Secondenlang is het onwerkelijk stil In het leger zijn reputaties beschadigd

Hezbollah is niet gebroken, zoals de bedoeling was.

In Israël is een discussie opgevlamd over de oorlogvoering.

Wiens kop moet rollen?

En opeens was het stil, onwerkelijk stil.

Tot een halve minuut voor acht uur lokale tijd echode het kanonsvuur door de Hula-vallei in de noordelijke ‘vinger’ van Israël en jankten de sirenes van Metulla en Kiryat Shmona alsof er geen VN-resolutie en geen Israëlisch-Libanese afspraken waren gemaakt om na 33 dagen het vuren te staken. Met de hevige artilleriebarrages en de meldingen van luchtaanvallen op zuidelijk Beiroet, leek het er even voor achten op dat de diplomatie opnieuw machteloos was gebleven.

De stilte die volgde, duurde maar enkele seconden en werd even buiten Metulla verbroken door een blaffende hond en de optrekkende tractor van een fruitteler die de zware perziken al vorige week had willen oogsten. Het landleven hervatte zich meteen.

Vervolgens ratelden terugkerende tanks naar hun uitgangspositie vlakbij de Israëlisch-Libanese grensovergangen. Na een half uurtje waagden de eerste bewoners in Kiryat Shmona zich verder dan vijftig meter van hun schuilkelders, de koffieshop tegenover het busstation opende de deur en ook de winkel naast het gebombardeerde restaurant was binnen een uur na het officiële staakt-het-vuren in bedrijf. In het dorp Shear Yeshuv, een paar minuten buiten Kiryat Shmona, begonnen wegwerkers met de asfaltering van een hoofdstraat.

Is het bestand duurzaam, was natuurlijk de belangrijkste vraag. „Hopelijk wel, want ik wil naar huis. Ik moet weer geld verdienen”, zei cavaleriemajoor Yitzhak Shapir, een computerprogrammeur uit Tel Aviv. Zijn tanks staan op een veld dat aan de randen is geblakerd door de branden die waren ontstaan door de katjoesjaraketten van Hezbollah.

Vraag Shapir, gekleed in singlet en legerbroek, niet of Israël de strijd heeft gewonnen. „Ik weet het gewoon niet. Aan het front verkleint je wereld tot die van een mier. Ik weet één ding: Hezbollah is geen Hamas. Vechten tegen de Palestijnen is toch heel anders.”

Militaire experts, krantencommentatoren, politici en generaals zijn in Israël in een heftige discussie verwikkeld geraakt over de vraag of Israël de strijd heeft gewonnen. Hezbollah is in elk geval niet gebroken en de twee ontvoerde soldaten om wie het allemaal begonnen was, zijn nog steeds niet naar Israël teruggekeerd.

Wie is verantwoordelijk voor het echec, als daarvan gesproken mag worden, en wiens kop moet rollen, zo kan, vrij vertaald, de discussie in de media en in de Knesset worden samengevat.

Dat premier Olmert en minister Peretz van Defensie moeilijke weken en maanden tegemoet gaan, is duidelijk. „Olmert moet aftreden”, luidde een kop in het dagblad Haaretz.

Maar ook ter rechterzijde wordt daarop aangedrongen, al was het maar om te voorkomen dat Olmert zijn plannen om delen van de Westelijke Jordaanoever te ontruimen alsnog gaat doorzetten. „We hebben verloren”, schreef het rechtse dagblad Yediot Ahronot. Olmert zelf denkt niet aan aftreden en zal zich krachtig verdedigen.

Militaire commentatoren denken dat ook chef-staf generaal Dan Halutz moeilijke maanden staan te wachten.

Vervolg ISRAËL: pagina 5

ISRAËL

In het leger zijn reputaties beschadigd

Vervolg van pagina 1

Halutz zou als luchtmachtgeneraal te lang hebben gewacht met het inzetten van de landmacht voor een groot grondoffensief tegen de ingegraven posities van Hezbollah in zuidelijk Libanon. Er zijn in het leger reputaties beschadigd. Het belangrijkste instituut van het land heeft lelijke blauwe plekken opgelopen en het aura van onoverwinnelijkheid is aangetast in de Arabische wereld.

„Ik ken geen enkel leger in de wereld dat in staat zou zijn Hezbollah in enkele weken op te rollen”, zei vanochtend redacteur Robin Hughes van Jane’s Defence Weekly. Er zijn dus verzachtende omstandigheden, zoals ook in Irak en Afghanistan is gebleken.

Toch was het voor de Israëlische legertop en de publieke opinie een enorme verrassing dat een hoogtechnologisch, groot en bepaald niet onbeproefd leger als de Israëlische Tsahal in de problemen is gebracht door de guerrillastrijders van Hezbollah. Iedere tankcommandant, iedere compagniesergeant was verrast door de vuurkracht, de verbetenheid, de organisatiegraad en de stootkracht van Hezbollah.

„Deze oorlog was in alle opzichten anders dan de voorgaande oorlogen die Israël heeft gevoerd. Het grootste verschil was het feit dat onze vijand geen staand leger is, maar een goed georganiseerde, zeer gemotiveerde terreurbeweging”, aldus militair historicus Michael Oren, die als luitenant-kolonel is toegevoegd aan de woordvoering van het leger.

Heeft Israël niet gewoon een nederlaag geleden? Voor brigadegeneraal Shuki Sahrur, plaatsvervangend bevelhebber van het Israëlische Noordelijke Commando, was deze vraag er zondagavond één te veel. Op barse en luide toon: „Toen ik in de afgelopen dagen naar de internationale televisie keek, zag ik opeens niets meer over Libanon, maar heel veel over een verijdelde terreuraanslag in Londen. Begrijpen jullie dan niet dat de terroristische bastaarden overal zijn en dat wij hier aan het front zijn van een strijd tegen een wereldwijde vijand? Een strijd die nog lang niet is gewonnen.”

Israëlische campagnes of oorlogen in Libanon (1978, 1982, 1996) zijn nooit geëindigd in ongemitigeerde overwinningen. Militaire acties in het Libanese moeras verliepen altijd chaotisch, moeizaam en bloedig. Ook in 2006.

In de optiek van de Israëlische generaals is het staakt-het-vuren na een 33 dagen durend offensief tegen de fundamentalistisch-shi’itische beweging Hezbollah een intermezzo. Hezbollah is, zo doceerde generaal Sahrur, zelf een Libanon-veteraan, een zware, strategische nederlaag toegebracht. „We hebben 70 procent van het arsenaal aan langeafstandsraketten vernietigd, 50 procent van hun katjoesja’s, en van hun bunkers, ondergrondse tunnels en commando-infrastructuur langs onze grens is niets meer over. We hebben 585 Hezbollah-soldaten gedood en we hebben Nasrallah ondergronds gedreven. En we hebben de shi’itische bevolking van Libanon tot het inzicht gebracht dat Nasrallah niet hun redder, maar hun vernietiger is.” Hoe de generaal dat weet, blijft in het midden.

Maar, en dat wil hij na enig aandringen wel bevestigen, van het breken van Hezbollah, het volledig ontwapenen en het creëren van een nieuw Midden-Oosten met „een duurzame regeling” is geen sprake. Ontwapening van Hezbollah lijkt ook met de VN-resolutie een wensdroom. „Als militair in het Midden-Oosten weet ik beter dan wie ook dat er nooit iets definitief is geregeld. Zo gaat dat nou eenmaal in dit deel van de wereld.”

Is het aftellen naar het volgende conflict begonnen? „Laat ik het zo zeggen: ik denk dat, als Hezbollah en Libanon zich houden aan de afspraken over het staakt-het-vuren, het de komende twee jaar rustig kan blijven.”

Tenzij, haast hij zich eraan toe te voegen, Hezbollah voor die tijd ook maar één schot of één raket op Israël afvuurt. „Dan staan wij onmiddellijk klaar met een antwoord. Dat is het enige dat vaststaat.”