‘Domme ruzies op straat’

In Osdorp zijn ze best gelukkig met hun banen, en hun buurt. Ze ergeren zich wel aan verruwing en viezigheid. En de overheid moet meer doen voor minima en allochtonen.

Bernard van der Fels (48) zit te roken op een bankje in Amsterdam Osdorp-Midden. Hij vertelt dat hij net nicotinepleisters heeft gekocht. Morgen wil hij stoppen met roken. Hij maakt zich zorgen over hoe dat zal zijn. Verder is hij is tevreden. Met zijn huis en de buurt waarin hij woont („levendig en groen”), zijn werk als manager in het Slotervaart-ziekenhuis („afwisselend en informeel”) en zijn levensstandaard („bovenmodaal”). Hij hoopt dat zijn leven over tien jaar nog precies is zoals nu. „Ik voel me heel vrij, omdat ik me veel kan permitteren. Ik sta aan de gelukkige kant van de samenleving.”

Dat wil niet zeggen dat hij zich niet ergert. Aan normvervaging, en de verruwing op straat. „Op het fietspad word je meteen uitgescholden als je even niet oplet. Er rustig iets van zeggen helpt niet.” „Je krijgt dan nauwelijks een reactie.” Lerares Tirza Bungert (30) vindt ook dat er vergroving is. „Mensen kunnen zo onaardig zijn tegen elkaar. Als iemand in de winkel voor zijn beurt gaat is het meteen hard tegen hard.”

De acht mensen die in Osdorp met de krant praatten, ergeren zich op straat. Aan gedrag van anderen en aan viezigheid. Ton Kramer (70) wordt „pimpelpaars” van „lui die in het openbaar zitten te bellen”. Daphne (24, verkoopster en zwanger) stoort zich aan de „domme ruzies” op straat. En Karina Lefeber (23, moeder, werkt tijdelijk niet) ergert zich aan hangjongeren die naar haar roepen.

Mensen in Osdorp wonen dicht op elkaar. Er zijn flats met vier verdiepingen en een winkelgalerij eronder. Er zijn ook flats van twaalf verdiepingen. De lange, rechte trambaan – lijn 1 en 17 – vormt de ruggengraat van de wijk. Rond het Osdorper park staat een hoog hek.

In hun straat is het vies, vinden Anje Slagter en Karina Lefeber. Slagter (56, werkzoekend): „Het is smerig en er blijft altijd vuil liggen.” Vier jaar geleden, toen Anje Slagter ook al met de krant sprak, was dat nog niet zo. Slagter vindt haar buurt wel prettig, omdat die „rustig” is. Karina Lefeber ziet zilverpapiertjes van junks op straat liggen. Ze heeft een zoontje van bijna twee en wil niet in Osdorp blijven omdat ze het een achterstandswijk vindt. Ze wil wel naar Oost of Zuid-Oost, maar ook een huis in Almere met een tuintje zou ze „zó accepteren”.

Ze zijn redelijk tevreden over hun eigen leven. Als ze de overheid tekort vinden schieten, zijn het anderen die daar last van hebben. Bijvoorbeeld de minima en de allochtonen. „Allochtonen krijgen te veel de schuld”, zegt Bernard van der Fels. Hij vindt wel dat zij zelf een actievere rol zouden moeten spelen. „Gematigde moslims moeten meer van zich laten horen.”

Karina Lefeber zoekt al een tijd een groter huis voor haar gezin, maar zegt ook: „Ze bouwen wel.” En Tirza Bungert vindt dat Osdorp steeds mooier wordt door de nieuwbouw en de komst van meer koopwoningen. Zij heeft er zelf net een huis gekocht. „De mix wordt beter, maar Osdorp heeft nog een slechte naam.”

De verschillende groepen mengen niet goed in Osdorp, zegt Karina Lefeber, zelf Surinaamse. „Op de markt staan de Marokkanen bij de Marokkaanse kraam en de Surinamers bij de Surinaamse.” Maar de geïnterviewden gaan zelf wel vrijwel allemaal om met mensen uit verschillende culturen. Ex-bibliothecaris Benno de Ruiter (65) is bevriend met allochtonen die hij via vrijwilligerswerk leerde kennen. En Daphne heeft „allerlei” vriendinnen: Marokkaans, Hindoestaans en Surinaams.

Ton Kramer zegt dat hij het „overvol met mensen” vindt als het gesprek over allochtonen gaat. „Je moet je buik inhouden met z’n tienen in een huis dat bedoeld is voor vier.” Als hij jonger was, zegt hij, zou hij zijn geëmigreerd naar Duitsland of Denemarken.