‘Je bent maar een korreltje in een pak suiker’

De politiek weet de burgers nog steeds niet te boeien. Pim Fortuyn is niet meer dan een oprisping gebleken. En de nieuwe openheid bij politici is voor velen een onaangename verharding in politiek en de maatschappij.

Twijfel, zorgen, ergernis, schaamte, onverschilligheid en berusting. Vier jaar nadat politici hadden ontdekt dat ze niet meer wisten wat burgers dachten, lijkt het ze nauwelijks gelukt wat enthousiasme los te maken bij de mensen die op hen stemmen.

25 bewoners van drie buurten in Nederland wilden met deze krant praten over hun leven, de maatschappij en de politiek. Voor velen van hen blijkt politiek iets te zijn dat hen nauwelijks raakt. Niet omdat ze niet nadenken over hun maatschappij. Dat doen ze wel.

De politiek denkt te veel aan grote bedrijven, pakt allochtonen te hard aan, of juist niet hard genoeg. Het beleid is onsamenhangend en te veel gericht op de korte termijn. Johan Vermeulen, uit Kruisland: „Nederland is toch een transportland? Waarom hebben ze dan niets aan het wegennet gedaan? Ze willen niet vooruitzien, het is kabinetje na kabinetje.”

Het gaat te vaak om het partijpolitieke gewin. Eli Houtman, gepensioneerd fysicus uit de buurt Groeneveld in Almelo: „De eindeloze discussies over Hirsi Ali, daar kan een normaal mens geen touw aan vastknopen. Het is misschien leuk om te zien hoe ze elkaar vliegen afvangen, maar daar gaat het natuurlijk niet om.”

Het zijn ergernissen waar de geïnterviewden, een enkeling daargelaten, alleen opkomen als ernaar gevraagd wordt. Want eigenlijk houdt het veel van hen niet echt bezig. Daphne is 24, woont in de buurt Osdorp-Midden in Amsterdam, en wil niet met haar achternaam in de krant: „Politiek is niet belangrijk voor mij. Dat zou het misschien wel moeten zijn, maar dat is het niet.”

Maar ook voor mensen die zich politiek bewust noemen, beperkt de bemoeienis zich bijna zonder uitzondering tot een gang naar de stembus.

De twijfels over de kwaliteit van politici en hun beleid gelden voor alle politieke stromingen. Kruislander Ruud Cools is 19, en mag op 22 november voor het eerst aan de landelijke verkiezingen meedoen. „Ik denk dat het weinig verschil zou maken als er andere partijen aan de macht zouden zijn”, zegt hij. Bijna driekwart van de ondervraagden is dan ook weinig overtuigd over de eigen stemkeuze.

Het is niet altijd makkelijk een verband te leggen tussen wat mensen willen gaan stemmen en welke fouten ze in de politiek zien. Amsterdammer Benno de Ruiter werkt met asielzoekers, schaamt zich voor hoe de regering met hen omgaat, maar denkt wel op regeringspartij CDA te zullen stemmen. Buurtgenoot Bernard van der Fels, die zegt dat „Verdonk de boel beschadigd heeft” met haar integratiebeleid, noemt naast linkse partijen ook de VVD als gewenste partij in een nieuw kabinet. Monique Koopmans, die in Kruisland woont, zag in Pim Fortuyn de politicus die haar het beste begreep. „Niet dat ik voor hem zou stemmen.”

Voor veel mensen met wie de krant sprak, bestaat er geen natuurlijk verband tussen hun twijfels over kwaliteit van de politiek en hun mening over de maatschappij en hun directe leefomgeving. Want daar zijn ze tevreden over.

De uitzondering zijn zorg en onderwijs. Ze maken zich zorgen over de hogere premies van het nieuwe zorgstelsel – volgens velen „ondanks de beloften van het kabinet” toch verhoogd. En bijna niemand die als ouder, vrijwilliger of werknemer iets met onderwijs te maken heeft, is vrolijk over het onderwijsbeleid. Maar dat ze daarop invloed kunnen hebben, dat gevoel hebben ze niet.

De directe omgeving wordt wel bewaakt. Als ze ongewenst gedrag zien, zullen veel ondervraagden dat niet zomaar laten gebeuren, zeggen ze. Zoals een Kruislander die na een waarschuwing de milieudienst op haar buurman afstuurde, omdat hij zijn fruitbomen niet volgens de regels bespoot. Of Harm Jan Wibbens, die op een feestje niet „op de barricaden gaat” als iemand in zijn ogen „ultrarechts en ongenuanceerd” uit de hoek komt, maar het op zijn werk niet zou toestaan.

Is er nog iets over van de invloed van Pim Fortuyn, vijf jaar geleden nog katalysator van het burgerlijk ongenoegen? Meer dan een oprisping is het niet, zegt ongeveer de helft van de ondervraagden. Wie wel veranderingen ziet, denkt dat door Fortuyn „het zwijgen over allochtonen ongedaan is gemaakt”.

In Kruisland – waar 1 procent van de bevolking uit niet-westerse allochtonen bestaat – is er vooral bezorgdheid over migranten en het onvermogen van de regering hun een plek te geven. Past de islam wel in Nederland, moeten ze de taal niet beter leren. Bij sommige bewoners van Groeneveld, met hetzelfde aandeel allochtonen, leveren dezelfde zorgen fel geuite weerstand op.

„Allochtonen zijn vaak aardiger, niet zo brutaal als Amsterdammers”, zegt Benno de Ruiter, ex-bibliothecaris. Ze verrijken zijn leven, zegt hij. Hij is zeker niet de enige in Osdorp – waar 65 procent van de bewoners allochtoon is – die optimistisch is over andere culturen.

De nieuwe openheid waardoor politici „er minder omheen kletsen” maakt sommigen blij. Maar voor veel ondervraagden is het een bron van een onaangename verharding in politiek en maatschappij. „Het sociale gezicht is gewoon verdwenen, er is een ongenuanceerde vorm opgestaan”, zegt Harm Jan Wibbens. Met Rita Verdonk en het vreemdelingenbeleid als spontaan genoemd voorbeeld. Hoewel het haar een paar fervente aanhangers oplevert, schamen velen zich voor het asielbeleid en de rol van Verdonk in de val van het kabinet.

Het eigen leven en hun directe omgeving hebben de 25 meestal goed onder controle. De dreigingen waar ze zich zorgen om maken, lijken net als de politiek in het dagelijks leven ver weg. Remco Bijl uit het Brabantse Kruisland zegt het zo: „Daar moet je je niet druk over maken. Je bent maar een suikerkorreltje in een pak suiker. Je moet gewoon je dingen doen.”