De beste camera’s

Zonder vakantiefoto’s heb je geen goed geïllustreerd verhaal voor het thuisfront. Het is dus belangrijk een camera mee te nemen, voor elke gelegenheid een ander exemplaar. Hier vijf op een rij.

1Het digitale ultradunne minicameraatje, bijvoorbeeld van Casio. Deze heb je nodig voor momenten waarop je niet wilt dat de gefotografeerde je ziet. Hij past precies in de hand. Hiermee kun je hipshots maken (fotograferen vanuit de heup, zonder door de lens of op het lcd-schermpje te kijken). Het resultaat kan soms verbluffend zijn.

2Voor de landschapsfotograaf is de digitale Kodak met dubbele lens ideaal. Je kunt daarmee panorama’s maken tot 360 graden. En dan niet allemaal van die over elkaar geplakte foto’s met naden en hoogteverschillen, maar één mooie foto.

3Voor de leuk is er de ouderwetse polaroidcamera. Je kunt de (dure) ‘meteen klaar’ foto’s als cadeautje weggeven aan je gastgezin, de douanebeambte en verkeersagent of het beeld meteen in je reisdagboek plakken om de nieuwsgierige thuisblijvers op je eerste dag terug al te verrassen.

4Voor het ambachtelijke werk neem je de Mamiya 645 mee. Deze is wel voor de echte fotofan, want het is een hoop sjouwwerk en er passen slechts vijftien foto’s op een dure film. Maar als je goed kijkt, het juiste moment vangt en goed scherpstelt (alles met de hand instellen), dan is het resultaat niet te versmaden.

5Soms kom je op plekken terecht waar een camera niet handig is, maar meestal heb je tegenwoordig je mobieltje in je broekzak. Deze zijn steeds vaker uitgerust met een cameraatje. Ideaal voor popconcerten, bij vergeetachtige buien (weer mijn camera vergeten!) en als je niet dat kleine digitale toestel voor de vakantie hebt gekocht, maar wel je zware digitale spiegelreflex die je die dag zat bent. En deze foto’s kan je zelfs al sturen voordat je thuiskomt. Is het thuisfront helemaal tevreden.