Die vervloekte e-mail

Altijd maar hard werken, die wetenschappers. Maar soms mogen ze een tijdje uit de sleur: op sabbatical. Peter Raedts komt op adem in de werkkamer in zijn eigen huis. Ellen de Bruin

Een sabbatical, zegt historicus Peter Raedts, is echt de periode om inzichten af te sluiten die zich in de loop der jaren hebben opgestapeld. De hoogleraar middeleeuwse geschiedenis (Radboud Universiteit, Nijmegen) werkt in zijn sabbatical aan een boek over de vraag hoe mensen in de loop der tijd tegen de Middeleeuwen hebben aangekeken.

Daar zit iets autobiografisch in, zegt hij. “Ik ben opgegroeid als katholiek in het diepe zuiden, waar we de Middeleeuwen zagen als een glorierijke tijd waarin kerk en samenleving geïntegreerd waren. Maar tijdens mijn studie realiseerde ik me dat dat beeld niet helemaal klopte. En ik ben gepromoveerd in Oxford, waar veel gebouwen 19de-eeuwse reconstructies zijn van Middeleeuwse gebouwen. Het moest lijken of er nooit iets was veranderd. Door die ervaringen ben ik veel genuanceerder, misschien zelfs gereserveerder, tegen die periode aan gaan kijken.”

De Middeleeuwen: je haat ze of je houdt van ze. Ofwel je ziet ze als een door godsdienstig fanatisme gedomineerde, duistere, barbaarse tijd – ofwel je verheerlijkt de ridderromantiek en het idee van kleine dorpjes met vakwerkhuisjes waarin mensen woonden die nog écht een gemeenschap vormden. “Wat ik wil laten zien”, zegt Raedts, “is dat het sterk van concrete maatschappelijke ontwikkelingen in de huidige tijd afhangt welke van deze twee extreme visies over de Middeleeuwen mensen aanhangen. En dat mensen proberen om de eigen tijd beter te leren begrijpen door bepaalde historische beelden op te roepen.”

Het negatieve beeld domineert, zegt hij. Het romantische beeld is vooral iets van de negentiende, eerste helft twintigste eeuw: “Toen wilde men terug naar dat dorpsgevoel, waarbij iedereen elkaar bij de dorpspomp het nieuws vertelde. Ja, individualisme was ook in de negentiende eeuw al een thema. In die tijd was er ook een invloedrijke beweging in de architectuur die wilde dat arbeiderswijken als dorpjes moesten worden opgezet.” Daarin paste ook een beeld van de kruistochten als daad van beschaving, vertelt Raedts. “Net zoals de Europese landen koloniën hadden waar ze de beschaving introduceerden. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw is ook de vernietigende kracht van de kruistochten benadrukt. Toen werden ook pas Arabische bronnen geraadpleegd.”

Ook nu kijken mensen negatief tegen de Middeleeuwen aan, zegt Raedts. “We leven weer in een onzekere tijd, het is sinds de jaren zestig niet meer zo onrustig geweest. En ik denk dat mensen juist in tijden van crisis, van wegvallende zekerheden, peinzen over verbanden met het verleden, om hun plaats in de geschiedenis opnieuw te bepalen.” Er heerst nu weer heel sterk het gevoel dat godsdienst gevaarlijk is en mensen tot geweld aanzet, zegt Raedts. “En dan zie je dat er ook weer op die manier naar de kruistochten wordt gekeken, als een uiting van religieus fanatisme.”

De Middeleeuwen zijn niet de enige periode in de geschiedenis waar mensen hun eigen tijd op projecteren. “Ik denk dat de klassieke oudheid ook zo’n archetype is dat altijd opnieuw verbeeld wordt. De klassieke filosofie, het klassieke recht, de klassieke architectuur... Het wordt gezien als tijd van de ratio. De Middeleeuwen staan juist voor het gevoel, de lyriek, de tijd waarin men gevoelsmatig leefde.”

Raedts werkt stug door, nog een paar maanden sabbatical te gaan. “Het is wel rustiger dan op de universiteit, natuurlijk, maar die vervloekte e-mail kun je niet uitzetten. Vroeger konden wetenschappers elk jaar van mei tot september in een huis aan zee gaan zitten en dan hadden ze met niemand contact. Maar dat ideaal van het onbewoonde eiland is voorgoed voorbij.” Na zijn sabbatical wil Raedts onderzoeken hoe de Middeleeuwers zelf hun beeld van het verleden construeerden. „Zij waren voortdurend gefascineerd door hun Romeinse verleden.”

Dit is deel 5 van een zomerserie over wetenschappers op sabbatical.