Twijfels aan effectiviteit nieuw UNIFIL

De belangrijkste vraag is of de nieuwe vredesmacht in Zuid-Libanon niet alleen bekwaam maar ook fair zal opereren, menen Thomas Milo en

Augustus Richard Norton.

Na wekenlang diplomatiek getreuzel – bedoeld om Israël de tijd te gunnen om de decimering van Hezbollah te voltooien – hebben de Verenigde Staten en Israël eindelijk met een staakt-het-vuren ingestemd. Het is al wekenlang maar al te duidelijk dat Israël zijn tegenstander heeft onderschat.

Het toezicht op het staakt-het-vuren zal worden overgelaten aan een versterkte troepenmacht van de Verenigde Naties, die in Zuid-Libanon zal samenwerken met een contingent van 15.000 Libanese militairen.

Resolutie 1701 van de Veiligheidsraad, aangenomen op 11 augustus, voorziet in de uitvoering van eerdere resoluties die de ontwapening van Hezbollah eisten, maar het is allerminst duidelijk hoe dit zal worden bewerkstelligd. Er zitten grote gaten in de nieuwe resolutie, met name doordat Israël wordt geacht op te houden met offensieve operaties en dus elk gebruik van geweld als ‘defensief’ zal kunnen beschrijven.

In de komende weken, terwijl uit Frankrijk, Italië en andere landen troepen arriveren, blijft er een zeer grote kans bestaan dat de gevechten tussen Israël en Hezbollah weer oplaaien. Omdat Israël zich niet hoeft terug te trekken tot de nieuwe strijdmacht operationeel is, kon Zuid-Libanon wel eens een uiterst rommelig conflictgebied worden.

Als veteranen van de vredeshandhaving in Libanon tijdens de ‘interessante’ jaren tachtig zijn wij van mening dat er belangrijke lessen zijn te trekken. De bestaande troepenmacht, de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL), die nu zal worden versterkt, werd met grote Amerikaanse steun ingesteld in 1978 om toe te zien op de terugtrekking van de Israëlische troepen uit Libanon.

Anders dan op dit moment, nu Hezbollah alom als de schuldige wordt gezien, beschouwde president Jimmy Carter in 1978 de inval van Israël als een excessief en agressief gebruik van geweld.

Het operatiegebied van UNIFIL in 1978 was min of meer hetzelfde als nu, namelijk het Libanon ten zuiden van de Litani-rivier tot aan de internationale grens. Vrijwel onmiddellijk zag UNIFIL zich geconfronteerd met onwillige strijdende partijen.

De militante Palestijnen die toen het gebied beheersten hielden vast aan de handhaving van hun posities in twee grote sectoren. Franse gevechtstroepen begonnen ogenblikkelijk een offensieve operatie in deze sectoren, waarin ook de stad Tyrus gelegen was, die onder controle van UNIFIL stond. Het Régiment Parachutiste d’ínfanterie de la Marine leed ernstige verliezen en werd binnen een jaar teruggetrokken.

Dit sloeg een bloedig, gapend gat in UNIFIL. De gapende vacature die daardoor ontstond, verklaart waarom Nederland na jaren vergeefs zeuren ineens ook aan een VN-operatie mocht meedoen.

Het is gemakkelijk om ons net zulke botsingen met Hezbollah voor te stellen. Anders dan de Palestijnen, die een vreemde strijdmacht waren, kan Hezbollah bogen op sterke lokale steun onder de Zuid-Libanezen, zoals de Israëliërs tot hun schade ondervonden tijdens hun langdurige bezetting van Libanon, van 1978-2000.

Ook in 1978 ondermijnde Israël UNIFIL door het niet toe te staan volledig operationeel te worden. In een 15 kilometer brede grensstrook gaf Israël de controle in handen van een stel deserteurs uit het Libanese leger. Israël verwierp de VN-protesten door te stellen dat het niets te zeggen had over dit zogeheten Libanees-Arabische leger, dat betaald, getraind en geleid werd door Israël.

Er is geen reden om te verwachten dat Israël weer zal proberen zo’n vazallenleger op de been te brengen, maar in Israëlische regeringskringen is al gesproken van een ontvolkte bufferzone, die ook belangrijke problemen voor UNIFIL-plus zou opleveren en bovendien het Libanese en Arabisch sentiment tegen een nieuwe soort bezetting zou aanwakkeren.

In 1980 was de sterkte van UNIFIL zo’n 6.000 man, afkomstig uit een tiental landen, waaronder allerlei ontwikkelingslanden. Maar ook NAVO-troepen maakten deel uit van UNIFIL, waaronder een volledig uitgerust gepantserd infanteriebataljon uit Nederland en een Noors infanteriebataljon met vergelijkbare uitrusting. Deze troepen beschikten over honderden voertuigen, waaronder tientallen pantserwagens en gepantserde personeelsvoertuigen. Met andere woorden, deze bataljons waren precies het soort gevechtseenheden dat premier Ehud Olmert nu van de Verenigde Naties eist.

Niet alleen is de nieuwe strijdmacht tweeënhalf maal zo groot als UNIFIL op zijn hoogtepunt was, maar de inzet van 15.000 Libanese manschappen is een bron van optimisme. Een zwak punt van elke internationale troepenmacht is altijd het tekort aan lokale kennis en taalvaardigheid.

Wij verwachten dat de Libanese burgers hun leger zullen verwelkomen. Weliswaar is Israël veel zwaarder bewapend, maar het Libanese leger wordt geleid door een professioneel officierskorps en het is technisch bekwaam.

De belangrijkste vraag is of UNIFIL-plus niet alleen bekwaam maar ook fair zal opereren. De sleutel tot herstel van de stabiliteit in Zuid-Libanon is niet alleen dat Hezbollah zich terugtrekt, waarbij zijn strijders misschien in het Libanese leger worden geïntegreerd, maar ook dat de nieuwe strijdmacht vermijdt dat ze wordt gezien als werktuig van een Israëlische invloed of bezetting. Buitenstaanders vergeten vaak dat de Libanezen al heel lang onder de Israëlische aanvallen lijden, zodat een van de voornaamste taken is ervoor te zorgen dat de burgers uit het gebied vreedzaam kunnen terugkeren naar hun verwoeste dorpen en aan de wederopbouw kunnen beginnen. Als de strijdmacht de burgerbevolking hierin niet van dienst kan zijn, zullen de komende maanden alleen maar een pauze in de oorlog van 2006 zijn.

Hoewel het in bepaalde kringen een geliefde sport is om de Verenigde Naties hun mislukkingen te verwijten, is het een gegeven dat bij operaties als UNIFIL de troepenmacht net zo effectief is als de bijdragende landen toestaan. Zullen Europese regeringen hun soldaten toestaan Libanese burgers te beschermen tegen Israëlische ‘verdedigings’-aanvallen of zullen ze hun soldaten toestaan Hezbollah met geweld te ontwapenen? Wij hebben onze twijfel. Vergeet niet dat het oorspronkelijke UNIFIL onder meer mislukte omdat de lokale mogendheden, waaronder Israël, weigerden ermee samen te werken en omdat de grootmachten, vooral de Verenigde Staten, niet bereid waren diplomatieke en financiële steun te verlenen.

Thomas Milo is taalkundige en ondernemer. Hij was als Nederlands legerofficier tolk Arabisch. Augustus Richard Norton is hoogleraar aan de Boston University en was als Amerikaans legerofficier gedetacheerd bij de VN. Beiden dienden begin jaren tachtig bij UNIFIL.