De grondlegger van de Citotoets

Adriaan de Groot stond aan de basis van het Cito en de Citotoets.

Hij heeft ervoor gezorgd dat de toets geheel uit meerkeuzevragen bestaat.

Voordat in de jaren zestig de Citotoets werd ingevoerd, bepaalden juffen en meesters zelf welk vervolgonderwijs geschikt was voor een leerling van de lagere school. Psycholoog Adriaan de Groot was een groot voorstander van standaardisering van schoolresultaten en het objectief meten ervan. Hij was een van de oprichters van het Cito en wordt beschouwd als geestelijk vader van de Eindtoets Basisonderwijs, de Citotoets. Afgelopen nacht overleed hij op 91-jarige leeftijd op Schiermonnikoog, waar hij woonde.

De eerste hoedanigheid waarin Adrianus Dingeman de Groot (1914) bekendheid genoot, was als schaker. In de jaren dertig was hij doorgedrongen tot de toptien van beste schakers van Nederland.

Zijn wetenschappelijke carrière heeft De Groot grotendeels doorgebracht op de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde er wiskunde en psychologie. Nadat hij in 1941 cum laude zijn doctoraal had behaald, promoveerde hij in 1946 met het proefschrift Het denken van een schaker. Hierin liet hij zien dat het verschil in niveau tussen grootmeesters en amateurs niet zozeer bestaat uit verschil in rekencapaciteit, maar uit het vermogen om stellingen te herkennen. In 1961 publiceerde hij zijn hoofdwerk Methodologie. Dat boek geldt als standaardwerk van de methodologie van de sociale wetenschappen.

Door een studiereis naar de Verenigde Staten kwam De Groot op het idee van een instituut voor toetsontwikkeling. „Mede op zijn instigatie werd het Cito door het ministerie van Onderwijs opgericht, in 1968”, zegt een woordvoerder van het Cito. In de hal van het Cito hangt zijn portret. „Voor onderwijskundig Nederland is hij heel belangrijk geweest. Zijn boek Vijven en Zessen uit 1966 staat in de boekenkast van iedere onderwijzer.”

De Groot stond niet alleen aan de basis van de Citotoets, ook zorgde hij ervoor dat de toets geheel bestaat uit meerkeuzevragen, waar hij een groot voorstander van was. Op dit moment maken jaarlijks ongeveer 162.000 leerlingen de Citotoets.