De prijs van Hezbollah

Alaska is een onwaarschijnlijke plek om te dienen als brandpunt voor de internationale politieke economie. Toch reikt het besluit van oliemaatschappij BP om de olieproductie te beperken in de noordelijkste Amerikaanse staat, die goed is voor 8 procent van de totale Amerikaanse olieproductie, tot in de verste uithoeken van de wereld. In het begin van de week schoot in Europa de olieprijs na het nieuws tot boven de 78 dollar, om daarna pas weer wat te dalen.

Het voorval in Alaska weegt vooral zwaar door de nervositeit die de wereldeconomie dezer dagen besluipt. De olieprijs was vorig jaar al fors gestegen, maar dat prijseffect werd toegeschreven aan een in wezen als gunstig beschouwde oorzaak: de wereldeconomie groeide zo hard, dat het aanbod van olie de vraag niet kon bijbenen.

Die diagnose is nu aan het kantelen. Op de oliemarkten wordt nu meer en meer gelet op de toegenomen risico’s bij de productie en aanvoer van olie. De toestand in Irak en het internationale conflict over het vermeende Iraanse kernwapenprogramma maakten daar al deel van uit, evenals bijvoorbeeld de blijvende onrust in Nigeria en de eigenzinnige koers van de Venezolaanse president Chavez.

Op de toch al nerveuze markt is het militaire conflict tussen Israël en Hezbollah slecht gevallen. Vanaf het moment dat de vijandelijkheden begonnen, wordt elke kleine tegenvaller – zoals die in Alaska – ervaren als een ramp. Ook het verijdelen van aanslagen op Heathrow hoort tot die categorie, omdat dit het Westen herinnert aan het blijvende risico van aanslagen op eigen grondgebied.

Intussen wordt het aanhouden van het gunstige economische tij in de wereldeconomie minder vanzelfsprekend dan het een jaar geleden nog was. Voor Europa en Japan mag 2006 dan het jaar zijn van het herstel, de allesbepalende Amerikaanse economie lijkt niet meer zo onaantastbaar als deze was. Daar dragen de internationale politieke spanningen sterk aan bij. In de eerste plaats gaat dat uiteraard via de prijs van olie, die de economische groei drukt en de inflatie opdrijft. Maar hoe langer de situatie in Libanon voortduurt, en hoe uitzichtlozer die wordt, hoe groter de kans dat het vertrouwen van ondernemers wordt ondermijnd en ook burgers liever even wachten met grote beslissingen.

Bovendien is het ook conjunctureel een kwestie van tijd tot de Verenigde Staten vaart verliezen. Een hoogconjunctuur kan niet voor altijd aanhouden. Niet voor niets besloot de Amerikaanse centrale bank voor het eerst in twee jaar van een verdere renteverhoging af te zien.

De olieprijs is op dit moment een uitstekende thermometer voor politieke spanningen. De koorts loopt op. Dat is een reden te meer waarom alles op alles moet worden gezet om de huidige spanningen te verminderen, en daadwerkelijk te zoeken naar een oplossing in het Midden-Oosten. De tijd nadert dat de wereldeconomie de problemen niet zo makkelijk meer van zich laat afglijden als tot nu toe het geval was.