Verdriet om die andere oorlog

Jaarlijks wordt de tv begin mei overspoeld met programma’s over de Tweede Wereldoorlog in Europa. Voor het verhaal van landgenoten uit Nederlands-Indië bestaat minder aandacht.

Het grootste militaire ereveld voor Nederlanders in Nederland is dat bij Loenen, in de buurt van Apeldoorn. In een bosgebied van 17 hectare hebben 3.600 militairen, verzetsstrijders, politieke gevangenen, Engelandvaarders en slachtoffers van de gedwongen tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatsz) hun laatste rustplaats gevonden.

Dat er aan de andere kant van de wereld een begraafplaats is waar maar liefst 5.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers liggen, is maar bij weinig mensen bekend. Het ereveld Leuwigajah is het grootste kerkhof van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting.

Onbemind maakt onbekend. Dat zou kunnen gelden voor de Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd erna in Azië om het leven kwamen. Terwijl de televisie jaarlijks in mei overspoeld wordt met films, documentaires en herdenkingsprogramma’s over de oorlog in Europa, is er voor het einde van de oorlog in Azië veel minder aandacht.

Documentairemaker Pia van der Molen ziet het begin van deze tendens al in 1945. „De mensen die uit Indië terugkwamen in Nederland, konden daar hun verhaal niet kwijt. Iedereen had de mond vol over ‘onze oorlog’. In die ‘andere oorlog’ was niemand geïnteresseerd.”

De verloren onafhankelijkheidsstrijd die tussen 1945 en 1949 woedde, zorgde ervoor dat Nederland liever helemaal niet meer aan zijn voormalige kolonie herinnerd werd. Van der Molen: „Mijn vader heeft gevochten in die oorlog. Toen hij terugkwam, werd hij aangekeken alsof hij een SS’er was.”

Van der Molen werd door de Nederlandse Oorlogsgravenstichting gevraagd een documentaire te maken over een aantal mensen die vorig jaar, bij de zestigste verjaardag van de Japanse capitulatie, een tocht maakten naar een van de zeven Nederlandse erevelden op Java. Morgenavond zendt de NCRV Want elk graf heeft z’n verhaal uit.

„We spreken in Nederland liever niet over het politiek en militair falen in Nederlands-Indië”, zegt Van der Molen. „Maar gelukkig zie je dat er de laatste jaren wat meer erkenning komt voor het verdriet dat mensen hebben die daar familie hebben verloren.”

In haar film volgt Van der Molen niet alleen zonen en dochters van slachtoffers van de Japanners. Ook twee zussen die hun broer verloren tijdens de onafhankelijkheidsoorlog worden gefilmd terwijl ze aanwezig zijn bij de onthulling van een gedenkteken op zijn begraafplaats. Zes decennia had hij als onbekend soldaat onder een kruis gelegen.

Naar schatting 150.000 Indonesiërs stierven tussen 1945 en 1949 als gevolg van wat de ‘politionele acties’ werden genoemd. Meer dan 3.000 van hen waren het slachtoffer van ‘excessen’: moord, standrechtelijke executies en marteling, aldus het officiële Nederlandse onderzoek. Indonesië spreekt echter van 40.000 slachtoffers.

„Natuurlijk weet ik van de wandaden die door Nederlanders begaan zijn tijdens die onafhankelijkheidsoorlog”, zegt Van der Molen. „Maar deze jongen was krijgsgevangen gemaakt en is daarna doodgemarteld. Dat verhaal moet ook worden verteld.”

Hoe mooi de erevelden door hun Indonesische verzorgers ook worden bijgehouden, Van der Molen ging er met een zwaar hart vandaan. „Het is net alsof die begraafplaatsen huilen. En er is niemand om ze te troosten.”

Want elk graf heeft z’n verhaal. Morgen, Ned 1, 23.15-0.05 u.