Hollands Dagboek: Geske Boneh

De Nederlandse Geske Boneh (56) verhuisde 31 jaar geleden naar Israël. Met Moshe kreeg ze vier kinderen, één dochter en drie zoons. De jongste, Ram (19), raakte eind juli als soldaat gewond in Libanon. Boneh en haar gezin wonen in Hadera, een kustplaats ten zuiden van Haifa. „Mijn kind gewond in dat bed.... Datumloze dagen.”

Geske Boneh

Donderdag 3 augustus

Ram en mijn man gaan naar het ziekenhuis, waar Ram, ‘lichtgewond’ in Libanon, nabehandelingen krijgt. Zijn rechterarm en bovenbeen zaten vol met granaatscherven. Hij raakte gewond in de urenlange, vreselijk barre strijd in Bint Zjebel, het hol van Hezbollah... met hem raakten 21 vrienden gewond en mijn zoon zag hoe acht van zijn vrienden stierven in de strijd... beelden die niemand moet meemaken en zeker niet een jongen van 19...

De reddingsoperatie, onder vuur, was het allermoeilijkst, maar iedere jongen moest daar weg, mee terug naar Israël. Niemand (ons zo dierbaar), dood of levend, mocht worden achtergelaten (zei Ram ), achtergelaten in de handen van de terroristen....

Ik loop naar mijn lievelingsplekje, het terras in onze grote tuin, genietend van de ochtendkoelte, het gras nog nat van de dauw onder mijn blote voeten. Onder de oude mandarijnenboom denk ik aan de afgelopen dagen, waarin zo veel, te veel gebeurd is. Het afscheid van mijn jongste zoon, die avond voor zijn vertrek naar Libanon. ’s Nachts belt hij nog een laatste keer om te zeggen dat ze hun mobieltjes moeten achterlaten. De lange dagen daarna, de zorgen, het bidden en het moment dat hij me belde... zijn stem, zo zacht, zo teder... toen hij me zei: Ik ben okay Mam, kunnen jullie alsjeblieft komen? De rit naar het ziekenhuis, mijn kind gewond in dat bed... de operaties. De datumloze dagen, die week in het ziekenhuis, dan eindelijk naar huis.

Het urenlange afscheid van zijn gewonde vrienden, zwaar en ontroerend. En Ram, tijdens de begrafenis van zijn gesneuvelde vriend, mijn kleine jongen, ineens een man.

12.30 uur: Ram komt moe thuis, gaat meteen naar bed. Als ik even later kijk, slaapt hij als een baby.

Namiddag: Ram krijgt bezoek, een tv-beroemdheid en haar vriendin, die homeopatisch arts en healer is. Zijn mobieltje gaat onophoudelijk.

Vrijdag

Negen uur, Ram slaapt nog. Ik ga weekendboodschappen doen. Eerst even kijken bij Ram... „Goeiemorgen mam”, klinkt het zacht. „Goed geslapen lieverd?” vraag ik. Ik breng hem thee met zijn lievelingskoekjes, een mooie roos ter versiering op het dienblaadje. Mijn zoon glimlacht, zwijgt, ik voel dat hij alleen wil zijn...ik ga.

11.00 uur. Ik bel naar huis. „Hij slaapt nog”, zegt mijn man. Gelukkig maar. 13.00 uur. Ram rijdt met zijn vader naar het ziekenhuis, verband verwisselen en fysiotherapie. 15.30 uur: Ram komt glunderend binnen, houdt zijn gewonde arm stijfjes omhoog. Het verband mag eraf. Ik zie de wonden, verspreid over zijn hele arm. Over de behandelingen praat hij niet.

Een vriend komt hem halen, ze gaan naar zee. Als hij terugkomt, straalt zijn gezicht... het uitstapje heeft hem zichtbaar goed gedaan.

Nagenietend van de shabatmaaltijd, verwelkomen wij de vrienden van Ram en dan.... geloei! Niemand gelooft het... luchtalarm! Wij zoeken beschutting en wachten af: twee harde knallen. Hadera is gebombardeerd...

De vrienden vertrekken, een blijft. Aan hem vertelt Ram met zachte (gebroken) stem over de barre strijd waarin hij werd gewond. Hij beschrijft slechts gedeelten en zegt tenslotte: „Er zijn dingen die ik aan niemand kan vertellen, die ik mijn hele verdere leven bij me draag.” Ram zwijgt somber en wordt stevig omhelsd door zijn vriend.

Shabat

7.00 uur „Gelukkig”, schiet het door mijn hoofd: „Vannacht geen luchtalarm!” Gauw bij Ram kijken. Hij slaapt! Ik ga terug, dommel in. 8.30 uur. Geklop op de deur. Ons buurjongetje: „Ze wachten op Ram, in de synagoge”. Het ventje gaat naar Ram en wekt zijn grote vriend: „Ram ‘birkat ha Gomel’...

Even later zitten mijn man en ik in de Synagoge, waar onze zoon, in dit speciale gebed, zijn dank uitspreekt aan God, dat Hij hem heeft beschermd, gespaard, dat hij in leven is. Na de dienst wordt Ram door velen warm onthaald en geprezen.

„Je bent een held” , zegt een oude man, tranen in zijn ogen. „Hij heeft twee jongens gered”, vertelt hij de omstanders. Ram lacht flauwtjes. Iemand vraagt iets over de medische behandeling tijdens de strijd. Ram is vol lof.

We lopen naar huis, gaan eten. Ram gaat rusten. Namiddag: zijn vriendin komt op bezoek en blijft tot ’s avonds laat. Vrienden komen langs en het wordt, ondanks de toestand, een gezellige avond.

0.00 uur. Telefoon! Een (ingesproken) boodschap, bestemd voor Noam, de broer van Ram. Snel hang ik op.

Zondag

Twee uur: telefoon, een oproep voor Noam , als reservist. Elke twee uur telefoon... Moshe neemt niet meer op. Wij weten allebei wat dit betekent...

Acht uur, telefoon. Moshe neemt op. Een stem dreunt het bevel op: Noam moet zich melden voor dienst.

Allebei geschokt. Moshe belt Noam op zijn werk. Ik tril als een blad. Telefoon! Moshe legt de verantwoordelijke uit wat wij deze anderhalve week hebben doorstaan. „Wij zijn niet bereid nu al onze andere zoon naar Libanon te sturen”,zegt hij. Even later rijden Moshe en Noam toch naar de basis...

Ze zijn net terug. „Uitstel”, roept Noam en ik dank God.

Noam vertrekt naar zijn werk en ook Ram gaat weg. Eerst zijn gewonde vriend bezoeken in het ziekenhuis, waar hij ook zijn andere vriend (gewond in dezelfde strijd) ontmoet. Met hem gaat Ram op rouwbezoek bij de ouders van een van de acht gesneuvelde vrienden.

Ik kijk hem na, bedroefd dat dit hem niet bespaard kon worden. Pas laat in de avond komt hij thuis. De sfeer is somber, weer zoveel slachtoffers vandaag. Ram is moe en zwijgzaam. Gelukkig komen zijn vrienden en zitten ze tot laat in de avond bijeen, in het tuinhuisje.

Maandag

Zeven uur. Zachtjes sta ik op... eerst naar mijn plekje in de tuin. Kopje thee, het is zo stil, even lijkt het of alles weer normaal is... Oorlog? Stilte!

„Wanneer” ,vraag ik me af, „wanneer kan mijn zoon weer genieten van zijn jonge leven, naar zee, uitgaan? Wanneer wordt zijn leven, ons leven weer normaal ?”

De vogels, het enige geluid om me heen....nog even geniet ik en ga dan mijn mannen wekken.

8.30 uur. Moshe en Ram rijden weg. Het programma: Rambamziekenhuis in Haifa, controle, foto’s, echo, enz. Daarna uit eten en ALS de winkels open zijn, iets kopen voor Ram, een mooie jeans, schoenen...

Ik ruim wat op in huis en bel Anat, onze (hoogzwangere) dochter.

Telefoon. „We zitten zevenhoog”, zegt Moshe. De afdeling waar Ram een weeklang lag. „Een scherf” , vervolgt mijn man, „moet operatief verwijderd worden.” Hoe is Ram hieronder, vraag ik. Moshe: „Hij is okay, maar het kan lang duren.”

Ik weet wat hij bedoelt: ernstiger gewonden van aanvallen, in Haifa en andere delen van Israël, gaan voor.

Anat bel ik niet meer...

19.00 uur. Ram arriveert, arm dik in het verband, geeft me een zakje met de scherf! Ik ga naar de apotheek om antibiotica... Ram gaat mee naar het drukke winkelcentrum. Eerst medicijnen, dan nieuwe jeans en schoenen. Het is ongelooflijk druk, velen kijken naar Ram. Plotseling zegt hij: „Ik wil naar huis.” Hij loopt snel, ik houd hem nauwelijks bij. Rijdend door de drukke straten,zeg ik: „Het leven gaat verder.” Ram zwijgt.

In mijn hoofd zeurt steeds die ene vraag. ‘s Avonds komt zijn vriendin...

Dinsdag

12.30 uur. Ram heeft uitgeslapen. Zegt: „We hebben de hele nacht gepraat!” „Fantastisch!”, antwoord ik, blij voor hem. Hij vertrekt, naar fysio, daarna naar psychotherapie.

Telefoon! Een vriendin, terug van familiebezoek in Nederland, huilend: „Meid, ik hoor het net... Vertel!” En ik vertel alweer: hoe Ram, na een week in Gaza, naar Libanon moest. Het intens moeilijke afscheid. Die eindeloze dagen, mijn kind zo ver weg, in oorlogsgevaar! Het beklemmende gevoel diezelfde ochtend ...

„’s Middags belde hij en ik, dolblij, dacht: hij komt thuis!” Maar hij lag in het ziekenhuis! Onderweg het radionieuws over die urenlange barre strijd, acht doden, 22 gewonden.

Mijn vriendin huilt.

Namiddag: Anat komt binnen. Iedereen is thuis en wij genieten van elkaar tot laat in de avond . Alles lijkt normaal. ’s Nachts weer die vraag. „Morgen”, zeg ik slaapdronken.

Woensdag

Ram zit naast me. „Mag ik je iets vragen?” begin ik .

„Alles!” zegt hij

„Waarom ging je bij de gevechtstroepen?”

„Om mijn land en het volk te verdedigen, te voorkomen dat we weer worden uitgeroeid!”

Ik weet wat hij bedoelt: zijn grootouders, Holocaustoverlevenden, werkten in het onafhankelijke Israël aan hun toekomst. Ram, zeer begaan met hun verleden en dat van velen, wil leven en laten leven.

Hij zegt: „Meteen na terugtrekking uit de Gazastrook beschoten de Palestijnen ons met raketten in plaats van hun land te ontwikkelen.... Libanon? Meteen na de uittocht van het Israëlische leger verleende de Libanese regering gastvrijheid aan de terreurorganisatie Hezbollah (rechterhand van Syrië en Iran) en liet, zes jaar lang, oogluikend hun megabewapening toe....de gevolgen?”

„Nasrallah spuugt op zijn gastheer en misbruikt Libanon... Doel? Israël wegvagen, de zee in... Einde!”

„Dit mag niet gebeuren, mam, nooit! Wij hebben recht op leven.

Niemand wil dit mam, het is vreselijk, maar ze laten ons geen keuze....wij moeten ons verdedigen....”

Zwijgend hoor ik de woorden uit de mond van mijn zoon, die zo dapper streed, zij aan zij met die andere jongens en zonen, hun land, het volk verdedigend.

Wij willen leven....

Zwijgend omhels ik mijn kind, (mijn zoon,) een man, zo jong nog....

Ik kreeg antwoord op mijn vraag.....

Hij gaat, ik blijf en bid voor al die jongens en voor een vreedzame oplossing....

Donderdag 10 augustus

Zes uur. De wekkerradio meldt: vijftien doden, veertig gewonden!

Mijn hart gaat uit naar de moeders, al die jongens !

Dit moet ophouden! Hoelang nog moeten volken vluchten voor terreur, leven in schuilkelders, zonen sneuvelen, gewond raken!

Buiten is het weer een prachtige (zonnige ) dag, maar van binnen is er intens verdriet.

Onbeschrijflijk!