Krotwaar levert in kil zomerweer een wereldprestatie

Marathonloper Luc Krotwaar greep gisteren naast een medaille, maar hoopt op nominatie voor WK en Olympische Spelen.

Luc Krotwaar is een romanticus voor wie langeafstandslopen meer is dan je zo snel mogelijk van A naar B verplaatsen. Hij ziet het als een manier van leven waarmee hij een voorbeeld en inspiratie voor andere lopers wil zijn. Zijn ideële instelling droeg er toe bij dat Krotwaar gisteren bij de Europese kampioenschappen in Gotenburg de teleurstelling over zijn vierde plaats (2.12,44) op de marathon snel had verwerkt.

Krotwaar loopt vooral om te laten zien dat je boven de dertig nog niet bent afgeschreven als langeafstandsloper. De 38-jarige Eindhovenaar is pas op zijn dertigste met duurlopen begonnen en heeft zich ten doel gesteld op zijn veertigste aan de Olympische Spelen in Peking mee te doen. „Ik praat misschien voor mijn beurt, maar de atletiekunie zou me op grond van deze vierde plaats in Gotenburg al moeten aanwijzen voor de WK van volgend jaar in Japan en me moeten nomineren voor de Spelen in 2008. Ik vind van mezelf dat ik dat verdien. En ik denk vooral in Peking goed te kunnen presteren, omdat ik op mijn best ben in warm weer.”

Als hitte de norm voor Krotwaars vorm is, leverde hij gisteren een wereldprestatie. De Nederlander vond het wat koud en te winderig. En desondanks had hij de bronzen medaille binnen bereik. Krotwaar liep in de laatste tien kilometer zo goed dat hij vanuit de achterhoede opstoomde naar de Spanjaard Julio Rey en de Italiaan Francesco Ingarciola die respectievelijk op de plaatsen drie en vier liepen. Krotwaar leek bij de twee weg te lopen, maar Rey sprak zijn laatste krachten aan, kon Krotwaar volgen en hem vlak voor het Ullevi-stadion met een tempoversnelling verslaan.

Waar menig andere atleet ontgoocheld zou zijn over de meest vervelende klassering op een kampioenschap, kon Krotwaar zich erbij neerleggen. „Ik had kramp in mijn kuiten. Ik kon zijn versnelling niet beantwoorden. Rey was gewoon beter.”

Waar Krotwaar zijn verlies snel nam, had Kamiel Maase meer tijd nodig. Hij had er de pest over in dat een podiumplaats onbereikbaar was gebleken. Maase werd negende in 2.13,46. En daarvoor was hij niet naar Gotenburg gekomen, liet hij onomwonden weten. „Ik loop speciaal geen najaarsmarathon, omdat ik ook een keer een medaille wilde winnen. En hier in Gotenburg dichtte ik me kansen toe, omdat ik in vorm was en de weersomstandigheden in mijn voordeel zijn. In tegenstelling tot Krotwaar gedij ik niet bij warmte. Maar ik liep niet goed genoeg.”

De frustratie van Maase wordt ingegeven door een reeks van mislukkingen op grote toernooien. Op de baan heeft hij op de tien kilometer jarenlang een medaille nagestreefd, maar telkens stuitte hij op te grote tegenstand van Afrikanen of ging er iets mis, zoals vier jaar geleden bij de EK in München, waar Maase op een medaille had gerekend. Daar ging het mis omdat een loper struikelde en Maase in zijn val meenam.

Maase switchte naar de marathon, waarop hij aanvankelijk dacht tekort te komen voor de top omdat hij er maar niet in slaagde onder de 2.10 uur te lopen – in zijn perceptie een voorwaarde om te kunnen slagen als marathonloper. Pas vier jaar na zijn debuut in 1999 in Rotterdam nam hij in Amsterdam de barrière door na jaren het Nederlands record van Gerard Nijboer te breken en een toptijd van 2.08,31 te lopen.

Maar een marathon blijft onvoorspelbaar, ervoer Maase gisteren opnieuw. Er was uiteindelijk enige verzachting, omdat Nederland in het landenklassement derde werd, mede dankzij een 19de plaats van Sander Schutgens (2.17,11) en een 22ste van Hugo van den Broek in 2.17,25. De plak telde niet officieel mee voor het medailleklassement, maar werd door de Nederlandse marathonlopers als een ‘echt’ brons beschouwd.