Adnan voelt weer de angst van 1987

De vluchteling Abdullah Al Mansouri uit Maastricht werd in mei door Syrië uitgeleverd aan Iran. Dat land ontvluchtte hij in 1987, nadat hij ter dood was veroordeeld. Zijn familie in Nederland vreest het ergste.

In de sobere woonkamer van de familie Al Mansouri in Maastricht vallen de kleurenfoto’s op de schouw meteen op. Ze werden gemaakt in april 2001, toen Abdallah Al Mansouri uit de handen van de toenmalige burgemeester Houben van Maastricht een koninklijke onderscheiding kreeg voor zijn inzet voor de mensenrechten.

Abdallah Al Mansouri, die later dat jaar zou worden gekozen tot president in ballingschap van de ‘Democratische Republiek Al Ahwaz’, was niet alleen bijzonder vereerd, zoals op de foto’s te zien is. Hij zag de prijs als een erkenning van zijn volk van de Arabische staat Al Ahwaz.

Sinds 1 mei is het stil in de woonkamer van de Al Mansouri’s. De voormalig luitenant-generaal van het Iraanse leger Abdallah Al Mansouri keerde niet terug uit Syrië. Dat land arresteerde hem op verzoek van Iran en leverde hem op 16 mei uit aan dat land. Sindsdien zit hij vast in het land dat hij in 1987 met zijn vrouw en vier kinderen ontvluchtte. Volgens Syrië verdenkt Iran hem van betrokkenheid bij een bloedige bomaanslag in 2005, die aan twintig mensen het leven kostte.

Al Mansouri, sinds 1990 adviseur van Amnesty International over de mensenrechten in het Midden Oosten, strijdt al jaren voor autonomie van de regio Al Ahwaz en de Arabische bevolking die daar al eeuwen leeft. In Syrië probeerde hij een uit Iran gevluchte groep Ahwazi te helpen die daar al jaren zit, maar elders geen onderdak kan vinden. Voor dit soort politieke activiteiten werd Al Mansouri in 1987 door het Iraanse regime ter dood veroordeeld.

Sinds de arrestatie van zijn vader komen de beelden van achttien jaar geleden weer heel dichtbij voor Adnan Faleh Al Mansouri. De inval van de Iraanse geheime dienst van ayatollah Khomeiny in het huis van de familie Al Mansouri. De geblindeerde Mercedes waarmee zijn vader, een luitenant-generaal van het Iraanse leger, werd afgevoerd. Het doodvonnis dat de militaire rechtbank binnen drie weken uitsprak vanwege verboden politieke activiteiten. En de vluchtroute vanuit Iran via Turkije naar Irak. „Toen ik ons huis verliet en alles achter me liet was ik een 15-jarige puber. Drie weken later kwam ik als een volwassen jongen aan in Irak.”

Die vlucht leidde de familie Al Mansouri naar Nederland. In 1989 kregen ze politiek asiel. Het gezin Al Mansouri, vader, moeder en vier kinderen, vestigde zich in Maastricht en kreeg zonder problemen de Nederlandse nationaliteit. Naast zijn werk voor Amnesty werkte Al Mansouri in Maastricht als vrijwilliger bij het bureau voor integratie en een bejaardentehuis. Hij was actief lid van GroenLinks en stelde zich kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2002.

De verdwijning van Al Mansouri op 11 mei riep in Maastricht zoveel vragen op dat burgemeester Gert Leers (CDA) in juni de Syrische autoriteiten om opheldering vroeg over de vermissing van de Maastrichtse mensenrechtenactivist. Vorige week erkende Syrië dat Al Mansouri in mei is gearresteerd en uitgeleverd aan Iran.

Voor zijn zoon Adnan is met de uitlevering van zijn vader aan Iran de angst terug waarmee hij op 15-jarige leeftijd dat land verliet. Adnan herinnert zich ieder detail van zijn vlucht, alsof het gisteren is gebeurd.

„Onze reis naar Turkije via het noorden van Iran duurde twee weken. Wij trokken achter de frontlinies langs van het Iraanse leger dat vocht tegen het Iraakse leger van Saddam. Gelukkig kende mijn vader het slagveld. We gingen verkleed als vrachtwagenchauffeurs, maar iedere ontmoeting met een vreemdeling wekte onze argwaan. Mijn vader werd zelfs een keer herkend door een soldaat die onder hem had gediend. Na twee weken reizen staken we de Iraans-Turkse grens over. De spanning van dat moment zal ik nooit vergeten. We liepen met onze rug naar de toekomst, zo bang waren we voor het verleden.”

In Syrië is Abdullah Al Mansouri ingehaald door zijn verleden. Waarom Syrië zijn vader heeft uitgeleverd is voor Adnan een raadsel. De groep Ahwazi die zijn vader bezocht verblijft al jaren in Syrië. Zijn vader heeft bij de Syrische ambassade in Brussel onder zijn eigen naam een visum aangevraagd. „Hij heeft expliciet gevraagd of zijn verblijf in Syrië op bezwaren of problemen zou stuiten, maar daar was geen sprake van. Mijn vader was welkom.”

En toch hebben ze hem binnen twee weken opgepakt en uitgeleverd. Net als zeven medestanders. Adnan vreest voor het lot van zijn vader, die door de Iraanse autoriteiten wordt bestempeld als een terrorist. Volgens Adnan strijden hij en zijn vader voor de bevrijding van hun volk de Ahwazi, een Arabische minderheid.

Het verhaal over zijn volk kreeg Adnan te horen toen hij een jaar of tien was. „We zaten aan de keukentafel toen mijn vader aan mij vroeg of ik wist wie ik was. Ik begreep niet wat hij bedoelde. Hij vroeg of ik begreep waarom we alleen thuis Arabisch spraken, maar ik wist het niet.”

Gekleed in zijn uniform vertelde vader Al Mansouri zijn zoon het verhaal van het in Iran verboden Arabische land Al Ahwaz. Het land van hun voorvaderen aan de Perzische Golf, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 4000 jaar voor Christus. „Hij vertelde over Al Ahwaz als een prinsendom zodat ik als tienjarige jongen kon begrijpen hoe het zat. Maar hij vertelde ook over zijn strijd voor onafhankelijkheid. Hoe hij, luitenant-generaal Al Mansouri van het Iraanse leger, als rechterhand van de toenmalige leider van zijn volk streed tegen het Iraanse regime.”

Vanaf die dag kreeg Adnan les. Tot diep in de nacht vertelde zijn vader, altijd gekleed in het uniform van het onderdrukkingsleger over Al Ahwaz, het volk, de geschiedenis, de tradities, de geografie en de taal natuurlijk. „Mijn vader heeft me Arabisch leren lezen en schrijven.” Later begreep Adnan waarom hij dat uniform altijd droeg. „Mijn vader was een van de weinige Arabieren met een hoge militaire rang. Dat uniform gebruikte hij als een mantel. Het gaf hem macht en bood bescherming.”

De Nederlandse koninklijke onderscheiding die Abdallah Al Mansouri in 2001 kreeg, biedt waarschijnlijk niet de bescherming die zijn Iraanse legeruniform wel bood. Maar dat maakt hem volgens zijn zoon Adnan niet minder trots. Tegen hem vertelde hij ooit over de droom de nacht voor de uitreiking. Adnan: „Die droom had iets wonderlijks. Terwijl hij niets wist van die koninklijke onderscheiding droomde mijn vader over koningin Beatrix. ‘Je bent nu lid van de familie’, had de majesteit in zijn droom tegen mijn vader gezegd.”