Diplomatie en geweld

In Zuid-Libanon en Noord-Israël heerst de logica van de oorlog. Wie het hardst toeslaat, boekt niet alleen nu terreinwinst maar heeft ook het beste uitgangspunt aan de onderhandelingstafel. Niet bij de Verenigde Naties in New York of in de hoofdstedelijke diplomatensalons wordt de toekomst van het Israëlisch-Arabische conflict bepaald, maar aan het front. De overeenstemming die de vijftien leden van de VN-Veiligheidsraad afgelopen nacht unaniem bereikten over een Frans-Amerikaanse resolutie voor het Midden-Oosten, werd voorafgegaan door een verheviging van het grondoffensief door Israël in Libanon. Bij geweld over en weer vielen doden.

Voor het eerst in zijn bestaan wordt de joodse staat langdurig geconfronteerd met gevechtsresultaten die op z’n best matig zijn. Hezbollah-guerrilla’s en hun chef Nasrallah, de held van de Arabische wereld, maken het de Israëlische troepen zó lastig dat Jeruzalem op dit moment „de meest onsuccesvolle oorlog ooit” voert, zoals de Israëlische politicoloog en vredesvoorvechter Ze’ev Sternhell opmerkte.

Dit nieuwe gegeven bepaalt mede het verloop van de diplomatieke onderhandelingen. Het laat zich raden dat Israëls onzekere politieke leiding geen fouten mag maken. Het is niet in het belang van Jeruzalem om nu veel concessies aan de diplomatie te doen. Eerst moet resultaat te velde worden geboekt. Voor de Hezbollah-strijders geldt omgekeerd hetzelfde. Ze ruiken hun kans. Israël blijkt kwetsbaarder dan gedacht. Door nu stellingen op te geven of zwakheid te tonen, zou Hezbollah de winst van een maand vechten verbrassen.

Het is onwaarschijnlijk dat de nieuwe resolutie snel en naar de letter zal worden uitgevoerd. In dit conflict gaat niets snel, behalve de escalatie. Diplomatie is hoogstnoodzakelijk, maar in het Midden-Oosten zijn woorden als staakt-het-vuren, bestand, dialoog, duurzame oplossing en vrede misbruikt. Ze hebben aan waarde ingeboet, en worden weersproken door wat zo cynisch de „feiten op de grond” heet. Op zichzelf is het verheugend dat de VN-Veiligheidsraad eindelijk een resolutie heeft geproduceerd, die bovendien de instemming van Israël en Libanon lijkt te hebben, al moet in beide landen het kabinetsberaad vandaag en morgen nog worden afgewacht. En dan nog: instemming van Libanon is nog wat anders dan instemming van Hezbollah. De kans op een papieren tijger is dus groot. Zo is het in het verleden ook gegaan. Aan resolutie 1559 uit 2004, die oproept tot ontwapening van Hezbollah, is nooit gehoor gegeven.

Het is triest dat de diplomatieke inspanningen zo lang niets hebben opgeleverd. Amerika liet het er na mislukt overleg weken bij zitten. Franse bemoeienis liep aanvankelijk op niets uit. De Europese Unie was verdeeld. Rusland drong aan op een adempauze. Een heldere lijn in dit alles ontbrak. Van politiek leiderschap was nauwelijks sprake – en dus faalde de diplomatie. Tot vannacht. Nu moet blijken wat de resolutie waard is.

Ze roept op tot het beëindigen van de vijandelijkheden, gevolgd door een gefaseerde terugtrekking van de Israëlische troepen uit Libanon. Een tot 15.000 man uitgebreide VN-macht moet samen met het Libanese leger toezien op een staakt-het-vuren. Sceptici zeggen niet ten onrechte dat de Libanese regering te toegewijd is aan Hezbollah om werkelijk te kunnen leveren. Kans van slagen heeft de resolutie pas als met Syrië is of wordt gesproken. Het land wordt door Washington genegeerd, maar is protagonist in het conflict. Een ‘duurzame oplossing’ zonder Syrië is geen oplossing.