‘Praten over kleinkinderen en over Israël’

Groeneveld is een ‘oude’ wijk van Almelo. Veel bewoners zijn al of bijna met pensioen. Dat ze het zelf goed hebben, betekent niet dat ze voorbijgaan aan de problemen van anderen.

Ze staan aan de goede kant van de maatschappij, de juiste kant van het leven. Ze zeggen het niet trots, de inwoners van Groeneveld, het is bijna een verontschuldiging. Zij hebben financiële reserves, dus zij hebben geen last van de dingen die het voor anderen misschien moeilijk maken. Hetty Snoeijer (57): „De ziektekosten worden hoger, maar daardoor raken wij niet in de problemen.” De kwaliteit van hun leven lijkt veilig.

Groeneveld ligt aan de rand van Almelo. Acht buurtbewoners praatten met de krant over hun leven, de maatschappij en de politiek. De meeste woningen liggen aan twee straten, die elkaar in een onnavolgbaar patroon kruisen. De vrijstaande huizen zijn in de meerderheid, hier en daar afgewisseld door een enkel pleintje met ‘geschakelde’ woningen. Toen de wijk jaren geleden werd gebouwd, probeerden de ‘vrijstaanden’ die nog tegen te houden omdat ze bang waren voor een waardedaling van hun woning. Dat is niet gelukt. Binnen ligt vaak de regionale krant op de keukentafel. De woonkamers zijn zorgvuldig ingericht, de tuinen meestal smetteloos – daar wordt hard in gewerkt. Een buurt zonder rafelranden.

Meer dan de helft van de buurtbewoners zit tegen het pensioen aan, of is al gestopt met werken. De eerste zorg is dan de gezondheid. Ab Morsman, 77 jaar oud, zegt dat hij in een „kwetsbare leeftijd” zit. In de afgelopen jaren waren er nog bijna 25 mensen op zijn verjaardag. „Dat is gereduceerd, het is een geleidelijk uitdunnen.”

„Mijn lijf zit goed in elkaar”, zegt Carl Gieszen, 77. Hij voelt zich „hartstikke top”. Toch zegt hij: „Ik hoop dat ik over tien jaar niet seniel ben en in een hokje zit om gevoerd te worden.”

Over hun buurtgenoten zijn de geïnterviewde inwoners van Groeneveld erg tevreden. „We hebben geen buurtfeesten of zo, maar het is wel echt een gemeenschap. Je weet wat er speelt, dat hoor je altijd wel van elkaar”, zegt Annemieke Wilpshaar (41). Ab Morsman maait het gras bij de buren. Hetty Snoeijer verzorgt „planten en dieren” als haar buren op vakantie zijn. Snoeijer zegt wel: „Het is een echte buurrelatie, dus niet zoals met vrienden.” De buurtfeesten die haar pleintje vroeger had, waren ineens weg. „Echt jammer vind ik dat niet.”

Fysicus, praktijkverpleegkundige, ingenieur (productietechnisch, werktuigkundig), gemeenteambtenaar, afdelingshoofd bij de Belastingdienst, busbegeleider voor gehandicapten, lid van het college van bestuur van een Regionaal Opleidingscentrum (ROC). Hoe verschillend de (inmiddels afgeronde) carrières ook zijn, één ding hebben de meeste gemeen: ze zijn het resultaat van jaren stapelen van avondstudies, schriftelijke cursussen, deeltijdopleidingen. De praktijkverpleegkundige, een vrouw van 51 die haar naam niet genoemd wil hebben, is dit jaar gestopt met studeren. Harm Jan Wibbens, lid van het college van bestuur van ROC van Twente, begon ooit als afgestudeerde van wat nu pabo heet. „Vroeger leerde je door, omdat je salaris afhing van je akte”, zegt hij.

Problemen in Nederland en daarbuiten mogen hen dan niet persoonlijk raken, de meeste Groenevelders die met de krant spraken, denken er wel over na. Bijna allemaal lezen ze een krant. Het tv-journaal, dat van de NOS, zullen ze niet snel overslaan. Als Eli Houtman eens een praatje met de buren maakt „gaat het natuurlijk over ouderdom, onze kleinkinderen, maar ook over Israël, Irak, het gebeuren in de zorg”. F.J. Stegehuis (78) maakt zich zorgen over „alle vergissingen van het openbaar ministerie” en de topsalarissen bij de semi-overheid. „Dat is gewoon roof van de maatschappij.” Ab Morsman vindt het „heel belangrijk om politiek bewust te blijven”. Maar in hun persoonlijke leven verandert de politiek niets.