Broedplaats van creativiteit

Veel Tilburgse kunstenaars zijn erg tevreden over het creatieve klimaat in de stad.

Dat komt vooral vanuit de HBO-opleidingen, want die zitten midden in het centrum.

„Wie uit de Randstad komt, begrijpt het niet. ‘Wat moet je daar nou?’, vragen ze. Daar gebeurt toch niks? Maar als je hier woont, weet je wel beter.”

Kunstenares Diane Schouten heeft het over Tilburg. De stad die vooral bekend staat om zijn lelijkheid, zijn oude textielindustrie en de grote kermis in de zomer. Niet om zijn creativiteit en cultuur. Maar dat beeld is achterhaald.

Wie even de moeite neemt om te kijken, ziet een stad met zes kunstopleidingen, een internationaal bekend poppodium, veel aandacht voor theater en muziekfestivals en een gemeentebestuur dat risico’s durft te nemen.

Twee jaar geleden zag het daar nog niet naar uit, toen de Tilburgse Kunststichting failliet ging. Daardoor werd een aantal belangrijke culturele voorzieningen in de stad gesloten. Theater De Vorst, expositiegebouw Faxx en cursuscentrum het Duvelhok moesten dicht.

Reden voor de gemeente om het cultuurbeleid in de stad rigoureus anders aan te pakken. Cultuur kwam hoog op de agenda en er werd geld vrijgemaakt om te investeren in nieuwe projecten, waaronder een aantal broedplaatsen voor ‘cultureel ondernemers’. Dit jaar besteedde de gemeente 2,1 miljoen euro aan cultuur, een verdubbeling ten opzichte van voorgaande jaren.

„De overgang was wel even wennen”, vertelt Eric Maas. Hij is zakelijk leider van T.R.A.S.H., een heftige danstheatergroep in punkstijl. Tot voor kort repeteerde zijn groep in een „beschimmelde fabriek” in Tilburg-Zuid, „waar het rock & roll-gehalte wel erg hoog was”. Nu heeft hij twee verdiepingen tot zijn beschikking in ateliercomplex NS16. „Eerst dacht ik: is zo’n pand niet te chique voor ons? Maar we zijn de laatste jaren geprofessionaliseerd. En dit klopt.”

Het twee maanden geleden geopende NS16 is een van de voortrekkers van het nieuwe culturele leven in Tilburg. In de 1.400 vierkante meter van een voormalige viltfabriek aan het NS-plein zijn veertien ondernemingen gevestigd, allemaal met een culturele achtergrond. Er is een fotografe, een striptekenaar en een grafisch vormgever. Popband Krezip heeft een geluiddichte repetitieruimte in de kelder. Diane Schouten maakt er bijzondere handgeborduurde tassen met daarop kunstwerken in de vorm van vissen. Ze deelt haar atelier met schilder Bas Mulder. Zijn verfkwasten en haar borduursels liggen door elkaar. „Dan krijg je vanzelf kruisbestuiving”, zegt Mulder.

Aan creatieve voorwaarden zijn de leden niet gebonden. Wel moeten ze hun inkomsten voor minstens 50 procent uit hun culturele bedrijven halen. Het pand heeft vier ton gekost, maar door zelfbouw hebben de aangesloten kunstenaars nog wat geld over weten te houden. Eric Maas vindt het bijzonder dat de gemeente zoveel heeft willen investeren in de broedplaats. „We maken nu niet bepaald overheidskunst.”

De meeste kunstenaars in het complex zijn opgeleid op de Tilburgse hogescholen, een paar komen van opleidingen in de regio zoals de Academie St. Joost in Breda. Na hun studie hebben ze de stad niet verlaten om naar bekendere kunstbolwerken in de Randstad te trekken. „Als je het in Amsterdam binnen een jaar nog niet gemaakt hebt, ben je een loser”, meent Diane Schouten. Ook vormgever Michiel Corten houdt zijn bureau Bruut Ontwerp bewust in Tilburg. „Het is de Aldi der steden. Lelijk, zonder veel pretenties. Maar het is die underdogpositie die de stad juist prettig maakt om in te werken. Die stimuleert creativiteit.”

Edwin Jacobs, tot voor kort directeur van is Museum Jan Cunen in Oss, is het daarmee eens. Hij is door de gemeente Tilburg gevraagd de mogelijkheden van een nieuw centrum voor kunst te onderzoeken. Maar Jacobs gelooft niet „in denken in glas en steen”, en dus creëerde hij een nieuwe functie voor zichzelf: die van ‘cultuurmakelaar’.

Hij heeft twee jaar de kans om voor de gemeente te experimenteren met kunstprojecten. „Ik kan het nog niet bewijzen met cijfers en diagrammen, maar ik geloof dat in deze stad meer inspiratie zit dan in het westen”, zegt hij.

Volgens Jacobs komen de bewegingen in het culturele veld in Tilburg expliciet vanuit de hbo-opleidingen. „Het is het hbo die maakt dat cultuur hier leeft.” Volgens Jacobs onderscheidt Tilburg zich daardoor sterk van andere studentensteden, waar de initiatieven vaak van de universitaire studenten komen.

Waar de universiteit van Tilburg ver buiten het centrum in de bossen verscholen ligt, zijn de hbo-opleidingen midden in het centrum. Dat vergemakkelijkt de samenwerking met andere instellingen in de stad. De Rockacademie, goed voor 190 studenten, is sinds haar oprichting in 1999 goed ingebed geraakt in de Tilburgse culturele wereld. „Onze Performing Nights, voorspeelavonden van de studenten, houden we bijvoorbeeld in poppodium 013”, vertelt Marianne Toussaint van de Academie.

Dansgezelschap TRASH werkt samen met theater De Vorst, dat na het faillissement weer op poten is gezet. Diane Schouten werkt op haar beurt weer met het Tilburgse textielmuseum, waar ze moderne technieken als het ‘lasercutten’ van textiel voor haar kunnen uitvoeren.

„Je kunt niet spreken van één Tilburgse identiteit. Maar wat kenmerkend is, is dat mensen elkaar hier het succes gunnen.”, vindt Schouten. „We werken naast elkaar en met elkaar, in plaats van tegen elkaar.”