Ook gij, Günter

Het was een opmerkelijk late ontboezeming waar de Duitse schrijver Günter Grass zaterdag de wereld op trakteerde. Aan de Frankfurter Allgemeine Zeitung vertelde de 78-jarige Nobelprijswinnaar dat hij in de Tweede Wereldoorlog lid is geweest van Hitlers keurtroepenkorps, de Waffen-SS. Duitsland hield even de adem in en terwijl dat gebeurde, tuimelde de gelauwerde auteur van zijn zelfgeschapen, torenhoge voetstuk als geweten van de natie. Ook gij, Günter – fouter in de oorlog dan nodig was en daar heel lang niet voor uitgekomen.

Grass is als moralist ontmaskerd. Delen van zijn oeuvre blijven van een onvergankelijke schoonheid, maar de schepper van Die Blechtrommel (1959) valt als commentator en criticus van die oude Duitse kwaal – het verdringen van de oorlog – door de mand. Hij blijkt zelf jarenlang, te lang in elk geval, zijn oorlogsverleden te hebben weggemoffeld.

Binnen de Wehrmacht, de reguliere Duitse strijdkrachten tijdens de oorlog, was de SS een eliteonderdeel waarvoor zich voornamelijk fanatieke Nazi’s aanmeldden. De Waffen-SS was de militaire tak van de ‘Schutzstaffel’ (letterlijk het beschermingssquadron; van de Führer zelf). De SS was berucht om zijn wreedheid. Een bepaald onderdeel ervan, de SS-Totenkopfverbände, was verantwoordelijk voor de bewaking van concentratiekampen. Op de Neurenbergse processen, waar direct na de oorlog de Nazi’s werden terechtgesteld, werd de Schutzstaffel officieel als criminele organisatie aangemerkt.

Van Grass is altijd aangenomen dat hij als gewoon soldaat bij de luchtafweertroepen diende, een relatief onschuldige tak van de Wehrmacht. Nu blijkt hij te hebben gezondigd door zich vrijwillig bij de Waffen-SS te hebben laten inlijven. Uit zucht naar avontuur en om de benepenheid van het ouderlijk huis te ontvluchten. Dat was in 1944. Günter Grass was toen zeventien jaar. Ruim zestig jaar later moest deze jeugdzonde er bij de schrijver „eindelijk” uit.

Het is te hopen dat Grass, die weet hoe hij de publieke opinie moet bespelen, zijn coming-out niet gebruikt als lokkertje voor zijn in september te verschijnen memoires Beim Häuten der Zwiebel. Maar uit te sluiten valt dit niet. Vrijwel ieder nieuw boek van hem ging met ophef gepaard. Meestal omdat Grass met pittige links-moralistische commentaren heden en verleden aan elkaar knoopte. Maar hoe moeten we nu, met de kennis van zijn SS-lidmaatschap, Grass’ kritiek op Duitslands eenwording duiden? Volgens hem dreigde daarmee het Vierde Rijk te ontstaan. De Duitse deling was de straf voor Auschwitz, meende hij. Het is één voorbeeld van vele. Achteraf klinken zijn woorden ongeloofwaardig en hypocriet.

Günter Grass mag bij nader inzien niet worden verward met wat sommigen als zijn alter ego zien: de kleine Oskar Matzerath, de rebelse hoofdpersoon uit Die Blechtrommel die niets van de Nazi’s moet hebben. Dat is een ontluisterende ontdekking. Menigeen zal vragen: houdt die oorlog dan nooit op? Grass kent het antwoord, en had dus beter moeten weten. Hij schreef over oorlog en rechtsradicalisme in Im Krebsgang (2002): „Das hört nie auf. Nie hört das auf.”