Averbukh draagt overwinning op aan lijdende landgenoten

De Israëlische polsstokhoogspringer Alexander Averbukh werd gisteren voor de tweede maal Europees kampioen.

Het Israëlische volkslied klinkt niet vaak in stadions. Maar als de Hatikwa (de hoop) wordt gespeeld, is de zege vaak omgeven door sentimenten. In het bijzonder als polsstokhoogspringer Alexander Averbukh Europees kampioen wordt.

Veroverde de 29-jarige Israëliër twee jaar geleden in München de titel op de dag dat de bloedige Palestijnse aanslag op de Israëlische ploeg van 30 jaar ervoor bij de Olympische Spelen werd herdacht, gisteren in Gotenburg droeg Averbukh zijn tweede kampioenschap op aan zijn landgenoten die lijden onder de oorlog met de Hezbollah-strijders in Libanon. „Ik hoop dat ik hen met mijn titel wat vreugde heb kunnen geven.”

Averbukh is een stoere, wat norse kerel aan wie de emoties doorgaans niet zijn af te lezen. Maar gisteren in Gotenburg droeg hij tijdens de medaille-uitreiking bewust de Israëlische vlag over zijn schouder en had hij bij het aanhoren van de Hatikwa moeite zijn tranen te bedwingen. Omdat zijn gedachten op dat moment vooral uitgingen naar slachtoffers van de oorlog, vertelde hij na afloop. En in het bijzonder naar goede vrienden in Haifa, de stad die de laatste weken nogal eens onder vuur lag. „Met hen had ik hier in Gotenburg dagelijks contact, omdat ik er zeker van wilde zijn dat het hen goed ging.”

De emoties van Averbukh leken oprecht, ofschoon er in Israël wel eens wordt getwijfeld aan de intensiteit van de band met zijn nieuwe vaderland. Die zou niet zo hecht zijn, omdat Averbukh zeven jaar geleden uit Rusland emigreerde en nog steeds geen Hebreeuws spreekt en omdat hij veel tijd doorbrengt in zijn geboorteplaats Irkoetsk. Het verwijt vanuit Israël is dat Averbukh het land vooral gebruikt om zijn sport goed te kunnen beoefenen. In Siberië zijn de omstandigheden nu eenmaal slechter dan in het zonnige Israël, waar bovendien de trainingsfaciliteiten goed zijn.

Averbukh weerspreekt die kritiek altijd fel. Zo ook gisteren toen hem daar op de persconferentie naar gevraagd werd. „Ik woon in Tel Aviv en Israël is mijn land. Geloof me, ik breng mijn tijd daar grotendeels door. Ik ga zo nu en dan naar Irkoetsk, dat klopt. Maar niet om er langdurig te verblijven en te trainen, maar om mijn moeder en grootmoeder te bezoeken.”

Niet alleen in Israël roept Averbukh ergernis op, ook onder collega-polsstokhoogspringers is hij niet bijster populair. Onder hen heerst de mores van broederschap, waaraan de Israëliër zich doorgaans onttrekt. Hij komt ook niet zo vaak op wedstrijden. En als Averbukh er wél is, rijst hij als een feniks uit zijn as en gaat hij vaak met mooie overwinningen aan de haal, zoals de twee Europese titels die hij op rij won.

Dat steekt, omdat de voormalige Rus zich onttrekt aan de inner circle bij wie de rivaliteit gelimiteerd is en de overwinning elkaar zeer gegund wordt. Die toon wordt gezet door de Duitsers onder aanvoering van Tim Lobinger, de polsstokhoogspringer met de grootste mond en een atleet die graag mag provoceren.

Hij zei vorig jaar bij de wereldkampioenschappen in Helsinki te balen van zijn nederlaag, maar Rens Blom de titel zeer te gunnen. Maar Blom staat in Lobingers ogen aan de goede kant, wat niet vreemd is omdat de Limburger, die in Gotenburg vanwege een vormcrisis ontbrak, in Leverkusen veel met de Duitser traint en ook privé met hem optrekt.

Tijdens de persconferentie gisteren in Gotenburg zaten Averbukh en Lobinger verplicht naast elkaar, omdat de Duitser samen met de Fransman Romain Mesnil tweede was geworden. Lobinger keurde de Israëliër geen blik waardig. Maar hij had zich voor aanvang van de EK dan ook vrij onsportief opgesteld toen hem door journalisten naar de rivaliteit met Averbukh werd gevraagd. „De messen zijn geslepen, daar kun je van verzekerd zijn”, sprak Lobinger toen. Na zijn nederlaag van gisteren had hij minder praatjes en zei hij uiteindelijk tevreden te zijn met zilver, omdat de weersomstandigheden slecht waren en hij tijdens de wedstrijd een rugblessure had opgelopen.

Averbukh hoorde Lobinger onverstoorbaar aan. Hij liet zich niet verleiden tot triomfantelijkheid, maar schreef zijn overwinning grotendeels toe aan een wisseling van trainers. De polsstokhoogspringer heeft Valerie Kogan ingeruild voor Jekaterina Vogel, trainster bij Macabbi Tel Aviv. Over de reden van zijn breuk met Kogan, bij wie de Nederlander Christian Tamminga traint, hult Averbukh zich evenwel in stilzwijgen.