Bums

Het was een wedstrijd die de Baltimore Orioles hadden moeten winnen. Tegen de Red Sox uit Boston namen ze zaterdag drie keer een voorsprong om uiteindelijk toch te stranden. Dankzij een honkslag van Manny Ramirez, de rastaman uit de Dominicaanse Republiek met de dansende dreadlocks. Geen droge knal van Ramirez, maar een sloom rollertje dat Miguel Tejada, de kortestop van de Orioles, net niet te pakken kreeg en verrevelder Brendon Fahey daarna uit zijn handen liet glippen: 8-7 voor Boston.

Om de Italiaans-Amerikaanse oma van mijn echtgenote te citeren: de Orioles zijn een stelletje bums. Vrij vertaald: klootzakken. Grandma Jenny, God bless her heart, hobbelde de laatste jaren van haar leven op een gezond been en een kunstbeen na het avondeten naar haar vertrek in de kelder van het huis van mijn schoonouders in Baltimore. Daar luisterde ze naar het wedstrijdverslag van de Orioles. De volgende ochtend, aan het ontbijt, gaf ze na een nederlaag een eenregelig verslag van de wedstrijd: ‘Stelletje klootzakken’. Daarna verorberde ze, met van woede fonkelende ogen, twee spiegeleieren en een bagel met smeerkaas.

Bums. Dat geldt ook voor de Red Sox, maar dan in de andere betekenis van het woord. Ze zien er uit als zwervers, althans de twee vedetten van het team, David Ortiz en Manny Ramirez. Ortiz, alias Big Papi, leidt de competitie in homeruns. Ramirez geldt als de kleurrijkste speler van het Amerikaanse honkbal. Vorig jaar zorgde hij voor ophef door midden in het seizoen op eigen initiatief op de bank plaats te nemen. Hij had geen zin. Critici vonden dat hij voor een jaarsalaris van 20 miljoen dollar maar zin moest maken. Daar trok hij zich niets van aan.

Bij zijn terugkeer sloeg hij toe met een winnende honkslag. Na de wedstrijd gaf hij een persconferentie. „Ze houden hier van mij’, zei hij. Dat doen ze nog steeds. Zaterdag won Ramirez opnieuw de wedstrijd voor de Red Sox.

Menno de Galan

Dit is het tweede deel in een reeks over honkbalcultuur in de VS.