „Verwacht van ons niet dat we ineens het Davis-Cupteam succesvol gaan ‘dragen’. We moeten de tijd krijgen.” Huta Galung kent Haase nu zo’n vijf, zes jaar. „Robin is iemand die nooit zijn mond houdt. Hij is de sfeermaker in de groep en brengt gezelligheid. Hij is nooit chagrijnig.”

Huta Galung merkt dat Haase een Duitse achtergrond heeft. „Robin wint meestal in de tiebreak na drie sets. Duitse voetballers scoren toch ook altijd in de laatste minuut?”