De schaduwzijde van de ‘ledendemocratie’

Politieke partijen geven de leden steeds meer macht om de weggelopen kiezers terug te winnen. Maar de ‘ledendemocratie’ kan leiden tot lastig aan te sturen fracties met inhoudelijk gaten op belangrijke politieke terreinen.

Oud-Kamerlid Ruud Luchtenveld (VVD), sinds dit jaar wethouder in Amersfoort, kan er met terugwerkende kracht enthousiast over vertellen. Luchtenveld werd in de vernieuwingsdrift van de VVD na de electorale afstraffing in 2002 niet meer op de kandidatenlijst geplaatst voor 2003. Destijds, november 2002, maakten de voorzitters van de Kamercentrales en de afdelingen nog de dienst uit bij de VVD. Luchtenveld nu: „Ik heb me er niet bij neergelegd en ben terug gaan knokken.”

Hij zag zijn kans schoon en sprak op de Algemene Ledenvergadering in De Leeuwenhorst in Noordwijkerhout het congres toe. De afdeling Utrecht steunde hem, omdat er geen enkele Utrechter op een verkiesbare plaats leek te staan. Met behulp van het congres wist Luchtenveld alsnog een plek op de kandidatenlijst te krijgen, op nummer 34. De ‘zittende’ nummer 34, Eric Balemans (inmiddels ook Kamerlid), zakte daardoor naar de 36ste plek. Toen de VVD, die 28 zetels haalde in januari 2003, mee ging regeren in Balkenende II, kwam er alsnog een Kamerzetel voor Luchtenveld beschikbaar.

Een dergelijke last minute solo-actie op de ledenraadpleging, waarmee Ruud Luchtenveld op de kandidatenlijst kwam, is deze keer onmogelijk geworden. Niet langer bepaalt het congres van de VVD de volgorde van de kandidatenlijst voor de Tweede-Kamerverkiezingen. Alle 40.000 leden krijgen begin volgende maand de concept-kandidatenlijst van het hoofdbest uur van de partij. De leden zelf mogen de volgorde aanbrengen.

Met het volledig overlaten van de lijstvolgorde aan de leden stapt de VVD in de voetsporen van D66, die dergelijke ‘radicaal-democratische’ manieren al tientallen jaren hanteert. Het lijkt erop dat de VVD, destijds onder leiding van organisatiedeskundige Bas Eenhoorn, daarbij redelijk ondoordacht te werk is gegaan. Althans, als de partijtop nog enigszins zeggenschap wil hebben over de lijstvolgorde.

En dat willen partijtoppen maar al te graag. Immers, los van de lijsttrekker wil iedere partij een financieel specialist, een wetgevingsdeskundige, een landbouwman en een onderwijskenner op de lijst. Daarbij moeten de man-vrouw verhouding en de regionale spreiding ook een beetje in orde zijn. De zorgvuldig samengestelde advieslijst kan echter bij een ledenraadpleging danig in de war geschopt worden, met als gevolg een lastig aan te sturen fractie met mogelijkerwijs grote inhoudelijk gaten op belangrijke politieke terreinen.

Waarom dan toch die versterking van de interne partijdemocratie? De grote partijen begonnen na te denken over vernieuwing na grote verliezen bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1994 (CDA en PvdA) en 2002 (VVD en opnieuw de PvdA), zegt directeur Gerrit Voerman van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. De grote partijen waren volgens eigen analyses de afgelopen decennia naar binnen gekeerd geraakt, waardoor de leden én de kiezers wegliepen.

De partijen deden twee dingen, zegt Voerman. Ze probeerden hun ideologie beter uit te dragen, onder meer door beginselprogramma’s te schrijven. „Maar de democratisering van de partijen zelf was net zo belangrijk”, zegt Voerman. Leden kregen direct stemrecht op congressen en zouden meer te zeggen krijgen over de kandidatenlijst voor verkiezingen, zo was het plan. De leden van de PvdA, VVD en D66 mogen direct hun lijsttrekker kiezen.

De partijen hebben geprobeerd een balans te vinden tussen partijdemocratie enerzijds en controle over de lijst door de partijtop anderzijds. Zo zal het voor leden van het CDA en de PvdA nog niet meevallen af te wijken van de concept-kandidatenlijst van de partijcommissies.

Aanstaande maandagavond stelt het CDA een lijst vast, die naar alle afdelingen wordt gestuurd. Als zij kandidaten een hogere plek op de lijst willen bezorgen, moeten zij enkele tientallen afdelingen mobiliseren. Leden mogen weliswaar stemmen op het partijcongres, zegt een woordvoerder van het CDA, maar bij kandidatenlijst gaat het stemmen per afdeling. „En omdat de meeste afdelingen een eigen, regionale kandidaat steunen, houden zij elkaar in evenwicht”, aldus een partijwoordvoerder.

Ook aan de positie van beoogd lijsttrekker Jan Peter Balkenende zal het congres niet tornen. Hoewel de leden op een vorig congres via een motie bepaalden dat het hoofdbestuur moest „streven” naar meer kandidaten, is dat deze keer niet gelukt.

Voor de leden van de PvdA valt evenmin veel te kiezen. Hoewel partijvoorzitter Michiel van Hulten het graag zou willen, hebben de leden van de PvdA op het congres van 30 september nog geen individueel stemrecht over de kandidatenlijst. De leden mogen een lijsttrekker kiezen, maar partijleider Wouter Bos heeft geen tegenkandidaten. Afdelingen mogen kandidaat-Kamerleden nomineren voor een plek op de lijst, waarna het congres stemt over de door de partij beoogde kandidaat en de door een afdeling voorgedragen kandidaat.

Bij GroenLinks is een ingewikkeld systeem bedacht waarbij de leden ogenschijnlijk veel invloed hebben op de lijst, maar waarbij het hoofdbestuur wel degelijk de touwtjes grotendeels in handen houdt. Los van de lijsttrekker (Femke Halsema, geen tegenkandidaten) knipt de kandidatencommissie de rest van de lijst op in wagonnetjes waar kandidaten voor „geschikt bevonden” worden. Voor de plaatsen twee tot en met zes op de lijst zijn bijvoorbeeld acht kandidaten geschikt. Het is vervolgens aan de leden op het congres om te bepalen wie van de acht er op de vijf beschikbare plekken komen. Een soort politieke stoelendans dus.

De recente lijsttrekkersverkiezing van D66, zegt Gerrit Voerman, toonde ook een schaduwzijde van de ledendemocratie. „De campagne tussen Alexander Pechtold en Lousewies van der Laan werd een botsing tussen twee personen.” Van der Laan wilde vervolgens niet meer onder Pechtold werken. VVD’er Luchtenveld: „Het one man one vote-systeem werkt de mediagerichtheid van Kamerleden in de hand. En dat wordt alleen maar erger als bij de volgende verkiezingen ook de voorkeursdrempel met de helft verlaagd wordt.”

Maar ook nu al moeten de kandidaten campagne voeren om zo veel mogelijk leden achter zich te krijgen. En zo zal Rita Verdonk nog hard moeten vechten om de door lijsttrekker Mark Rutte beloofde tweede plek ook te behouden op de lijst.