De hond is het beu en komt de auto niet meer uit

Op de camping in het Delftse Hout waren gisteren pompwagens nodig om het riool leeg te zuigen. Ondanks de zware regenval blijven de meeste gasten staan. „Er is genoeg te doen.”

Op zijn blote voeten staat hij in een grote plas water. Het regent. Alsof hij de keukenvloer dweilt, haalt Ian Wrathall uit het Engelse Uckfield een trekker over het gras voor zijn tent. Hij hoopt „het water te verplaatsen”. Wrathall is voor het eerst met zijn vrouw en twee kinderen in Nederland op vakantie, ze staan op camping Delftse Hout. „En wij dachten dat het in Wales erg was”, lacht hij.

Op de camping in Delft regent het onafgebroken. Op het geluid van de regen na is het er stil. Niemand loopt op het terrein, de speelplaats is verlaten en het zwembad is gesloten. „Onze gasten zitten binnen of zijn de stad in”, vertelt beheerder Pim Meijkamp. Hij heeft net met de gemeente gebeld. Pompwagens komen vandaag voor de vijfde maal het riool leegzuigen.

Overvloedige regen leidde gisteren vooral in de kustprovincies tot wateroverlast. In Rotterdam stroomden terrassen over, in Rijswijk sprong een riolering en een windhoos in IJmuiden kostte aan veel meeuwen het leven. In Delft liepen goten en hemelwaterafvoeren over en kwamen straten en viaducten onder water te staan.

Sommige delen van camping Delfste Hout, met tweehonderd plaatsen, staan blank. Alle velden zijn drassig. „Vandaag zijn een aantal mensen met tenten vertrokken”, vertelt de beheerder „maar het merendeel blijft”. Hij legt uit dat de camping centraal ligt en dat de meeste toeristen tripjes maken. „Er is genoeg te doen; Blijdorp en de Euromast in Rotterdam, Sealife in Scheveningen en Panorama Mesdag in Den Haag.”

De Ikea in Delft, vlakbij de camping, is ook een populaire bestemming. De Engelse James en Marianne Bloice Smith komen er net vandaan. „Voor een refill, een cheap meal en een paar theelichtjes.” Het plan was om naar het Rijksmuseum in Amsterdam te gaan. „Maar het regent zo hard dat we het niet zagen zitten.” James heeft net een geul voor de tent gegraven. Ondanks de „fantastische camping” behoort deze vakantie toch „tot de topdrie van slechtste vakanties ooit”.

Voor Nederlanders zijn de toeristische attracties bekend terrein. „Wij zijn dus echt aangewezen op de camping”, verzucht Juliëtte Heutink uit Den Haag. Met haar man en zoon staan ze hier bijna drie weken met een vouwwagen. Ze puzzelen, kaarten en lezen. Het liefst gingen ze nu fietsen, zwemmen of tennissen. „Maar dat gaat niet met dit weer.” Haar hond is het ook zat, die komt de auto niet meer uit. De vloer in de voortent is nat. „De grond is verzadigd, het water kan niet meer weg en loopt de tent in”, legt haar man Arthur uit. De regen komt sinds enkele dagen ook via de ritssluiting naar binnen en daarom heeft hij een extra zeil over het de tent gegooid. „Kramperen, noem ik dit.”

Maar naar huis gaan, doet de familie niet. De mensen op de camping zijn aardig, de faciliteiten zijn goed en het meest belangrijk: hun zoon van tien jaar vermaakt zich hier prima. Op de camping worden de hele dag tal van activiteiten georganiseerd voor de jeugd. Vrijdag was er een musical, de hele week kunnen de kinderen knutselen en vanavond is er een disco.

Normaal gesproken hoeft Nellie Sidler uit Den Haag – ze staat hier al bijna zes weken – niet beziggehouden te worden, maar nu hadden ze van haar wel een bingo mogen organiseren. „Je kan de tent bijna niet uit”, vertelt ze liggend in een slaapzak. „Ik voel me gevangen.” Haar man Eddy blijft vrolijk. Hij doet de halogeenkachel aan, rookt een sigaretje en kijkt wat televisie. Hun dochters vermaken zich ook. Die doen mee met campingactiviteiten en spelen met de hond en het konijn. De meisjes komen af en toe naar de tent gesneld om nieuwe boterhamzakjes om hun sokken te doen. „De kaplaarzen kunnen de voeten niet droog houden”, vertelt hun moeder.

De buren van de familie Sidler zijn afgelopen week al een paar keer het reisbureau binnengelopen. Maar ze vinden de lastminutereizen „best duur”. Ze hoorden ook dat het op Schiphol erg druk was. „Misschien moeten we morgen maar lekker naar huis.”