Een megasucces met flinterdunne marges

Vandaag precies 25 jaar geleden kwam de eerste personal computer op de markt. De industrie worstelt met dunne marges en felle concurrentie. Wat staat de jarige pc te wachten?

Wat in juli 1980 begon als een geheim IBM-project in Boca Raton, Florida, resulteerde uiteindelijk in meer dan een miljard personal computers op de hele wereld. De grijze pc uit 1981 evolueerde tot een krachtig multimedia-notebook met een non-stop internetverbinding. In 2004 had vier van de vijf Nederlandse huishoudens een computer in de woning.

Het is wrang dat uitgerekend IBM vandaag de 25ste verjaardag niet kan vieren. Vorig jaar verkocht Big Blue zijn verliesgevende pc-divisie aan het Chinese bedrijf Lenovo. Terwijl het juist International Business Machines was dat in 1981 de oervorm van de huidige computer op de markt zette.

IBM is niet de enige grote speler die de pc-wereld vaarwel zei. Compaq, ooit de tweede pc-fabrikant ter wereld, verdween van de kaart en het Japanse NEC zou zijn pc-tak Packard Bell willen verkopen.

Consolidatie is een logische ontwikkeling in de computerindustrie, zegt Jaap Favier van onderzoeksbureau Forrester. Hij verwacht dat uiteindelijk drie tot vijf grote pc-leveranciers overblijven. „Waarom zou je zelf iets produceren als de Chinezen het net zo goed en goedkoper kunnen? Behalve Apple, dat een ander besturingssysteem gebruikt, verschillen computers amper van elkaar. Het interesseert mensen niet welk merk ze gebruiken. Fabrikanten concurreren met elkaar op prijs en de marges zijn miniem.”

De allereerste IBM-pc kostte 1.565 dollar. Met monitor, diskdrive en printer erbij zelfs 4.500 dollar. Anno 2006 levert Dell, de grootste pc-fabrikant ter wereld, een budgetsysteem voor 349 euro (446 dollar). Daarmee is de pc in 25 jaar een factor tien goedkoper geworden, terwijl de mogelijkheden en capaciteit vele malen sterker zijn gegroeid.

Dell heeft er een sport van gemaakt om „zoveel mogelijk kosten uit de pc te drukken”, zoals Gerard van den Elshout van Dell Nederland het omschrijft. Het in elkaar zetten van een systeem kost minder dan tweeënhalve minuut aan mankracht. Dell bouwt alleen op bestelling, zodat er nauwelijks of geen dure voorraad hoeft te worden bijgehouden.

De prijzen van de verkochte systemen zijn lager dan ooit. Zelfs de meeste laptops kosten nu minder dan 800 euro. Op dat lage prijsniveau kunnen alleen internationale fabrikanten als HP, Dell, Toshiba, Fujitsu-Siemens en Acer succesvol opereren. „Naarmate mensen meer laptops kopen groeit het marktaandeel van de grootste bedrijven ten koste van kleinere producenten en lokale systeembouwers. First time buyers kopen liever een notebook”, zegt Robert Cozza van onderzoeksbureau Gartner.

Consumenten schaffen minder snel een nieuw exemplaar aan, constateert Bart van Saarloos van de Nederlandse distributeur BAS Computers. „De vervangingscyclus duurt nu vier tot vijf jaar, terwijl mensen vroeger elke drie jaar een computer kochten.” Dell rekent inmiddels ook met een vervangingsfrequentie van vijf jaar voor een consumenten-pc, hoewel de zakenmarkt meestal om de drie jaar vernieuwt.

Waarom zijn consumenten minder happig op nieuwe apparatuur? „Technology doesn’t drive sales”, luidt de oneliner van Roberta Cozza. Ofwel: moest je vroeger regelmatig een computer kopen om bij te blijven, mensen zien technologische vernieuwingen niet meer als een reden om naar de computerwinkel te stappen.

Traditiegetrouw stimuleert de lancering van een nieuw besturingssysteem de pc-verkoop. De markt wacht daarom met smart op Windows Vista, het nieuwe besturingssysteem van Microsoft. Maar na de lancering van Windows 95, Windows 98 en Windows XP (2001) is het lang stil gebleven. Windows Media Center Edition (2005), een Windows XP-versie met tv- en videofuncties, werd geen groot succes. Inmiddels sleutelt Microsoft zes jaar aan Windows Vista, dat begin 2007 uit zal komen.

Analist Jaap Favier van Forrester betwijfelt of er iemand op Vista zit te wachten. „Microsoft heeft het na Windows 95 steeds moeilijker gekregen om met iets nieuws te komen. Vraag een gewone gebruiker welke nieuwe functies er op een computer moeten komen – die staat vervolgens met een mond vol tanden. Laat staan dat hij 400 euro voor een nieuw besturingssysteem neertelt.”

De grote pc-fabrikanten zoeken ondertussen naar groei door hun hardware te verkopen aan nieuwe, minder kapitaalkrachtige klanten. Microsoft introduceerde deze zomer in Brazilië het FlexGo-programma. Dit is een pay-as-you-go-systeem waarbij de klant een pc krijgt – van bijvoorbeeld Dell – en vervolgens per uur computergebruik betaalt. Het voordeel voor de klant: gratis een pc. Het voordeel voor Microsoft: de gebruiker betaalt voor zijn – legale – software. Het voordeel voor de pc-bouwer: nieuwe afzetmarkten.

Jaap Favier ziet er wel brood in. „In de Tweede en Derde Wereld hebben mensen geen 400 euro voor een computer. Zo’n leaseconstructie is een slimme manier om de groeimarkten te bereiken.”

Softwarebedrijven hebben al meer ervaring met abonnementsvormen. Microsoft lanceerde dit jaar een testversie van kantoorpakket Office (Word, Excel, Powerpoint en Outlook), waarbij de gebruiker via het web applicaties kan gebruiken en dat ‘betaalt’ door advertenties te bekijken of een maandelijks abonnement te nemen. Ook internetgigant Google biedt spreadsheets en tekstverwerking via het web.

Door software op een internetserver te draaien, kunnen ook relatief eenvoudige digitale apparaten zoals mobiele telefoons en pda’s volwaardig werken. Schakelt de westerse wereld, verzadigd met pc’s en notebooks, over op smartphones en handheld computers die continu met internet verbonden zijn?

Volgens Favier zal het zo’n vaart niet lopen. „Smartphones zijn handig voor onderweg, maar te onhandig om computers te vervangen. Onze ogen worden niet beter, onze vingers worden niet kleiner. Mensen blijven behoefte houden aan een computer met een groot scherm en een goed toetsenbord. Ik kan me niet voorstellen dat iemand een hypotheek online gaat aanvragen op een telefoon.”