Genadeloos floppen is een relatief begrip

In de niet aflatende ijver van de filmredactie van deze krant om zoveel mogelijk informatie te verschaffen over het Venetiaans Filmfestival, werd gemeld dat Zwartboek daarvoor is uitgekozen. Om volledig te zijn meldde het venijnig staartje dat Verhoevens laatste films Hollow man en Showgirls in de VS maar liefst ”genadeloos flopten”.

Er zijn enkele manieren om te floppen: in de kritiek, aan de kassa of bij beide tegelijk. Nu zijn in de kritiek beide films inderdaad afgeslacht. Dat zegt niet zoveel. Is in de kritiek in deze krant 25 jaar geleden ook Spetters niet genadeloos afgeslacht, terwijl de televisieaankondiging recent nog meldde dat die film toch zijn - toen niet geziene - verdiensten heeft? Zelfs een Blokker en een Linssen e.t.q. kunnen zich in hun slachtpartijen iedere keer weer genadeloos in de eigen vingers snijden.

Veel erger voor een maker is als zijn films floppen aan de kassa. Ook hiervan is in beide gevallen geen sprake. Showgirls heeft zijn 40 miljoen dollar terugverdiend aan de bioscoopkassa. De grote winst is gemaakt met de dvd-verkoop aan een wereldwijd publiek. Niet alleen hypocriete, neoconservatieve Amerikanen hebben verlekkerd het paaldansen aanschouwd. Showgirls aan de kassa genadeloos geflopt? Nee.

Hollow man dan! Kosten 100 miljoen dollar. Winst óók 100 miljoen dollar. En op dit `geflopte` product is de ene video-sequel na de andere animatie gevolgd. Iets wat de geharde VS-film- en tv-producenten zeker niet zouden doen als er alleen maar genadeloos geflopt werd.