BRIEVEN over ‘het Israëlgevoel’

Op de twee artikelen over ‘het Israëlgevoel’ (Van pro naar anti en Slachtoffer Israël, Zaterdags Bijvoegsel, 5 augustus) kwam een vijftigtal reacties. Hieronder een selectie.

Het Israëlgevoel (1)

Met verbazing heb ik de weergave gelezen van Jannetje Koelewijns interview met mij (Van pro naar anti, Zaterdags Bijvoegsel, 5 augustus). Koelewijn en ik hebben ruim anderhalf uur met elkaar gesproken, maar zij heeft uitspraken uit hun verband gerukt, zoals dat ik „het” ook niet meer zou kunnen uitleggen. Dat ging uitsluitend over de tv-beelden van dode kindertjes in het Libanese Qana, niet over de achtergronden, en die heb ik Koelewijn in de loop van het gesprek wel uitgelegd.

Voorts heeft zij m.i. essentiële informatie weggelaten, bijvoorbeeld mijn geïllustreerde opmerking over het falen van de Israëlische regeringsvoorlichting. Ik vertelde Koelewijn bijvoorbeeld dat CIDI de Israëlische ambassade vruchteloos om satellietfoto’s van de bombardementschade in Beiroet en andere steden heeft gevraagd, teneinde te kunnen uitleggen dat er geen sprake is geweest van ‘carpet-bombing’.

Ook waar Koelewijn mij citeert over de cesuur van 1967 gaat zij de fout in. Ik heb helemaal niet verwezen naar „de Zesdaagse Oorlog, toen Israël zich voor het eerst liet zien als een bezetter die weigerde te luisteren naar de VN en niet van plan was om ooit nog weg te gaan van de Westelijke Jordaanoever en de andere net overwonnen gebieden”. Die hele zin is door Koelewijn verzonnen, maar wordt impliciet aan mij toegeschreven. Degenen die mij kennen weten dat ik zulke onzin nooit zou hebben beweerd. Ik heb juist gezegd dat de publieke Nederlandse steun voor Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 een uniek hoogtepunt bereikte. En ik heb Koelewijn de achtergronden daarvan (en die van de vermindering van de sympathie voor Israël, in 1973, 1982 en 1987) uitvoerig uitgelegd, maar daarvan heeft zij niets in het artikel verwerkt, hoewel het interview daarover ging.

Een ander voorbeeld van vrije interpretatie is waar zij schrijft dat ik het jammer vind dat de mensen zo weinig „over Israël” weten. Dat heb ik niet gezegd en het is ook wat zonderling in de door Koelewijn neergelegde context van mijn boek. Dat handelt immers over de feiten en achtergronden van het Midden-Oostenconflict (inclusief de opkomst van de islam), niet alleen over Israël.

Ik heb geprobeerd Jannetje Koelewijn serieus en inhoudelijk diepgaand te woord te staan, maar zij schildert mij af als iemand die zijn idealisme met de teloorgang van het kibboetssysteem heeft verloren („het idealisme dat Kortenoeven [...] ook had”). Nou, een idealist ben ik gebleven. Jammer dat een te goeder trouw door mij aangegaan gesprek een dergelijk onbevredigend gevolg heeft gehad.

Wim Kortenoeven, researcher Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI).

Het Israëlgevoel 2

Het is vermakelijk, hoe de Israëlische propagandamachinerie in haar eigen tegenstrijdigheden verstrikt raakt. Enerzijds wordt geklaagd dat Israël als gevolg van een zogenaamde hersenspoeling door de Palestijnen „door de buitenlandse media consequent in een verkeerd daglicht wordt gesteld en dat de aanhangers van Israël altijd in de minderheid zijn”. Even verderop pocht men „dat de internationale media vier maal zoveel Israëliërs aan het woord hebben gelaten dan Libanezen en Palestijnen”, en men erin geslaagd is om twee kritische BBC-correspondenten overgeplaatst te krijgen. Als het tweede waar is, is het eerste onzin.

T.H. von der Dunk, Amsterdam

Het Israëlgevoel 3

De staat Israël heeft zijn recht op bestaan, ethisch, religieus en politiek gezien reeds lang geleden volledig verloren. Het is beter dat de staat wordt ontbonden, alle oorlogsmisdadigers voor het gerecht worden gedaagd en VN-bestuur wordt ingesteld over het gehele strijdgebied. Het wordt de hoogste tijd dat de VN, zonder de probleemveroorzakende ‘vetohouders’, stappen ondernemen en een einde maken aan deze langdurige tragische mensonterende misdaden tegen de menselijkheid. Alle verdrevenen, gedeporteerden, vluchtelingen en getroffenen, behoren naar hun woongebied terug te kunnen keren. Recht moet geschieden, herstelbetalingen behoren te volgen.

Stop met het herdenken van doden uit welke oorlog dan ook, stop die zinloze 4mei-vertoningen, ga aan het werk, dat is de enige les die we uit het verleden kunnen trekken. Wellicht is het ook de enige waardige wijze van het herdenken van slachtoffers uit welke oorlog dan ook.

Matth van Rooden, Haarlem

Het Israëlgevoel 4

De uiteindelijke slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog zijn de oorspronkelijke, voor het overgrote deel Arabische bewoners van Palestina. Voorafgaand aan de gewelddadige vestiging van de joodse staat Israël leefde het merendeel vreedzaam samen met de joodse minderheid – zoals toen overal in de Arabische wereld, en zoals zelfs nu nog in Marroko. De meedogenloosheid van de Israëlisch-joodse bezetters van Gaza en de Westbank kende sindsdien slechts de grenzen van het concentratiekamp. Alleen in die zin gaat vergelijking met de bezetting van ons land in WO II mank. Wat voor het merendeel van ons Nederlanders in WO II gold: het leven van alle dag gewoon „grijs” doorleven (wij waren tenslotte ook van „arisch” bloed), is voor Palestijnen mettertijd steeds onmogelijker geworden: niet-joods bloed viel discriminatie ten deel, kolonisatie, onteigening, diefstal, verhindering van bewegingsvrijheid, en later: persoonlijke vernedering, dood door verhindering van acute medische hulp, economische blokkade, vernietiging van infrastructuur en standrechtelijke executie. Waar enkele joodse wijsgeren in Israël al vrij vroeg voor waarschuwden, werd werkelijkheid: hele generaties jonge joden werden in Israël opgevoed met een fundamentele minachting voor niet-joods leven. Verzet tegen de bezetting van Palestina moest hoe dan ook de botten worden gebroken, en als dat niet hielp, moesten Palestijnse stenengooiers als ratten worden afgeschoten. Zelfs de aanvankelijk in sociaaldemocratische kring in Europa alom als vredesbepleiter gewaardeerde Perez kon het niet laten om in de verkiezingsstrijd met Sjaron een doelloos bombardement op Tyrus te laten uitvoeren om de kiezer in Israël er maar van te overtuigen dat hij geen softy was. Zo pleegden en plegen de nazaten van de overlevenden van de holocaust aan de lopende band de ene misdaad tegen de menselijkheid na de andere oorlogsmisdaad: een afschuwwekkend actueel voorbeeld van waar een Blut und Boden ideologie (ditmaal van joods-zionistische origine) onontkoombaar toe leidt.

Anton Ehren, Vina del Mar, Chili

Het Israëlgevoel 5

Het artikel „Van Pro naar Anti” bevat twee onjuistheden.

In de eerste plaats was de zesdaagse oorlog van 1967 niet het begin van de Palestijnse vluchtelingenkampen. Het begin daarvan is 1948, na de Israëlische overwinning op de gezamenlijke Arabische aanvallers. Er brak paniek uit onder de in Palestina woonachtige Arabieren en ze namen de wijk naar omliggende landen. De zesdaagse oorlog van 1967 is mede te verklaren uit de aanwezigheid van die vluchtelingenkampen sinds bijna 20 jaar.

In de tweede plaats is het onjuist dat driekwart van de Nederlandse bevolking Israël als het „grootste” gevaar voor de wereldvrede ziet. In de grafiek bij het artikel staat bij de legenda alleen: „Ja, Israël is een bedreiging voor de wereldvrede” (dus niet de grootste). Bovendien heeft Israël het niet zelf in de hand om geen bedreiging voor de wereldvrede te zijn: dat hangt in hoge, en zelfs beslissende mate af van de Arabische tegenstanders.

A.I.J.M. van der Hoorn, Delft

Het Israëlgevoel 6

Met verbazing stel ik vast dat aanvankelijk over zestig doden in Qana geschreven is terwijl het er om achtentwintig ging. Ook zijn er geen vragen gesteld over het feit dat de instorting van het gebouw zeven uur na de aanval plaats had. Deze berichtgeving staat niet alleen.

Wij hebben een jongen zien overlijden in de armen van zijn vader in Gaza, waar de hele wereld tegen in opstand kwam. Schuldige: Israël. Paar dagen later: Palestijns vuur was de oorzaak. Maar het kwaad was geschied.

Een familie hebben wij zien omkomen in Gaza. Schuldige: Israël. Paar dagen later: Palestijns vuur was de oorzaak. Maar het kwaad was geschied.

Badgasten aan het strand van de Sinaï in Egypte beschoten. Vele doden. Schuldige: Israël. Paar dagen later: geen Israëlisch vuur. Maar het kwaad was geschied.

En dan stelt deze krant in een groot artikel vast, dat de sympathie voor Israël verdwijnt. Misschien zou iets meer eigen onderzoek en iets minder klakkeloos overnemen wat de Arabische kant wereldkundig maakt een ander beeld opleveren dan U nu geregeld ten onrechte geeft.

M.S. Slager, Naarden

Het Israëlgevoel 7

Velen denken dat de stichting van de staat Israël in 1948 een goedmakertje jegens het joodse volk was, voortkomend uit schaamte voor wat de joden door de nazi’s is aangedaan. Niets is minder waar. Het VN-besluit lag veeleer in het verlengde van de jodenvervolging. Emigratie naar elders was reeds sinds de verschijning van Theodor Herzl’s boek Der Judenstaat (1896) in geheel diplomatiek Europa in discussie, waarbij Uganda, Madagascar en andere exotische oorden werden geopperd als dumpplaats voor de in vrijwel geheel Europa ongewenste bevolkingsgroep. Herzl zag het heel goed: aan het Europese antisemitisme komt nooit een eind, we moeten hier weg, liefst naar Palestina, maar ergens anders was voor hem ook acceptabel.

Na de oorlog hebben we onszelf wijsgemaakt: Hitler was fout en de rest van Europa is de joden welgezind en zoekt voor hen de beste oplossing. Dat verhaal is ten diepste hypocriet. Hitler heeft in de jaren ’30 het Madagascar-plan ernstig overwogen en zelfs geprobeerd het te realiseren door er in 1938 over in onderhandeling te gaan met Engeland. Uiteindelijk bleek dat onhaalbaar en toen pas scheidden zich de wegen. Hitler koos in 1941 voor uitroeiing, de geallieerden voor een joodse staat. Over de plaats van bestemming werd nog zeven jaar geaarzeld (zelfs in 1946 stond Madagascar nog serieus op de agenda van het Britse kabinet), maar ze kozen uiteindelijk voor Palestina als toekomstig woongebied van de joden, op basis van een 1800 jaar oude claim die redelijkerwijs (en zeker in de ogen van de huidige bewoners van dat land) als verjaard moest worden beschouwd.

De Judenfrage werd door Hitler expliciet gesteld, maar in vrijwel alle Europese landen onderschreven als een legitiem probleem. Ik herinner me nog levendig hoe volwassenen in mijn omgeving (ik was in 1948 twaalf jaar) op de stichting van Israël reageerden. „Een prima oplossing, nu krijgen die mensen eindelijk een alternatief voor hun onmogelijke minderheidspositie in Europa, en wat mooi meegenomen is: als we weer eens ruzie hebben met een jood dan kunnen we tenminste zeggen: waarom ga je niet naar Israël.” Zo werd er over gedacht, niet door antisemieten, maar door democratische, tolerante Nederlanders, die enerzijds de grootst mogelijke afschuw hadden voor Hitlers racisme en de door hem gekozen Endlösung, maar anderzijds opgelucht waren dat nu een alternatief beschikbaar kwam voor de bestemming van een (in hun ogen nog steeds irritante) minderheidsgroepering. Ik vroeg natuurlijk waarom de joden hier niet konden blijven, en wat er met de mensen moest gebeuren die al in Palestina woonden, maar ik was nog te jong om een serieus antwoord te krijgen. Inmiddels is duidelijk dat de stichting van de staat Israël een domme oplossing was voor een Europees probleem.

De belangen van de joden waren dus secundair, en de belangen van de Palestijnen waren helemaal niet in tel, zo min als men er ook maar één moment bij stilstond dat ook op Madagascar mensen wonen.

Het strijdperk Israël/Palestina is als een opzettelijk georganiseerd hanengevecht, waar de wereldgemeenschap nieuwsgierig omheen staat, weddend welke van beide partijen uiteindelijk aan stukken wordt gescheurd. Net als opgehitste hanen hebben Israël en de Arabieren geen alternatief; hun agressie is van beide zijden voor honderd procent gerechtvaardigd. De Israëli’s grijpen hun enige kans op een eigen joodse staat en de Palestijnen verdedigen hun territorium. Wie nú nog een andere oplossing ziet dan vernietiging of apartheid mag het zeggen, maar mij lijkt de keuze onvermijdelijk: het Palestijnse volk moet het veld ruimen. Als Europa alsnog iets wil goedmaken dan moeten we heel diep in de buidel tasten om de Palestijnen een reëel alternatief te bieden, door het scheppen van werkgelegenheid en onderdak in de omringende Arabische landen. Heel misschien komt het dan op zeer lange duur nog eens goed tussen de joden en de Arabieren. En áls het goed komt, dan verdienen de volken van het Midden Oosten een compliment dat de Europeanen nooit hebben verdiend.

S. Argelo, Eindhoven