Verleden telt niet meer in Arnhem

Hij had amper getekend bij Vitesse of daar kwamen al de eerste waarschuwingen: wees

op je hoede, lees het verhaal in

Hard Gras. Maar Aad de Mos is

in Arnhem een tevreden trainer.

Nooit zou hij nog trainer worden. Zeker niet in Nederland. Technisch directeur misschien, of anders talentscout in dienst van zijn dochter Tessa. Maar ruim elf jaar nadat hij op 28 oktober 1994 werd ontslagen door PSV is Aad de Mos, 59 ondertussen, terug aan het werk als oefenmeester, bij Vitesse in Arnhem.

Toch was hij het bijna niet geworden. Toen manager Jan Streuer hem voor het eerst contacteerde, had De Mos zijn zinnen gezet op het Turkse Trabzonspor. „Maar Trabzonspor had echt niets wat me beviel. De voorzitter zou een halve nieuwe ploeg moeten kopen. Dus toen heb ik het afgeblazen. Vervolgens kwam Vitesse weer in beeld. Na een paar dagen onderhandelen en spreken zijn we tot een akkoord gekomen.”

Of hij nu de eerste keus was of niet kan hem niet deren, zegt De Mos. „Ze hadden een lijstje met een naam of drie, vier. Daar stond ik bij. Ik weet niet hoe hoog, maar dat interesseert me ook niet. Feit is dat Vitesse me heeft kunnen overtuigen dat de schulden zijn weggewerkt en dat het sportieve weer de boventoon voert. En dat er incidenteel nog een aankoop kon gebeuren via de ‘Vrienden van Vitesse’. We hebben een plaatje van het elftal gemaakt en die aankopen gedaan. Civard Sprockel en Sébastien Sansoni voor in de verdediging. Anders Due, een Deense middenvelder. Toen zochten we nog versterking voor in de spits en zo zijn we op Danko Lazovic gekomen, als vierde man extra.”

Toch kwamen met de eerste felicitaties ook de eerste waarschuwingen. Onderaan de sms’jes op zijn telefoon stond dan: wees op je hoede, en lees Hard Gras. In de jongste editie van het ‘voetbaltijdschrift voor lezers’ doet freelance journalist Marcel van Roosmalen verslag van een even hilarisch als chaotisch seizoen bij Vitesse. De Mos sloeg inderdaad aan het lezen, en weet nu dus ook dat middenvelder Theo Janssen niet alleen een groot paardenliefhebber is, maar ook wel eens een sigaretje rookt, zelfs in de kleedkamer. Dat de inmiddels vertrokken Michael Dingsdag op internetforums vleiende woorden over zichzelf schreef, dat Abubakari Yakubu, bezitter van wel vier of vijf mobieltjes, wel eens een nachtje in zijn wagen op de parkeerplaats bij het stadion doorbracht uit angst om te laat te komen wegens files tussen Amsterdam en Arnhem, en dat Remco van der Schaaf het enorm geinig vindt om in zijn wagen te gaan zitten toeteren als de lokale radiojournalist weer eens met een interview begint.

„Ik heb het boek direct na mijn aanstelling gelezen. Mijn dochters trouwens ook. Zaten we thuis op de bank en zei ik: ‘moet je horen wat ik nu weer heb gelezen’. Werd er op den duur bijna om gevochten. Ik was wel even geschrokken, en ik schrik helemaal niet zo snel. Maar ik dacht wel: als het echt zo is, dan ben ik niet bij een voetbalclub terecht gekomen.”

Hij heeft het de spelers ook meteen verteld, tijdens zijn maiden speech voor de eerste training op 5 juli. „Ik zei: jongens, ik weet niet of het allemaal zo is gelopen, en ik trek me er ook niets van aan. Ik begin op mijn manier. Zonder regeltjes, die komen na verloop van tijd wel. Het enige wat ik van jullie verwacht is dat jullie op tijd komen. En zo zijn we begonnen.”

Hij heeft het trouwens nog een tweede keer gelezen, het spannende Vitesse-verhaal. Gewoon voor de lol, omdat hij na twee weken op trainingscentrum Papendal ondertussen de hoofdrolspelers wat beter kende. Maar De Mos herkent het chaotische Vitesse uit het boek niet. Integendeel.

„Ik ben zeer tevreden over wat ik tot nu heb gezien, de grote en de kleine dingen. Iedereen komt op tijd en doet verschrikkelijk zijn best. Iedereen is vroeg op de club en blijft na de training om nog wat extra werk te doen. De interactie tussen de coaches en de groep is gewoon goed. Ik heb er ook bij gezegd: ‘ik hoop dat het geen week ijzer is maar hard ijzer’. Dat we dit lange tijd vol kunnen houden. Dat het niet zo is dat we dit even laten zien tot de kaarten geschud zijn. En dat dan alles weer uit elkaar valt. Zo werkt het vaak. Dan beginnen de problemen weer opnieuw. Maar ik heb wel het idee dat het niet zo is. Neem maar van mij aan, ik ben daar alert op: er is discipline.”

Er kunnen nu weer dingen die onder Edward Sturing niet konden. Dat is niet de fout van de trainer, benadrukt De Mos. „Dat ligt aan de organisatie op het moment dat je bij die club bent. Ik heb ook wel eens clubs moeten verlaten omdat je op het verkeerde moment daar zit. Als er bespaard moet worden en niets meer kan. Paul van der Kraan is daar als crisismanager ingedoken en dat is allemaal ten koste gegaan van de selectie. Een deel heeft dan nog de goede periode meegemaakt, maar als alles je uit handen wordt genomen wordt het de trainer ook niet makkelijk gemaakt. Alle dingen die als basis gelden voor een eredivisieclub, zijn nu weer als basis haalbaar. Kleding verzorgd, goede maaltijden na de trainingen, alle randvoorwaarden. Maar als Van der Kraan niet had gedaan wat hij heeft gedaan, bestond Vitesse misschien niet eens meer.”

Ook op voetbalgebied loopt het gesmeerd. Misschien zelfs een beetje te goed, zegt hij voorzichtig. „Maar als we de goede voorbereiding snel kunnen omzetten in resultaten en punten, zal het makkelijk gaan. We hebben een moeilijke start met wedstrijden tegen Ajax en AZ helemaal in het begin, daarom is de openingswedstrijd bij Sparta komende vrijdag zo belangrijk. Als je daar punten laat liggen, ben je misschien tot december bezig met een inhaalrace. Maar het elftal staat er en we moeten mikken op deelname aan de play-offs voor UEFA-Cupvoetbal, dus tussen de plaatsen vijf en negen. Heb je een fantastisch jaar waarin alles meezit, zoals Groningen vorig seizoen, dan word je vijfde. Maar anders moet de negende plek zeker haalbaar zijn.”

De analist in De Mos voorspelt dat Ajax kampioen wordt. Met daarachter PSV, Feyenoord en AZ. „Ajax heeft groeipotentieel, kan zich nog verder ontwikkelen. En ze hebben Klaas-Jan Huntelaar, die heeft zijn 9 miljoen al dik terugverdiend. PSV heeft vooral moeite om te behouden wat er is. Bij Feyenoord zie ik Dirk Kuijt niet meer vertrekken, en AZ is nog volop aan het zoeken naar een speelstijl om er weer een gesmeerde machine van te maken.” Excelsior, Sparta, NAC en Heracles maken onder elkaar uit wie degradeert, en de resterende teams doen mee voor de play-offtickets, meent De Mos. „Het ligt allemaal heel dicht bij elkaar.”

Ook tijdens het afgelopen WK was De Mos zowel bij de Nederlandse als Vlaamse televisie een graag geziene analist. Maar hij heeft zich niet vermaakt. „Dit was het minste WK dat ik ooit heb gezien. Ik kan me geen enkele opstelling herinneren, geen team waarvoor ik warm liep. De halve finale tussen Duitsland en Italië was een spannende wedstrijd, met dat doelpunt van Fabio Grosso. Maar niemand heeft dit WK mijn hart gestolen.”

En zeker Nederland niet. „Ik heb altijd gedacht dat Marco van Basten het opspaarde voor het eindtoernooi. Ik dacht: Nederland kan veel meer, maar Van Basten kwalificeert zich met dit voetbal omdat plaatsing een must is, en daarna gaan alle remmen los. Ik dacht dat ze niet wilden tonen wat ze konden. Maar ook op het WK waren we het enige team ter wereld waarvan de backs niet mogen opkomen. Of bij de opbouw niet uit elkaar gaan staan. Dat was ontluisterend. Ik heb niets van de Hollandse School teruggezien.”

De Mos had het liever spectaculairder gezien, gedurfder. „Wat zijn nu de zekerheden waarmee je aan de voorbereiding op het EK over twee jaar begint? Dat zijn er heel weinig. Boulahrouz. Ooijer. Van der Sar. Voor de rest is er nog niets.” Toch wil De Mos de bondscoach niet afschrijven. „Ik denk wel dat hij het in de vingers heeft, maar er moet nog veel verbeterd worden. Hij spreekt verstandig over voetbal. Hij communiceert op geheel eigen wijze met de media. Maar ik denk dat hij vanuit zijn eigen verleden graag veel overlaat aan spelers om zelf in te vullen en daarbij tot de ontdekking komt dat spelers daar ook geluk bij nodig hebben. En dat ze mijlenver afstaan van hoe hij de dingen invulde. Dat is het verschil met bijvoorbeeld Felipe Scolari van Portugal. Dat is een motivator. Hij vult in en motiveert. Terwijl Van Basten het graag voetballend laat gebeuren.”

De Mos beleefde meer plezier aan de maanden voor het WK, toen hij in België en Nederland zocht naar jong talent. „Ik heb nog nooit zoveel voetbal gezien als vorig jaar. Dat pakken ze me niet meer af.” De Mos deed het in opdracht van zijn dochter Tessa, die haar FIFA-licentie als spelersmakelaar haalde in Zeist. „Ik was verrast. Ik zei: ‘gefeliciteerd meid, dat is leuk en aardig, maar hoe ga je dat doen?’ Toen ze zei dat ze mijn hulp kon gebruiken, ging er natuurlijk gelijk een belletje rinkelen. Maar ik heb haar voorgehouden dat ze het op haar eigen manier moest doen, niet haar naam te gelde maken. We zijn samen op zoek gegaan naar spelers die nog bij geen enkele makelaar onder contract stonden, jonge spelers. Ze heeft het netjes uitgebouwd en contracteerde 24 spelers, van wie er twaalf bij een Betaald Voetbal Onderneming spelen.”

Hoe leuk hij het speuren naar talent ook vond, het gaf ook wrijvingen. „Belde ik vanuit de wagen op dat ik iemand had ontdekt en dat ze snel moest handelen. ‘Dat kan morgen ook nog’, zei ze dan, maar zo werkt het in het voetbal niet. Enorme discussies. Ik ben wel drie keer ontslagen, bijna letterlijk uit de auto gezet.”

De Mos neemt de ervaring ook mee als trainer. Hij kent weer veel nieuwe mensen en nieuw talent. Heeft gezien dat de jeugdopleiding in Nederland de afgelopen twaalf jaar tien keer zo goed is geworden, technisch en tactisch misschien wel de beste van de wereld. Maar hij schrok ook van de afgunst. De kwaadsprekerij. „Ex-voetballers die drie jaar met je hebben gewerkt en geen gedag meer zeggen zodra ze weten wat je komt doen. Dat soort dingen. Gelukkig heeft Tessa trots. Zij heeft ook een hele aparte en geduldige manier van benaderen. Dat heb ik niet. Zij neemt meer tijd en heeft meer klasse om iets te beredeneren, dat is heel knap op haar leeftijd. Ik ben nogal eens een flapuit. Ik kan nergens mee blijven zitten. Zij is anders. Spelers en ouders krijgen van haar minimaal een week om erover na te denken. Als ze akkoord gaan, moeten ze het contract opsturen, ze zit er niet bij tot ze tekenen. Ze legt haar werk uit en dat is heel netjes. En het werkt, het schept heel veel vertrouwen.”