‘Een agent heeft nu een oorbel’

In Kruisland is het rustig, de mensen wonen er ruim en buren groeten elkaar. Maar de inwoners van het dorp maken zich zorgen over de buitenlanders en de verloedering.

Het huis van Johan en Jeanne Vermeulen staat ongeveer vijftig meter buiten de bebouwde kom van Kruisland, een dorp in West-Brabant, ten noordoosten van Roosendaal. Het is een ruim, vrijstaand huis aan een kaarsrecht weggetje tussen de akkers. Johan Vermeulen (59) woont er „voor duizend procent” naar zijn zin, zegt hij. „Ruimte, privacy, natuur, we hebben veel dieren en een grote tuin.” Vermeulen zegt een „vrij gelukkig” leven te leiden.

Toch ergert hij zich geregeld, zegt hij. „Aan het gedrag van veel medemensen. Aan het verkeer, de straat, de contacten. Er is geen gezag meer. De agent heeft tegenwoordig een oorbel en wil bij zijn voornaam worden genoemd.” Ook van politici deugt niet veel, vindt Vermeulen. „Ze denken niet vooruit.”

Kruisland, gemeente Steenbergen, is een dorp met één supermarkt, één huisarts en twee cafetaria’s. Op een doordeweekse dag is het er doodstil op straat. Een enkeling werkt in zijn tuin. Een vrouw laat haar hond uit over de akkers. De afgelopen weken sprak de krant met negen Kruislanders over hun leven, de politiek en de maatschappij.

De huisarts, de 45-jarige Vincent van Schaik, is bewust in een dorp gaan wonen. Tot een aantal jaren geleden stond zijn praktijk in Amersfoort. „Het was daar zo druk, zo jachtig. Hier woon ik heel erg naar mijn zin. En we zijn hier sneller bij het theater in Roosendaal dan vroeger bij het theater in het centrum van Amersfoort.” Met de vermeende saaiheid valt het mee. Tegenwoordig komt zelfs de wegverhuisde jeugd terug, zegt Van Schaik. „Hier zijn de huizen te betalen.”

Een van die teruggekeerde jongeren is Remco Bijl, een 26-jarige verpleegkundige. Hij is opgegroeid in Kruisland en kent er vrijwel iedereen. Een jaar of drie geleden is hij naar Breda verhuisd, voor zijn studie. „Maar het begon toch te kriebelen. Daar had ik een appartementje aan de singel, dat was ook wel heel mooi, maar het was een hoekhuis.” Nu heeft hij samen met zijn 21-jarige vriendin een vrijstaand huis gekocht.

Bijl heeft weinig zorgen. „Financieel zit het goed. Ik heb geen problemen. Met mijn gezondheid ook niet.” Alleen voor „de dreiging uit het oosten” is de verpleegkundige een beetje huiverig. Maar wat hij daaraan moet doen, dat weet hij niet.

Rijschoolhoudster Wilma van Agtmaal (45) vraagt zich af: waar is Nederland in Godsnaam mee bezig? Ze ergert zich aan mensen die zich niet aan de regels houden. Aan fietsers die in het donker zonder licht rijden. En aan buitenlanders die hier komen zonder zich aan te passen. „Als ze daarin verzuimen, mogen ze van mij allemaal vertrekken. En daar maak ik geen uitzonderingen in.” Soms denkt Van Agtmaal: leef ik nou in Marokko? Bovendien, vindt ze, moet de stroom Poolse arbeiders „acuut worden gestopt”.

De 58-jarige Cees Cools vindt het „juist goed dat die Polen nu hier komen om geld te verdienen”. De meeste allochtonen zijn „gewone mensen als gij en ik”, zegt Cools, die bij een bank heeft gewerkt. „In Kruisland heb je nauwelijks buitenlanders. Alleen de Chinees.”

Joke Buijk (67), gepensioneerd pedicure, is wel eens bang voor rondhangende allochtonen in het centrum van Roosendaal. In Kruisland, „een gezellig boerendorpke”, vindt ze vooral de loslopende honden vervelend, en mensen die niet groeten op straat. Verder is alles goed. Buijk en haar man wonen er mooi, zegt ze. „Als je uit het keukenraam kijkt, dan kijk je zó tot Stampersgat de ene kant uit en tot Steenbergen de andere kant uit.” Buiten kortwiekt haar man de struiken waar ze overheen moeten kijken. Het uitgestrekte land wordt weer langzaam zichtbaar.