Israëlische sporter met gedachten bij oorlog

Terwijl hun land in oorlog verkeert, bereiden Israëlische sporters zich voor op het nieuwe sportseizoen. „CNN staat de hele dag aan.”

Professionele sporters die trainen of wedstrijden spelen terwijl een paar kilometer verderop katjoesja-raketten inslaan. Kan dat? „In theorie wel”, zegt Ilan Waknin, manager van Hapoel Ironi Nahariya, een basketbalclub in Noord-Israël, op ongeveer tien kilometer afstand van de Libanese grens. „Maar in de praktijk brengt het grote risico’s met zich mee. Risico’s die onze club niet wil dragen.”

De afgelopen weken landden er zo’n driehonderd raketten in Nehariya. Reden voor Waknin om de trainingen van zijn eredivisieclub aan de vooravond van het nieuwe basketbalseizoen naar het centraal gelegen Tel Aviv te verplaatsen. „De spelers zijn samen met hun gezinnen in een hotel ondergebracht. Hoe lang ze daar blijven? Geen idee. Misschien een week, misschien een maand of langer. We bekijken de situatie van dag tot dag. En blijven relativeren: het leven draait nu niet om basketbal.”

Precies een maand geleden trok het Israëlische leger de grens met Libanon over, nadat de moslimfundamentalistische organisatie Hezbollah twee soldaten had ontvoerd. Hoe reageert de Israëlische sportwereld? Kunnen sporters zich concentreren op wedstrijden als naasten in schuilkelders verblijven of door het leger worden opgeroepen? Vinden toernooien doorgang? En hoe worden spelers in het buitenland bejegend? „Vooralsnog is de schade beperkt”, zegt Jeremy Last, sportjournalist van The Jerusalem Post. „Maar dat komt doordat het sportseizoen in Israël nog moet beginnen. De grote vraag is wat er over een paar weken gebeurt, als de competities worden hervat. Wordt er nog steeds gestreden, dan voorspel ik een enorme chaos. Want welke clubs doen mee, welke niet? En hoe groot is het thuisvoordeel, als je niet thuis kunt spelen?”

Op die laatste vraag weten ze bij Maccabi Haifa het antwoord: nihil. De voetbalclub uit de Israëlische havenstad kreeg eerder deze maand van de Europese voetbalbond UEFA te horen dat er in verband met de oorlogssituatie voorlopig geen Europese wedstrijden in het eigen Kiryat Eliezer-stadion mogen worden gespeeld. Dat geldt ook voor de thuisduels van Beitar Jerusalem, Hapoel Tel Aviv en Bnei Yehuda Tel Aviv, die werden verplaatst naar respectievelijk Sofia, Tilburg en Bratislava. Waar de tienvoudig kampioen van Israël zijn tweede wedstrijd in de kwalificatieronde van de Champions League tegen Liverpool speelt – woensdag verloor de club uit met 1-2 – is nog niet bekend. „Maar een domper is het zeker”, erkent woordvoerder Roy Daniel, die liever had gezien dat de wedstrijd naar Tel Aviv was verplaatst. „Maar zelfs Tel Aviv wordt door de UEFA als ‘risicovol’ bestempeld. Tel Aviv! Daar ben je – geloof me – net zo veilig als in Amsterdam.”

Maccabi Haifa bereidde zich in een voorstad van Tel Aviv voor op het treffen met titelhouder Liverpool. „Sommige spelers reden elke dag naar Haifa op en neer om zich bij hun familie te voegen. Anderen, met name de buitenlanders, durfden de tocht niet aan en overnachtten in een hotel in Caesarea [halverwege Tel Aviv en Haifa]. Maar iedereen was met zijn hoofd bij de oorlog. CNN stond de hele dag aan en er werd veel gebeld en gemaild.” De club werd in Liverpool streng bewaakt, maar van anti-Israëldemonstraties hebben de spelers niets gemerkt. Of Daniel weet dat het Israëlische cricketteam zijn EK-wedstrijden in dezelfde week om veiligheidsredenen op een militaire basis in Glasgow moest afwerken? „Nee. Maar het verbaast mij niets.”

Ook het voor oktober geplande WTA-tennistoernooi in Ramat Hasharon werd eerder deze week om veiligheidsredenen afgelast. In Israël worden voorlopig geen tennistoernooien gehouden en veel spelers bereiden zich in het buitenland voor op de US Open van eind augustus. Hebben zij moeite om hun hoofd bij de wedstrijden te houden, nu hun land van plan is het grondoffensief in het zuiden van Libanon uit te breiden? Zíj worden als professionele sporters van gevechtsverplichtingen ontslagen, maar hun vrienden en familie niet. „Natuurlijk voel ik mij wel eens schuldig over mijn speciale status”, zegt tennisser Dekel Valtzer (21), die eind vorige maand met het Davis Cup-team van Israël voor een verrassing zorgde door Groot-Brittannië te verslaan. „Maar ik weet ook dat sport in Israël voor afleiding zorgt. Niet voor niets werd onze overwinning op Groot-Brittannië door vier kanalen uitgezonden; mensen hunkeren naar goed nieuws.”

De in Haifa woonachtige Valtzer speelt voorlopig geen wedstrijden in moslimlanden. „Te gevaarlijk”, concludeert hij. „Zelfs in Turkije werd onlangs een Israëlische migrant afgeranseld.”

Al moet hij toegeven dat hij in het tenniscircuit nooit met anti-Israëlische sentimenten te maken heeft gehad. „Integendeel. Collega’s steken mij juist een hart onder de riem. ‘We weten dat de pers slechts de halve waarheid vertelt’, zeggen ze dan. ‘Van ons heb je geen last’.”