Oorlog en Beschaving

Iedereen wil wel eens iemand vermoorden, maar meestal komt het er niet van. De meesten van ons zullen tijdens ons leven zelfs nooit iemand vermoord zien worden. Of normaal dood zien gaan. Gewoonlijk worden we de kamer in geroepen als de laatste adem is uitgeblazen.

Ook de hoeveelheid bloed die we tijdens ons leven met onze eigen ogen zien zal meevallen, tenzij je in een laboratorium voor bloedonderzoek werkt, maar mensen uit de medische sector tel ik niet mee. Slagers tel ik ook niet mee. Soldaten tel ik wel mee, waarover straks.

Moord is gruwelijk, maar ook spannend. Onze beschaving kan niet zonder. Stel je een actiefilm voor zonder een beetje moord. Stel je The Godfather voor zonder dat die man op de massagetafel door het oog wordt geschoten, vlak nadat hij zijn bril heeft opgezet. Film, literatuur, fotografie, zelfs popmuziek: onze cultuur wemelt van moord. Oorlog en moord zijn culturele verschijnselen geworden, wat wil zeggen: enigszins ‘onwerkelijk’. Niet voor niets verschijnt het verslag van de Nederlandse missie in Afghanistan in deze krant als feuilleton in het Cultureel Supplement. Eerst een stuk over een muziekfestival, dan een tentoonstelling, dan oorlog, dan beeldende kunst en zo verder.

Je zou ook kunnen zeggen dat hoe kleiner de kans is dat je een moord in levenden lijve aanschouwt, hoe beschaafder de plaats of tijd is waarin je bent. In onbeschaafde landen of tijden is de kans dat je getuige bent van een moord groter. Een openbare executie middels strop, kogel of steniging, daar zijn kinderen mee naartoe gebracht, ter lering en vermaak.

Beschaving in de sociologische zin van Norbert Elias’ civilisatieproces heeft misschien meer te maken met de dood dan met wat dan ook. De wijze en de reden van het doden, daar meet je de beschaving aan af.

Als je iemand doodt uit zelfverdediging, is dat in de meeste beschavingen oké. Dan komen de moeilijkere redenen: lust, wraak, eer, racistisch, etnisch, nationalistisch of religieus fanatisme en andersoortige waanzin. Ze hangen meestal met elkaar samen.

De vreemdste vorm van moord is de zinloze moord, waar dus noch zelfverdediging, noch lust, wraak, eer, fanatisme of waanzin bij betrokken zijn. U zegt: zinloze moord heeft per definitie te maken met lust of waanzin? Nee. Neem de Israëlische gevechtspiloot. Hij stijgt op, lost zijn lading boven Beiroet en keert terug. Hij heeft misschien tientallen mannen, vrouwen en kinderen gedood, maar niet omdat hij er zin in had. Het is zijn werk.

Het doden van onschuldige mensen, mensen die jou persoonlijk niets gedaan hebben en dat ook niet van plan waren, is een heel moeilijke categorie in de analyse van moord in de context van beschaving. Die moslimterroristen die vorige week vliegtuigen wilden opblazen, zouden honderden onschuldige mensen hebben gedood. Maar ze hadden een motief: eer en fanatisme, veel van het laatste. En omdat ze in de handeling zelf de dood zouden vinden, waren ze volgens hun cultuur dapper en beschaafd. Dat we de moslimterrorist toch barbaarser vinden dan de Israëlische piloot heeft meer te maken met partijdigheid dan met een beschavingsoordeel.

In zijn beroemde weblog tomdispatch.com stelde Tom Engelhardt onlangs de vraag wat barbaarser is: het met een mes onthoofden van iemand, of het platbombarderen van hele woonwijken vanuit de lucht. Wat is barbaarser, één enkele moord of een massamoord. Engelhardt stelt de vraag in het kader van de Israëlische bombardementen van Libanon en ondanks zijn joodse afkomst vindt hij de luchtaanvallen van minder beschaving getuigen, omdat er meer mensen worden omgebracht.

Engelhardt maakt een denkfout: het gaat bij het beschavingsonderzoek naar het verschijnsel moord niet (alleen) om het aantal doden, maar om de manier waarop de handeling plaatsvindt. Niet de inhoud, maar de vorm, zal ik maar zeggen.

We hebben altijd dieren gedood om op te eten, maar naarmate het beschavingsproces vorderde, Elias beschrijft dat in zijn werk uitvoerig, besloten we de beesten niet meer op de keukentafel te slachten. Eerst deden we dat buiten de keuken, toen nog een eindje verder, toen op een heel andere plek, door een speciale beroepsgroep, en ten slotte industrieel. De vleeseter werd niet meer geconfronteerd met gekrijs en spattend bloed.

De oorlogstechniek is er altijd op gericht geweest op afstand te doden. Van speer en zwaard naar geweer en kanon naar vliegtuig en raket. De zwakste schakel in de oorlog is de soldaat. Met name het feit dat hij kan denken en een geweten heeft, hoe matig ontwikkeld ook.

De techniek streeft naar moorden zonder moordenaars. Dat is de fantasie van de ware generaal: vechtmachines zonder ouders, zonder geliefden, zonder geweten, moraal of schuldgevoel. Machines zonder psyche. Dat is, hoe moet ik dat zeggen zonder cynisch te klinken, de weg van de beschaving. In het beschavingsproces gaat het niet om het slachtoffer, dat om begrijpelijke redenen niet dood wil, maar om de dader, die om vele, voor politici meestal onbegrijpelijke redenen, niet doden wil.

De vliegtuigen en raketten die nu worden ontwikkeld, zijn niet alleen bedoeld om het slachtoffer uit te schakelen, maar vooral om de dader uit te schakelen, althans: het aantal daders. Als er een-op-een en face-to-face zou worden gemoord, zouden we tijdens de moderne oorlogen heel lang aan de gang zijn om behoorlijke aantallen te halen.

Engelhardt maakt dus de volgende fout: niet de hoeveelheid doden, maar de hoeveelheid doders is bepalend voor onze beschaving. Een kleiner aantal doders en een groter aantal doden, dat is het ideaal van de oorlogsvoering in onze moderne beschaving. En als moslims al een achterstand op dit gebied hebben, zijn ze die bezig snel in te lopen.

ramdas@nrc.nl