China verbiedt Japanse cartoons

China gaat buitenlandse tekenfilms van de staatstelevisie bannen. Dat meldden Chinese nieuwsmedia gisteren. De Chinese overheid doet dat in een poging de controle op populaire cultuur aan te scherpen en de noodlijdende Chinese filmstudio’s te beschermen.

Vanaf 1 september zullen op ‘prime time’, van vijf uur ‘s middags tot acht uur ’s avonds, alleen programma’s van Chinese makelij te zien zijn, meldden de Beijing Youth Daily en andere media. Volgens hen is de maatregel niet openbaar gemaakt, maar direct aan de televisiezenders meegedeeld.

Buitenlandse cartoons, in het bijzonder uit Japan, zijn ontzettend populair bij Chinese kinderen. De Chinese animatiestudio’s moeten concurreren met de stroom importproducten. De communistische regering heeft de afgelopen tijd gestaag haar invloed op de Chinese televisie vergroot door horrorfilms te verbieden op prime time, presentatoren te vragen hun kleding te kuisen en het gebruik van Engelse woorden te beperken.

In 2000 werden de omroepen al eens opgeroepen om de hoeveelheid buitenlandse cartoons te verminderen. Toen domineerden de Japanse animaties de Chinese markt. In 2004 werd de maatregel van kracht dat ten minste 60 procent van de cartoons op prime time Chinees moest zijn, en nu is er dus een totaal verbod op buitenlandse tekenfilms tussen 17.00 en 20.00 uur.

De overheid heeft onlangs vijftien productiehuizen opgericht in een poging een competitieve Chinese cartoonindustrie te creëren. Ook de Chinese filmindustrie wordt beschermd door de import van buitenlandse films tegen te gaan. Het gevolg is dat er een enorme markt voor piratenkopieën is ontstaan.

De tijdschriftensector blijft in China ook niet gespaard van dit type maatregelen. In april maakte de Chinese regering bekend dat ze niet langer uitgeeflicenties zou garanderen voor buitenlandse tijdschriften. Hierdoor moest de Chinese editie van het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone al na het eerste nummer de verspreiding stopzetten. (AP)