Som is de naam

Som. Dat is een simpele naam die de wereld over kan. Som. Bram Som. Gisteren moest hij de 800 meter lopen. Het was de laatste dag van de Europese kampioenschappen atletiek in Gotenburg. Het regende. Poncho’s kraakten op de tribune. Er hing iets moois in de lucht.

Eerst kregen we nog een rondleiding door de stad via de marathonlopers die in het begin van de middag door de straten denderden. De Zweden kwamen op me over als een nuchter volk. Naar dit land geen vluchten met vloeibare springstof. Zweden is koel, rustig, schoon, fris, netjes, vrolijk, vredig. Er is niets op aan te merken en dat is dan ook het enige dat er op aan te merken valt.

Het Ullevi-stadion beviel me goed. Vroeger reden daar schaatsers hun rondjes en kreeg je maar geen genoeg van de oplopende tribune aan de lange zijde. Die tribune golft nog steeds zo indrukwekkend dat een wave overbodig is. Het atletiekpubliek was aardig. Zelfs de meest norse atleten die om handklappen vroegen, werden op hun wenken bediend.

Al de hele week werden de volksliederen tijdens de medaille-uitreiking live gezongen. De zangeressen van het vocale groepje hadden zondagmiddag stola’s over hun jurken geworpen tegen de regen. Stel, straks wordt Som kampioen. De Zweedse Sirenes zouden zo onweerstaanbaar het Wilhelmus inzetten dat Som al ruim voor de laatste strofe van het ereschavot zou springen om de dames vol op de mond te nemen.

Ze konden me vorige week alles voorschotelen vanuit Gotenburg en ik keek. Even nog geen zeurende voetballers over scheidsrechter en trainer. Atleten zijn solisten, het zijn ego’s die na een wedstrijd zichzelf ter verantwoording roepen. Kamiel Maase zei na zijn teleurstellende marathon: ‘Ik was gewoon niet goed genoeg.’

Som stond aan de start, met die malle zwarte kousen over zijn kuiten. Hij liep steeds bij de eerste vier maar raakte in de laatste bocht ingesloten. ‘Typisch Nederland’, zei ik al cynisch. ‘Ben je de beste, laat je je insluiten.’

Som gaf zich niet gewonnen. Hij zag ruimte tussen zijn voorganger en de baan. Hij vergrootte zijn pas en prentte zijn borstkas naast de Letse koploper. Hij merkte dat zijn rechterarm er niet langs kon dus gooide hij die met de verve van een waterpoloër over het hoofd van zijn tegenstander heen.

Nog vijftig meter. Passen en meten. Hoe krijg je een lange kast ongeschonden door het trappengat? Er spartelden een paar armen heen en weer. Som maakte twee stappen buiten de baan. Hij drukte zijn borst als eerste over de streep.

Som juichte. Ik twijfelde. Mocht dit allemaal? Som: „Dit is de 800 meter, dat is een beetje duwen en trekken. Op het eind focuste ik op tien meter na de finishlijn.” Alle recht op goud als je 810 meter op volle snelheid gelopen hebt, zou je zeggen.

De jury bekeek de 800 meter keer op keer, minutieus, als het filmpje van Zapruder bij de moord op Kennedy. Na bijna twee uur kwamen de verlossende woorden: Som vermoordde iedereen. Voor een handjevol toeschouwers stond Som op het hoogste platform.

Het wachten was op de gouden strotten van de Zweedse Sirenes voor het Wilhelmus. Maar nee, de plaatselijke fanfare toeterde zich in de regen door het volkslied heen.

Na al die jaren is een Nederlands atleet weer Europees kampioen. Som is de naam. Som. Bram Som.