Den Haag, spreek je uit over ‘de wereld’

‘Lux Voor’ mist de politieke visie op buitenlandkwesties.

Want partijprogramma's vol dooddoeners over Europa vinden ze waardeloos.

Op het Binnenhof heerst de jaarlijkse rust van het zomerreces. Maar terwijl groepen toeristen zich vergapen aan de Ridderzaal, wordt in achterkamertjes hard gewerkt: de voorbereidingen voor de verkiezingen van 22 november zijn in volle gang.

Spindoctors denken campagnestrategieën uit, commissies buigen zich over verkiezingsprogramma’s.

Welke thema’s zullen deze verkiezingen gaan beheersen? In de media wordt alvast druk gespeculeerd: onderwerpen als hypotheekrenteaftrek en de fiscalisering van de AOW lijken hete hangijzers te worden. Nederland is weer eens bezig met Nederland.

Maar onze blik naar buiten, over de landsgrenzen heen die op slechts 95 km van Den Haag al beginnen, is niet minder belangrijk. En daar schort het de laatste jaren aan. Twee politieke moorden, het afwijzen van een Europese Grondwet, een wankelend kabinet, toenemende polarisatie en algemene richtingloosheid hebben van Nederland in luttele jaren een naar binnen gekeerd land gemaakt, voor zover we dat al niet waren.

Partijen moeten kleur bekennen over wat ze van Europa verwachten en wat ze met Europa willen. Wij hebben van alle politieke partijen de notities over Europa doorgenomen, maar verder dan een aan de burger tegemoetkomende reactie op het ‘nee’ tegen de Grondwet, komen die niet. Buitenlandse politiek is niet sexy op de agenda, politici hebben er geen zin in en ook de media pikken de gecompliceerde buitenland-visies nauwelijks op.

Natuurlijk moeten verkiezingen over kwesties gaan die voor burgers herkenbaar en aansprekend zijn. Wij willen slechts bepleiten dat in de politieke strijd de komende maanden óók nadrukkelijk buitenlandse vraagstukken aan bod komen. Dat er keuzes op tafel komen over ons Europabeleid, de koers ten aanzien van het Midden-Oosten en onze houding tegenover globalisering.

De aankomende verkiezingen bieden een kans om onze nationale richting te hervinden én om collectief de ogen te openen en over grens en dijk heen te durven kijken. Politieke partijen, media en opiniemakers hebben het de afgelopen jaren – zeker wat betreft Europa – behoorlijk af laten weten. Het ineenklappen van een ‘nationale Europadiscussie’ in de herfst van 2005 is daar een goed voorbeeld van.

Het komende kabinet zal moeten onderhandelen over een nieuw Europees verdrag, als alternatief voor de afgeschoten Grondwet. Welke taken moet de Europese Unie wel of niet krijgen? Hoeveel macht willen we nog afstaan aan Brussel? Hoe benaderen we de voortgaande uitbreiding? De verdere ontwrichting van de stabiliteit in het Midden-Oosten vraagt ook om antwoorden van de politiek. Steunen we de Amerikaanse of een Europese aanpak? Welke rol willen we dat de EU speelt in Irak, Israël, maar ook in Iran en Syrië? Is de NAVO de aangewezen organisatie voor interventie, of moeten we vertrouwen op de VN? Dat debat moet zeker óók in verkiezingstijd gevoerd worden.

Het voortgaande proces van globalisering is voor de burger misschien wel het meest ingrijpende deel van de buitenlandspolitieke agenda. Hoe moeten we omgaan met het wegvallen van grenzen en wereldwijde integratie van economieën? Lekt werkgelegenheid weg of komen er juist banen bij? Hoe moet de Nederlandse economie zich inrichten (vestigingsklimaat, onderwijs, een ‘creatieve klasse’)? Hoe behouden we onze identiteit in een ‘platte wereld’? De globaliseringsdiscussie blijft nu steken op het niveau van de vrachtwagenchauffeur en de Poolse loodgieter, met vaak verkeerde percepties.

Alleen rond het referendum over de Europese grondwet en de uitzending van troepen naar Afghanistan ontstond een grote maatschappelijke discussie. Maar die ging meer over politieke spelletjes en verkeerde beeldvorming dan over de inhoud.

Het is tijd dat ‘de wereld’ inzet wordt voor de nationele verkiezingen. Wij hopen dat de programmacommissies van politieke partijen met stevige buitenlandparagrafen komen, die verder gaan dan dooddoeners als ‘internationale samenwerking is heel belangrijk’. Politieke kopstukken moeten het aandurven met een visie te komen. Niet alleen over nationale vraagstukken: maar juist ook over Europa en de wereld daarbuiten.

Joop Hazenberg en Peter van Grinsven zijn lid van de jongerenbeweging Lux Voor